Artikel 2

§ 1. Wanneer vastgesteld wordt dat vergunde bedden niet in gebruik zijn genomen of geëxploiteerd worden binnen de twaalf maanden na de afgifte van de specifieke vergunning zoals bedoeld in artikel 6 van de ordonnantie, brengt de Dienst de beheerder van het rusthuis hiervan op de hoogte. Een kopie van deze kennisgeving wordt aan de directeur van het rusthuis en aan de Commissie bezorgd.

§ 2. Wanneer de vaststelling betrekking heeft op een gedeelte van de specifieke vergunning, bepaalt de kennisgeving in het bijzonder het bedoelde aantal vergunde bedden.