18 JANUARI 2024 – Besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor ouderen moeten voldoen, en van de bijzondere normen die gelden voor de groeperingen en fusies van voorzieningen

TITEL II. - ALGEMENE NORMEN

HOOFDSTUK I. - Normen die van toepassing zijn op alle voorzieningen

Afdeling 1. - Vrijheden en rechten van de ouderen

Art. 3.

De voorziening stelt alles in het werk om de levenskwaliteit van de ouderen in de voorziening en, in voorkomend geval, de kwaliteit van de zorg die er aan de ouderen wordt verleend te waarborgen.

De voorziening is ingericht als leefruimte en ondersteunt de zelfredzaamheid, onafhankelijkheid, activiteit, het sociale leven en de vrijetijdsbesteding van de ouderen.

De voorziening moedigt de deelname van de ouderen aan het sociale en gemeenschapsleven in de voorziening aan.

Art. 4.

De voorziening waarborgt aan de oudere:

1° een menswaardig leven;

2° de grootste vrijheid tijdens de bewoning van de lokalen, voor zover zij de andere ouderen en derden niet benadeelt;

3° de volledige vrijheid van filosofische, politieke, godsdienstige, culturele overtuiging en van taal, door hem geen enkele verplichting van commerciële, culturele, politieke of godsdienstige aard of inzake taal op te leggen door zich te onthouden van alle rechtstreekse en onrechtstreekse vormen van discriminatie en, in voorkomend geval, begeleiding en aangepaste zorg aan te bieden;

4° als voorziening die, wegens haar organisatie, moet worden beschouwd niet uitsluitend te behoren tot de ene of de andere Gemeenschap en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 5bis van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001, en van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, samengevat op 18 juli 1966, de opvang en de behandeling van de oudere, in het Nederlands of in het Frans, naargelang zijn taalkeuze;

Hiertoe moeten alle documenten waartoe, luidens dit besluit, de oudere toegang heeft in het Nederlands of in het Frans worden opgesteld, naargelang zijn taalkeuze;

5° de eerbied voor het seksuele en affectieve leven van de oudere en zijn genderidentiteit en seksuele geaardheid, door zich te onthouden van alle rechtstreekse en onrechtstreekse vormen van discriminatie en, in voorkomend geval, begeleiding en aangepaste zorg aan te bieden;

6° de vrije keuze van de behandelend arts.

Art. 5.

De voorziening ziet af van elke maatregel inzake immobilisatie, toezicht of afzondering.

In afwijking van het eerste lid kan een maatregel inzake immobilisatie worden genomen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1° de maatregel wordt bij wijze van uitzondering genomen;

2° de maatregel wordt genomen om te voorkomen dat de oudere of een andere persoon ernstige lichamelijke letsels oploopt. De behandelend arts van de oudere wordt zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. De beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd in het dossier van de oudere;

3° de maatregel wordt gebruikt als laatste middel, nadat alle andere maatregelen zijn uitgeput. De alternatieve maatregelen die werden genomen, worden beschreven in het individuele gezondheidsdossier van de oudere;

4° de oudere moet volledig worden ingelicht over de reden voor de immobilisatie, het doel van de immobilisatie, de gebruikte middelen of materialen, de te verwachten duur van de immobilisatie en het toezicht dat wordt uitgeoefend. Hij moet zijn geïnformeerde toestemming geven. In voorkomend geval kan de oudere worden bijgestaan door zijn vertrouwenspersoon. In een noodsituatie moet zo spoedig mogelijk na de noodsituatie en uiterlijk 48 uur na de toepassing van de maatregel de informatie worden doorgegeven en de toestemming worden verkregen.

Maatregelen inzake immobilisatie moeten in verhouding staan tot het risico voor de oudere of een andere persoon. Ze houden rekening met de behoeften en de specifieke risico's in verband met de gezondheidstoestand van de oudere. Ze vereisen een individuele evaluatie, zijn altijd beperkt in de tijd en worden regelmatig schriftelijk multidisciplinair geëvalueerd;

5° het gekozen type immobilisatie is aangepast aan de behoeften van de oudere. Het biedt garanties voor de veiligheid en het comfort van de oudere. Bij fysieke immobilisatie in liggende positie moeten risico's in verband met oprispingen en doorligwonden worden voorkomen;

6° de invoering van elke maatregel inzake immobilisatie, toezicht of afzondering ten aanzien van een oudere gebeurt met respect voor zijn privacy en zijn waardigheid;

7° afhankelijk van zijn gezondheidstoestand wordt de oudere verzocht activiteiten van het dagelijkse leven te verrichten en zijn functionele toestand te handhaven. De immobilisatie wordt zo vaak mogelijk opgeheven.

In voorkomend geval wordt alle informatie over het besluitvormingsproces dat tot de toepassing van deze maatregelen heeft geleid, de opvolging van deze maatregelen en de stopzetting van de maatregelen in het individuele gezondheidsdossier opgenomen.

Art. 6.

De bedienaars van de erediensten, de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad en de vertegenwoordigers van andere levensbeschouwelijke stromingen die door de bewoners worden gevraagd, hebben vrije toegang tot de voorziening. Zij beschikken over de nodige toegangsfaciliteiten om hun opdracht uit te voeren.

Art. 7.

Onverminderd artikel 60, § 8, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is het de voorziening verboden van de oudere het beheer of de bewaring te eisen of te aanvaarden van het geld en de goederen die hij haar hetzij bij zijn opname, hetzij later, toevertrouwt. Dit verbod geldt ook voor het personeel van de voorziening.

Art. 8.

De voorziening heeft een opvangbeleid voor ouderen waarin de stappen zijn vastgelegd die worden ondernomen nadat een oudere in de voorziening is opgenomen. Dit beleid wordt uitgestippeld onder de verantwoordelijkheid van de directeur, in samenwerking met de personeelsleden en de participatieraad. Het wordt minstens eenmaal per jaar voor advies aan de participatieraad voorgelegd.

Art. 9.

De voorziening deelt de volgende gegevens mee aan het grote publiek, die worden bijgewerkt van zodra dat nodig is:

1° de naam en het adres van de voorziening en het erkenningsnummer;

2° de rechtsvorm, het adres en de exacte identificatie van de beheerder;

3° de naam en de contactgegevens van de directeur;

4° het aantal plaatsen, woningen of wooneenheden;

5° de prijsklasse van de kamers of woningen, en de lijst en kosten van de toeslagen;

6° het leefproject van de voorziening, of een link die ernaar verwijst.

Art. 10.

De voorziening heeft de verplichting:

1° aan elke oudere en zijn behandelend arts, de adressen mee te delen van de gezondheidsinspectie en de dienst Controle en Begeleiding, het adres waar klachten kunnen worden ingediend, zowel binnen als buiten de voorziening, en het adres en telefoonnummer van de diensten ter bestrijding van mishandeling van ouderen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

2° de volgende informatie permanent aan te brengen op de meest passende plaats volgens het publiek waarvoor zij bestemd is, en bij te werken van zodra dat nodig is:

a) de naam van de beheerder en als het gaat over een rechtspersoon, zijn juridische vorm en de natuurlijke persoon die hem vertegenwoordigt;

b) de nadere regels voor het indienen van klachten binnen de voorziening en bij de ministers en Iriscare, waarvan het respectievelijke contactgegevens vermeld worden;

c) de contactgegevens van de directeur en zijn gewone aanwezigheidsuren in de voorziening en de naam van zijn vervanger in geval van afwezigheid of verhindering;

d) elke inlichting betreffende de erkenning van de voorziening en, in voorkomend geval, elke inlichting betreffende een weigering, opschorting of intrekking van een erkenning en een sluiting;

e) het huishoudelijk reglement;

f) de contactgegevens van de diensten ter bestrijding van mishandeling van ouderen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

g) behalve voor woningen voor ouderen, de activiteiten die door of in de voorziening worden georganiseerd, aangeboden en beschikbaar zijn waaraan de ouderen kunnen deelnemen;

h) de bijgewerkte lijst van goederen en diensten waarop toeslagen kunnen worden geheven, met hun kosten per eenheid;

i) een bijgewerkt organogram met ten minste de namen van de personeelsleden, hun functie en een foto, overeenkomstig de verplichtingen die voortvloeien uit de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, en het recht op afbeelding (portretrecht) van de gefotografeerde persoon.

De directeur van de voorziening neemt alle nodige maatregelen opdat de aankondiging leesbaar en voor iedereen toegankelijk zou zijn;

3° met de oudere te communiceren op een begrijpelijke manier, die aangepast is aan zijn mentale en fysieke capaciteiten over:

a) de nadere regels voor de indiening en het onderzoek van de suggesties en opmerkingen van de ouderen;

b) inlichtingen over de participatieraad. Deze inlichtingen bevatten onder meer het tijdschema van de vergaderingen, de agenda en de notulen van de laatste vergadering;

c) de contactgegevens van de diensten van de burgemeester van de gemeente waar de voorziening zich bevindt;

d) behalve voor woningen voor ouderen, de activiteiten die door of in de voorziening worden georganiseerd, aangeboden en beschikbaar zijn, waaraan de ouderen kunnen deelnemen;

e) het leefproject van de voorziening;

f) samenwerkingen met andere organisaties;

g) informatie over de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt;

h) zijn recht om zijn vertrouwelijke dossier, zijn individuele gezondheidsdossier en zijn individuele rekening in te kijken;

4° de vertegenwoordiger van de oudere te raadplegen of de wettelijke bepalingen bedoeld in Titel XI van Boek I van het Burgerlijk Wetboek na te leven, als de oudere niet in staat is een schriftelijke overeenkomst te sluiten;

5° de oudere aan te bevelen om zich te laten verzekeren voor burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

Art. 11.

Als een voorziening is gevestigd in een gebouw waarin andere functies dan opvang of huisvesting van ouderen zijn ondergebracht, zorgt de voorziening ervoor dat de vermenging van functies de veiligheid en het welzijn van de ouderen niet in gevaar brengt.

Afdeling 2. - Opnamevoorwaarden

Art. 12.

§ 1. Met uitzondering van de serviceresidenties in mede-eigendom vangt elke voorziening uitsluitend personen van 60 jaar en ouder op.

§ 2. In afwijking van § 1 kan de voorziening ouderen van minder dan 60 jaar opvangen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1° het aantal opgevangen ouderen van minder dan 60 jaar bedraagt maximaal 10% van het totale aantal erkende plaatsen in de voorziening;

2° elke opgevangen oudere van minder dan 60 jaar valt onder een van de categorieën die de ministers bepaalden om de opname in een voorziening te rechtvaardigen;

3° voor elke opgevangen oudere van minder dan 60 jaar wordt een specifiek begeleidingsplan opgesteld;

4° de voorziening beschikt over een voorafgaande toestemming van de ministers. Deze toestemming wordt gegeven binnen 15 dagen nadat de ministers de aanvraag hebben ontvangen. Bij gebrek hieraan wordt de toestemming geacht te zijn gegeven.

Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement

Art. 13.

§ 1. Elke voorziening moet een huishoudelijk reglement opstellen.

§ 2. Behalve in geval van dringende opname in een rusthuis, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor dagopvang of een centrum voor nachtopvang moet het huishoudelijk reglement vóór de opname aan de oudere worden overhandigd. Het document wordt voor ontvangst en akkoord ondertekend.

Het ontvangstbewijs dat als kennisneming geldt van het huishoudelijk reglement en van elke wijziging ervan, wordt in voorkomend geval gevoegd bij het vertrouwelijke dossier van de oudere.

§ 3. De bepalingen van dit reglement en elke latere wijziging ervan moeten aan de goedkeuring van de ministers worden onderworpen. Ze beschikken over negentig dagen, te rekenen vanaf de ontvangstdatum van de documenten, om het ontwerp van reglement of van wijziging eventueel te verwerpen, als het niet ten minste de in artikel 14 bepaalde gegevens opneemt of als het rechtens ontoelaatbare bepalingen opneemt. Bij ontstentenis van een antwoord binnen deze termijn, wordt het huishoudelijk reglement geacht te zijn goedgekeurd.

Elke goedgekeurde wijziging in dit reglement wordt aan de oudere tegen ontvangstbewijs overhandigd. De wijzigingen hebben uitwerking ten vroegste dertig dagen na de uitdrukkelijke of stilzwijgende goedkeuring ervan door de ministers.

Art. 14.

Het huishoudelijk reglement omschrijft de respectieve rechten en plichten van de oudere en van de beheerder en stelt het de regels voor het gemeenschapsleven vast.

Het huishoudelijk reglement garandeert elke oudere de eerbiediging van zijn persoonlijke rechten, met inbegrip van ideologische, politieke, filosofische en religieuze overtuigingen en seksuele geaardheid.

Het huishoudelijk reglement bevat onder meer de volgende punten:

1° het juridisch statuut, de aard en de naam van de voorziening;

2° de nauwkeurige contactgegevens van de beheerder en, in voorkomend geval, van de directeur;

3° de bijzondere voorwaarden inzake opname of opvang, behalve voor de serviceresidenties in mede-eigendom;

4° de voorwaarden inzake huisvesting of opvang, behalve voor de serviceresidenties in mede-eigendom;

5° de datum van goedkeuring van dit reglement door de ministers;

6° de nadere regels voor de deelname aan en de werking van de participatieraad;

7° de nadere regels voor de indiening en het onderzoek van klachten in de voorziening;

8° de nadere regels voor de indiening van suggesties en opmerkingen over de werking van de voorziening;

9° het feit dat de voorziening een verzekering is aangegaan die de burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid van de directeur en het personeel van de voorziening dekt ;

10° de opzegtermijn die van toepassing is in geval van beëindiging van de overeenkomst door de beheerder of de oudere.

Afdeling 4. - Individuele fiche

Art. 15.

§ 1. Bij de opname van een oudere in een voorziening wordt een individuele fiche opgemaakt, met een recente foto. De individuele fiche wordt bijgewerkt en kan op elk moment door de oudere of, op verzoek van de oudere, door zijn vertrouwenspersoon worden geraadpleegd.

Deze fiche is vertrouwelijk en vermeldt:

1° de volledige identiteit van de oudere: naam, voornaam, geboorteplaats en -datum;

2° de contactgegevens:

a) van de gekozen behandelend arts en zijn vervanger;

b) in voorkomend geval, van het gekozen verpleegkundig en paramedisch personeel;

c) in voorkomend geval, van andere externe zorgverstrekkers op verzoek van de oudere;

d) in voorkomend geval, en onverminderd de federale regelgeving inzake de verstrekking van geneesmiddelen in rustoorden en in rust- en verzorgingstehuizen, van een door de oudere gekozen apotheker waarmee de voorziening geen samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten;

e) de gewenste ziekenhuisvoorziening bij niet-spoedeisende ziekenhuisopname. Deze keuze moet door de instelling worden gerespecteerd, tenzij wordt aangetoond dat de financiële zekerheid van de patiënt niet wordt nageleefd. In dat geval vermeldt de individuele fiche de voorwaarden waaronder de financiële tenlasteneming van de zorgen onderworpen kan worden aan een beslissing van het bevoegde OCMW;

3° de contactgegevens van de contactpersoon die in geval van nood moet worden verwittigd; als de persoon geen contactpersoon heeft, wordt dit vermeld;

4° in voorkomend geval, de namen en contactgegevens van de vertegenwoordiger en de vertrouwenspersoon van de oudere; Als de oudere geen vertegenwoordiger of vertrouwenspersoon heeft, wordt dit vermeld;

5° de door de oudere gesproken ta(a)l(en);

6° de eventueel gewenste morele, godsdienstige of filosofische bijstand;

7° behalve in de woningen voor ouderen en de serviceresidenties in mede-eigendom, de inlichtingen betreffende het ziekenfonds van de oudere (naam, adres, categorie, aansluitingsnummer).

§ 2. Onverminderd het in § 1, eerste lid, bedoelde recht op raadpleging worden de individuele fiches gecentraliseerd in de voorziening.

Onverminderd het in § 1, eerste lid, bedoelde inzagerecht en de taken van de dienst Controle en Begeleiding zijn de individuele fiches enkel toegankelijk voor de directeur en de personeelsleden.

Afdeling 5. - Normen betreffende het onderzoek en de behandeling van klachten van de ouderen

Art. 16.

De oudere en elke betrokken persoon kunnen een klacht indienen bij de beheerder of de directeur en bij de ministers of Iriscare.

Als de klacht tot de beheerder of de directeur wordt gericht, onderzoekt hij de gegrondheid van de ingediende klacht en informeert schriftelijk de klagende partij over het gevolg dat eraan werd gegeven.

Art. 17.

Elke voorziening beschikt over een schriftelijke procedure met de nadere regels voor de indiening en het onderzoek van klachten in de voorziening.

Afdeling 6. - Normen betreffende de participatie van de ouderen

Art. 18.

§ 1. In iedere voorziening moet een participatieraad worden opgericht, die ten minste tweemaandelijks vergadert.

§ 2. De participatieraad is samengesteld uit de ouderen of hun vertegenwoordiger.

Op verzoek van de oudere kan een andere persoon van zijn keuze worden uitgenodigd voor de participatieraad.

De voorziening zorgt ervoor dat ten minste de helft van de leden van de participatieraad bestaat uit ouderen of hun vertegenwoordigers.

Onverminderd het vorige lid, kunnen de beheerder, de directeur, personeelsleden en, in voorkomend geval, de referentiearts en de coördinerend en raadgevend arts, alsook andere externe personen, worden uitgenodigd voor de participatieraad om de agendapunten te bespreken.

§ 3. De participatieraad neemt zijn eigen huishoudelijk reglement aan, dat onder meer de wijze bepaalt waarop zijn voorzitter wordt aangewezen, de wijze van oproepen voor vergaderingen, de wijze van opstellen van de agenda's en notulen van de vergaderingen.

§ 4. De beheerder neemt de nodige maatregelen om, in de participatieraad, een egalitaire deelnamedynamiek in de hand te werken, in voorkomend geval door personeelsleden van de voorziening of een externe gemachtigde persoon aan te wijzen om de participatieraad te organiseren.

De beheerder organiseert de participatieraad zo dat de deelname of, in voorkomend geval, de vertegenwoordiging van ouderen met cognitieve stoornissen of dementie is gewaarborgd.

Art. 19.

§ 1. De beheerder verleent alle faciliteiten voor de organisatie van de vergaderingen van de participatieraad, onder meer door een lokaal voor deze vergaderingen ter beschikking te stellen.

§ 2. De participatieraad kan adviezen uitbrengen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de beheerder of de directeur van de voorziening, over alle aangelegenheden die de algemene werking van de voorziening betreffen en wordt ingelicht over het gevolg dat aan zijn adviezen werd gegeven.

De participatieraad is in ieder geval betrokken bij de uitwerking en evaluatie:

1° van het opvangbeleid voor ouderen;

2° van het leefproject van de voorziening en de operationele doelstellingen ervan en, in voorkomend geval, het actieplan ter verbetering van de in artikel 217 bedoelde praktijken;

3° van het activiteitenprogramma, met inbegrip van de evaluatie van de samenwerking met externe diensten en instellingen;

4° van de menu's.

§ 3. De beheerder moet ervoor zorgen dat van alle vergaderingen van de raad gedagtekende notulen worden opgemaakt, die, onverminderd artikel 10, 3°, b), ter beschikking worden gesteld van de ouderen. Deze notulen moeten ten minste bevatten: de lijst van deelnemers aan de vergadering, de agenda, de datum en de beslissingen die deze raad heeft genomen. Tijdens de volgende vergadering moeten de acties die werden beslist, worden opgevolgd.

§ 4. De dienst Controle en Begeleiding kan op elk moment de notulen van de participatieraad raadplegen.

Art. 20.

Naast de participatieraad organiseert de voorziening kleine thematische groepen, die zijn samengesteld uit ouderen of hun vertegenwoordigers.

De personeelsleden en, in voorkomend geval, de referentiearts en de coördinerend en raadgevend arts, alsook andere externe personen, kunnen worden uitgenodigd voor een thematische groep om de agendapunten te bespreken.

Elke thematische groep kan vrij de regels voor zijn vergaderingen bepalen. Dat gebeurt schriftelijk.

De thema's van deze groepen worden vastgesteld in samenwerking met de participatieraad. De resultaten van de besprekingen in deze groepen worden regelmatig aan de participatieraad voorgelegd.

Art. 21.

Een zichtbare en voor iedereen toegankelijke doos moet op elk moment beschikbaar zijn en elke persoon in de mogelijkheid stellen om suggesties, opmerkingen of klachten in te dienen.

De directeur of zijn afgevaardigde tekent de in het eerste lid bedoelde suggesties, opmerkingen of klachten op in een register dat de voorziening op eenvoudige aanvraag ter beschikking stelt van elke betrokken persoon.

De inhoud van het in het vorige lid bedoelde register en het gevolg dat aan suggesties, opmerkingen of klachten wordt gegeven, moeten tijdens elke participatieraad worden voorgelegd, waarbij de anonimiteit van de personen die de suggesties, opmerkingen of klachten hebben ingediend, wordt gerespecteerd.

Dit register moet, op eenvoudige aanvraag, ter beschikking worden gesteld van de dienst Controle en Begeleiding.

Afdeling 7. - Het leefproject van de voorziening

Art. 22.

§ 1. In elke voorziening moeten de beheerder en de directeur in samenwerking met het personeel en de participatieraad een leefproject vastleggen om de zelfontplooiing, het welzijn, het sociale en gemeenschapsleven en de levenskwaliteit van de ouderen zowel binnen als buiten de voorziening te bevorderen.

§ 2. Het leefproject van de voorziening bevat minstens:

1° de opdrachten, de filosofie en de waarden van de voorziening;

2° de visie en de plannen van de voorziening op het gebied van gezondheid, gemeenschapsleven en, in voorkomend geval, vroegtijdige zorgplanning, met inbegrip van palliatieve zorg;

3° de stappen die zijn ondernomen om de beschreven visie en ambities uit te voeren.

§ 3. In ieder geval bevat het leefproject bepalingen die erop gericht zijn een antwoord te bieden op de volgende gezondheidsdeterminanten:

1° het sociale en gemeenschapsleven, met inbegrip van de aspecten die verband houden met de participatie van de ouderen, de diversiteit, de openheid van de voorziening voor het lokale leven en, desgevallend, de samenwerking met externe diensten en instellingen;

2° de door gezondheidsdiensten verstrekte gezondheidszorg, rekening houdend met de doeltreffendheid, veiligheid en relevantie ervan, met name inzake het tegemoetkomen aan de specifieke behoeften van ouderen;

3° de omgeving en de levenskwaliteit, met inbegrip van voeding en het eetplezier;

4° de begeleiding en inclusie van ouderen met cognitieve stoornissen of, in voorkomend geval, andere specifieke profielen die aangepaste begeleiding vereisen.

§ 4. Op basis van het leefproject van de voorziening leggen de beheerder, de directeur en het personeel, in samenwerking met de participatieraad, operationele doelstellingen vast voor de dagelijkse praktijk en indicatoren die het mogelijk maken om deze te evalueren.

In voorkomend geval worden de in het eerste lid bedoelde doelstellingen opgenomen in het actieplan ter verbetering van de praktijken bedoeld in artikel 217.

§ 5. Het leefproject van de voorziening wordt elk jaar door de beheerder, de directeur, het personeel en de participatieraad geëvalueerd. In voorkomend geval wordt het leefproject van de voorziening gewijzigd. Alle wijzigingen moeten worden meegedeeld aan de ouderen, in voorkomend geval hun vertegenwoordigers, en aan de personeelsleden.

§ 6. Het leefproject van de voorziening en de documenten betreffende de uitwerking, de evaluatie en de eventuele wijzigingen ervan moeten ter beschikking van Iriscare worden gesteld.

Afdeling 8. - Normen betreffende de hygiëne

Art. 23.

Deze afdeling is enkel van toepassing op serviceresidenties in mede-eigendom voor zover die vereisten onder de bevoegdheid van de beheerder vallen.

Art. 24.

De gebouwen worden in een perfecte staat van netheid gehouden; zij worden regelmatig onderhouden en beschut tegen vochtigheid of insijpeling.

Art. 25.

Het verwarmingssysteem is conform en wordt onderhouden overeenkomstig de toepasselijke wetgeving.

Art. 26.

Het vaste afval, met name het keukenafval, wordt in gesloten vuilniszakken opgeruimd die zó gesloten moeten zijn dat het afval zich niet kan verspreiden en de bepalingen ter bescherming van het leefmilieu worden nageleefd.

De voorziening schikt zich naar de uitgevaardigde richtlijnen om de selectieve ophaling te waarborgen.

Art. 27.

Drinkwater wordt gratis verstrekt en zo dat de ouderen er overal in de voorziening zelfstandig, op elk moment en naar believen toegang toe hebben.

Art. 28.

De lozing van het afvalwater moet permanent en in hygiënische omstandigheden worden gewaarborgd.

Art. 29.

Alle voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om besmettelijke ziekten te voorkomen, overeenkomstig de ordonnantie van 19 juli 2007 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid.

Art. 30.

Elke voorziening moet beschikken over een strategische voorraad persoonlijke beschermingsmiddelen waarvan de geldigheidsdatum niet overschreden is en die aangepast zijn aan het type ouderenvoorziening.

De in het eerste lid bedoelde voorraad moet ten minste één maand van de werking van de voorziening dekken.

De in het eerste lid bedoelde voorraad mag worden opgeslagen in een centrale ruimte die gemeenschappelijk is voor verschillende voorzieningen, op voorwaarde dat deze ruimte betere opslagomstandigheden garandeert en in noodgevallen altijd toegankelijk is.

Afdeling 9. - Norm betreffende het oproepsysteem

Art. 31.

De voorziening beschikt over een oproepsysteem waardoor de oudere op elk moment hulp kan vragen zonder het lokaal of het appartement waarin hij zich bevindt, te verlaten.

Het oproepsysteem bedoeld in het eerste lid is technisch zo ontworpen dat iedere oproep voortdurend kan worden gelokaliseerd en overdag en, in voorkomend geval, 's nachts snel kan worden beantwoord.

Als de voorziening over een intercomsysteem beschikt, moet dit door de oudere of op verzoek van de oudere kunnen worden uitgeschakeld vanuit de lokalen die hij betrekt. Dit systeem moet bovendien over een lichtgevend controlelampje beschikken dat aangeeft dat de luisterfunctie werd ingesteld.

Afdeling 10. - Norm betreffende de moraliteit van de beheerder en de directeur

Art. 32.

De beheerder en de directeur van de voorziening mogen niet in België of in het buitenland ingevolge een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing zijn veroordeeld wegens een van de misdrijven genoemd in Boek II, Titel VII, hoofdstuk V, VI en VII, Titel VIII, hoofdstuk I, II, IV en VI en Titel IX, hoofdstuk I en II van het Strafwetboek, of wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 29 van de ordonnantie, of voor misdrijven omschreven in de regelgeving voor ouderenvoorzieningen van de deelentiteiten die krachtens de Grondwet of wetten aangenomen krachtens deze laatste bevoegd zijn, behalve als het om een voorwaardelijke veroordeling gaat of als de betrokkene nog recht heeft op uitstel.

Afdeling 11. - Normen betreffende de facturatie

Art. 33.

Met uitzondering van de woningen voor ouderen moet elke voorziening die over een voorlopige werkingsvergunning of een erkenning beschikt aan de oudere een afschrift bezorgen van de toestemming om de prijzen te verhogen, uiterlijk dertig dagen vóór de opstelling van de eerste factuur waarin deze verhoging is begrepen.

Art. 34.

§ 1. Met uitzondering van de woningen voor ouderen stelt elke voorziening voor elke oudere een individuele rekening op, waarop duidelijk zijn vermeld:

1° de identiteit van de oudere;

2° een gedetailleerde opgave van alle lasten: de dagprijs - of maandprijs - voor de opvang of huisvesting, de beschrijving van de geleverde prestaties en, in voorkomend geval, de lijst van toeslagen en goederen en diensten die het voorwerp hebben uitgemaakt van voorschotten aan derden, zoals bepaald in bijlage I bij dit besluit;

3° het verschuldigde totale nettobedrag;

4° het bedrag betaald door de betrokkene;

5° het bedrag van de automatische of uitzonderlijke verminderingen, intern of extern aan de voorziening.

Deze rekening kan op elk moment ter plaatse door de oudere worden geraadpleegd. De oudere kan ook vragen deze informatie per e-mail te ontvangen.

§ 2. Een gedetailleerde maandelijkse factuur vermeldt de balans van de verschuldigde bedragen en ontvangsten. De factuur vermeldt de eenheidskosten van de toeslagen en van de goederen en diensten die het voorwerp hebben uitgemaakt van voorschotten aan derden als bedoeld in § 1, eerste lid, 2°.

De in het eerste lid bedoelde maandelijkse factuur wordt samen met alle bewijsstukken aan de oudere overhandigd.

Art. 35.

Alle maandelijkse facturen van de ouderen en de bewijsstukken moeten gedurende de wettelijke termijn voor de bewaring van boekhoudkundige en financiële documenten ter beschikking worden gesteld van de dienst Controle en Begeleiding.

Afdeling 12. - Normen betreffende de boekhouding

Art. 36.

Onder voorbehoud van de boekhoudkundige normen die van toepassing zijn op de overheidssector moet, wanneer verschillende voorzieningen door eenzelfde beheerder worden uitgebaat, voor elk van hen een aparte boekhouding worden gehouden.

Art. 37.

§ 1. De voorziening bezorgt Iriscare de gevraagde boekhoudkundige en financiële informatie.

§ 2. Onverminderd paragraaf 1 verstrekken voorzieningen die hun jaarrekening niet bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België deponeren, de jaarrekening jaarlijks aan Iriscare.

§ 3. De volledige boekhouding van de voorziening moet gedurende de wettelijke termijn voor de bewaring van boekhoudkundige en financiële documenten op elk moment ter beschikking van de dienst Controle en Begeleiding worden gesteld.