18 JANUARI 2024 – Besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor ouderen moeten voldoen, en van de bijzondere normen die gelden voor de groeperingen en fusies van voorzieningen

TITEL X. - SLOTBEPALINGEN

Art. 303.

§ 1. Op een met redenen omkleed verzoek van de beheerder kunnen de ministers afwijkingen van de in de artikelen 45, 48, 59, 170, 177, 179, § 1 en 183 bedoelde architectonische normen toestaan aan de voorzieningen.

De in het eerste lid bedoelde redenen die de toekenning van een afwijking door de ministers kunnen rechtvaardigen, zijn:

1° de vereiste van een naar behoren aangetoonde stedenbouwkundige beperking met betrekking tot het gebouw waarin de voorziening is gevestigd;

2° de onverenigbaarheid van een van de in het eerste lid bedoelde normen met het bestaan, in het gebouw waarin de voorziening zich bevindt, van structurele elementen die niet kunnen worden verplaatst;

3° het bewijs door de beheerder dat het door de architectonische norm in kwestie nagestreefde doel wordt bereikt met een ander middel dan dat waarin de norm voorziet.

§ 2. Een afwijking van de norm, zoals bedoeld in artikel 130, kan door de ministers worden toegestaan aan voorzieningen die op 1 januari 2024 over een specifieke vergunning tot ingebruikneming en exploitatie voor meer dan 200 plaatsen beschikten.

De in het eerste lid bedoelde afwijking staat de voorzieningen die hiervan genieten toe de toegestane plaatsen die ze bezitten boven de 200 plaatsen waarin de norm voorziet, te behouden, maar staat hen niet toe extra plaatsen te verkrijgen zolang hun maximaal toegestane capaciteit gelijk is aan of groter is dan 200 plaatsen.

Art. 307.

In afwijking van artikel 303 blijven de vóór 1 septembre 2024 toegekende afwijkingen van de architectonische normen geldig tot 1 septembre 2029.