18 JANUARI 2024 – Besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor ouderen moeten voldoen, en van de bijzondere normen die gelden voor de groeperingen en fusies van voorzieningen
HOOFDSTUK IX. - Specifieke normen voor rust- en verzorgingstehuizen
Art. 228.
§ 1. Onverminderd artikel 129 tot en met 224 moeten de rust- en verzorgingstehuizen voldoen aan de bepalingen van dit hoofdstuk.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk moet onder "voorziening" worden verstaan een rust- en verzorgingstehuis in de zin van artikel 1, 11°.
Art. 229.
Het rust- en verzorgingstehuis is bestemd voor de bewoners die sterk afhankelijk zijn van de hulp van derden om de handelingen van het dagelijks leven te kunnen verrichten en die beantwoorden daarnaast aan een van de afhankelijkheidscriteria zoals bepaald in artikel 148, 3°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 230.
De voorziening beschikt over ten minste vijfentwintig plaatsen.
Art. 231.
De voorziening omvat:
1° een polyvalente zaal uitgerust voor de collectieve praktijk van de ergotherapie en voor de collectieve activiteiten;
2° een zaal uitgerust voor de collectieve praktijk van de kinesitherapie.
Art. 232.
§ 1. De voorziening beschikt over voldoende verpleegkundig, verzorgend, paramedisch en psychosociaal personeel om voortdurend, zowel overdag als `s nachts, voor de begeleiding en de zorg van de ouderen in te staan.
Hiertoe, en onverminderd § 2 en de artikelen 233, 235 en 236, beschikt zij over het personeel opgelegd door het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rustoorden en in de rust- en verzorgingstehuizen voor bejaarden.
§ 2. De voorziening beschikt over ten minste 5 VTE's verpleegkundigen, waaronder een hoofdverpleegkundige.
Onverminderd het eerste lid beschikt de voorziening over:
1° een bijkomende hoofdverpleegkundige als de voorziening tussen 46 en 75 bewoners telt;
2° een bijkomende hoofdverpleegkundige als de voorziening tussen 76 en 105 bewoners telt;
3° een bijkomende hoofdverpleegkundige als de voorziening tussen 106 en 135 bewoners telt;
4° een bijkomende hoofdverpleegkundige als de voorziening tussen 136 en 165 bewoners telt;
5° een bijkomende hoofdverpleegkundige als de voorziening tussen 166 en 200 bewoners telt.
Art. 233.
Als de voorziening meer dan vijfenzeventig plaatsen telt, moet een van de hoofdverpleegkundigen afgevaardigd worden als coördinerend hoofdverpleegkundige, waarvan de functie en de vereiste minimumopleiding worden bepaald door de ministers.
Art. 234.
De hoofdverpleegkundige vervult de volgende taken:
1° de dagelijkse leiding over het verpleegkundig en verzorgend personeel;
2° de multidisciplinaire werking coördineren van het verpleegkundig en paramedisch personeel, het personeel voor reactivering, de kinesitherapeuten en de zorgkundigen;
3° de opname van nieuwe bewoners organiseren, met name door zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over hun gezondheidstoestand en hun medisch-sociale situatie;
4° ervoor zorgen dat het verpleegkundige, paramedische, kinesitherapeutische en psychosociale dossier van de bewoners bijgewerkt wordt;
5° in samenspraak met het multidisciplinaire team de voedingsstatus van de bewoner evalueren en voedingsadviezen en voorstellen formuleren voor een voedingsbeleid dat de voedingsbehoeften verzoent met het eetplezier;
6° in samenspraak met het multidisciplinair team voorstellen formuleren over de manier waarop bewoners met cognitieve stoornissen moeten worden behandeld, met name wat betreft de niet-medicamenteuze benadering en de revalidatietechnieken, in voorkomend geval in samenwerking met de referentiepersoon dementie.
7° de coördinerend en raadgevend arts bijstaan bij de uitoefening van zijn functie;
8° ervoor zorgen dat de behoeften van de bewoners op het gebied van kinesitherapie, ergotherapie en logopedie die zijn opgenomen in het zorgplan zo snel mogelijk worden ingevuld.
Vanaf 1 januari 2026 moet elk van de in het eerste lid bedoelde hoofdverpleegkundigen aantonen dat hij of zij ten minste 24 uur voortgezette opleiding heeft gevolgd op het gebied van teammanagement, efficiëntie en welzijn op het werk.
Art. 235.
Een verpleegkundige is zowel overdag als `s nachts aanwezig in de voorziening.
Art. 236.
§ 1. In elke voorziening wijst de beheerder een coördinerend en raadgevend arts aan die huisarts is en die uiterlijk twee jaar na zijn aanwijzing houder is van een attest verkregen na een specifieke opleidingscyclus te hebben gevolgd die toegang geeft tot de functie van coördinerend en raadgevend arts.
Het attest dat toegang verleent tot de functie van coördinerend en raadgevend arts kan worden verkregen na een opleidingscyclus met vrucht te hebben gevolgd van minstens 24 uur gespreid over maximaal twee jaar en die is erkend door Iriscare.
Deze opleidingscursus omvat minstens de volgende onderdelen:
1° de regelgevingen voor de voorzieningen voor ouderen, met inbegrip van de rust- en verzorgingstehuizen;
2° de specifieke kenmerken van de geriatrische geneeskunde;
3° de preventie van infecties en het beheer van de antibiotherapie;
4° de communicatietechnieken.
In de rust- en verzorgingstehuizen die zich op meerdere vestigingsplaatsen bevinden of waarvan de omvang de activiteit van meerdere coördinerend en raadgevend artsen vereist, wordt één van de coördinerend en raadgevend artsen aangeduid als leidinggevend coördinerend en raadgevend arts. Er wordt regelmatig overleg georganiseerd tussen de coördinerend en raadgevend artsen. De taakverdeling tussen de verschillende coördinerend en raadgevend artsen wordt schriftelijk vastgelegd.
§ 2. In overleg met de hoofdverpleegkundige(n) vervult de coördinerend en raadgevend arts de volgende taken:
1° het multidisciplinair overleg organiseren dat minstens om de twee maanden plaatsvindt; de aan de voorziening verbonden zorgverstrekkers nemen hieraan deel en de behandelend artsen worden uitgenodigd;
2° een beleid opzetten rond de beheersing van de zorginfecties, de preventie van doorligwonden en chronische wonden, mond- en tandzorg, incontinentie en palliatieve zorg;
3° de procedures bepalen inzake immobilisatie- en/of afzondering;
4° de medische activiteit coördineren in geval van gezondheidsrisico's voor de bewoners en het personeel, met inbegrip van de opsporings- en vaccinatieprogramma's;
5° het overleg organiseren met de klinisch apotheker en de hoofdverpleegkundige over de medicamenteuze behandeling van de bewoners om advies te geven aan de behandelend arts;
6° meewerken aan de organisatie van activiteiten inzake opleiding en voortgezette opleiding in het domein van de gezondheidszorg voor het personeel van het rust- en verzorgingstehuis en voor de betrokken behandelend artsen.
§ 3. De coördinerend en raadgevend arts staat, in samenwerking met de hoofdverpleegkundige(n), de directeur bij, met name bij:
1° het in artikel 217 bedoelde actieplan ter verbetering van de praktijken;
2° de betrekkingen met de behandelend artsen en met de huisartsenvereniging van het grondgebied waar het rust- en verzorgingstehuis is gevestigd.
§ 4. De coördinerend en raadgevend arts wordt als volgt aangeduid:
1° wanneer een functie van coördinerend en raadgevend arts vacant is, brengt de directeur onverwijld de Federatie van de Brusselse Huisartsenverenigingen en de Brusselse Huisartsenkring op de hoogte, en ook de huisartsen die er de bewoners verzorgen;
2° de kandidaten hebben ten minste dertig dagen de tijd om hun kandidatuur in te dienen;
3° binnen dertig dagen na de aanduiding door de beheerder brengt de directeur van het rust- en verzorgingstehuis de betrokken huisartsenvereniging, de dienst Controle en Begeleiding van Iriscare, de bewoners, de personeelsleden en de hoofdarts van het ziekenhuis of de ziekenhuizen waarmee het rust- en verzorgingstehuis een functionele band heeft, ervan op de hoogte;
4° minstens 75% van de prestaties van de coördinerend en raadgevend arts moeten worden uitgevoerd in het rust- en verzorgingstehuis. Tijdens zijn prestatie-uren mag hij de functie van behandelend arts niet vervullen.
§ 5. Als de coördinerend en raadgevend arts afwezig is, moet hij, in samenspraak met de directeur, voor vervanging zorgen om de continuïteit van zijn functie te verzekeren. Bij langdurige afwezigheid zonder vervanging neemt de directeur contact op met de Federatie van de Brusselse Huisartsenverenigingen en de Brusselse Huisartsenkring om een nieuwe coördinerend en raadgevend arts te vinden.
§ 6. Om zijn kwalificatie als coördinerend en raadgevend arts te behouden, moet de betrokken arts tijdens elke periode van twee jaar een voortgezette opleiding volgen van minstens 12 uur. Daarin moeten onderwerpen aan bod komen in verband met geriatrie, palliatieve zorg, het levenseinde, crisisbeheer of veranderingen in de regelgeving met betrekking tot deze onderwerpen.
Art. 237.
Ter ondersteuning van de zorg aan het levenseinde in de voorziening zijn de coördinerend en raadgevend arts en de hoofdverpleegkundige(n) verantwoordelijk voor de volgende zaken:
1° een palliatieve zorgcultuur ontwikkelen en het personeel bewust maken van de noodzaak ervan;
2° adviezen inzake palliatieve zorg formuleren voor het verpleegkundig, zorgkundig en paramedisch personeel, het personeel voor reactivering en de kinesitherapeuten;
3° de kennis van de in punt 2 bedoelde personeelsleden over palliatieve zorg bijwerken;
4° zorgen voor de naleving van de wetgeving inzake euthanasie en palliatieve zorg, en de naleving van de wilsbeschikking van de bewoner met betrekking tot zijn levenseinde en/of zijn wilsverklaring inzake euthanasie.