Bicommunautaire overeenkomst tussen de Rustoorden voor bejaarden, de Rust-en Verzorgingstehuizen, de Centra voor dagverzorging en de Brusselse verzekeringsinstellingen

Informele consolidatie

Gelet op de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen, met name artikel 3, § 1, 2°;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals gewijzigd bij het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 12 september 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, met name de artikelen 152, § 3, en 153, § 2;

Gelet op het besluit van 30 september 2021 tot uitvoering van artikel 3, § 1, tweede lid, van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen, gewijzigd bij het besluit van 8 september 2022 tot wijziging van het besluit van 30 september 2021 tot uitvoering van artikel 3, § 1, tweede lid van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen, met name artikel 2, 3°;

Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 18 januari 2024 tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor ouderen moeten voldoen, en van de bijzondere normen die gelden voor de groeperingen en fusies van voorzieningen, artikel 12;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 31 december 2018 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de financiering van zorg bij gebruik van zorgvoorzieningen over de grenzen van de deelstaat;

Gelet op de praktische regels bij het einde van het overgangsprotocol en vanaf 1 januari 2019 - tweede verticaal protocol van 22 mei 2019;

Gelet op de goedkeuring van de beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, van 24 september 2024;

Is het volgende overeengekomen tussen, enerzijds,

de Brusselse verzekeringsinstellingen,

en anderzijds,

de representatieve organisaties van de rust- en verzorgingstehuizen, van de rustoorden voor bejaarden en van de centra voor dagverzorging, erkend door het Verenigd College.

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze overeenkomst moet worden verstaan onder:

1° Iriscare: de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, zoals bedoeld in artikel 2 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;

2° Directie: de dienst Budget, Financiering en Monitoring van Iriscare;

3° Departement: het Departement Beleid Zorginstellingen van Iriscare;

4° Raad: de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van Iriscare, zoals bedoeld in artikel 21 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;

5° Commissie: de paritaire commissie "Ouderen" van Iriscare, zoals bedoeld in artikel 24 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;

6° Adviserend arts: de adviserend arts, zoals bedoeld in artikel 153 van de wet van 14 juli 1994of de instantie die bij ordonnantie zal worden aangewezen om de opdrachten van die adviserend artsen voort te zetten;

7° Instellingen: de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen en de centra voor dagverzorging, zoals bedoeld in artikel 34, 11° en 12° van de wet van 14 juli 1994;

8° Brusselse verzekeringsinstellingen: de instellingen, zoals bedoeld in artikel 2, 7°, van de ordonnantie van 21 december 2018;

9° Wet van 14 juli 1994: de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994;

10° Ordonnantie van 21 december 2018: de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen;

11° Rechthebbenden: de rechthebbenden, zoals bedoeld in artikel 3, § 2, van de ordonnantie betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen;

12° Comité: het Algemeen Beheerscomité van Iriscare, zoals bedoeld in artikel 11 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;

13° Koninklijk besluit van 3 juli 1996: het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;

14° Rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen: de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen, zoals bedoeld in artikel 34, 11° en 12° van de wet van 14 juli 1994;

15° Centra voor dagverzorging: de centra voor dagverzorging, zoals bedoeld in artikel 34, 11° van de wet van 14 juli 1994;

16° RIZIV: Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, zoals bedoeld in artikel 10 van de wet van 14 juli 1994;

17° NIC: Nationaal Intermutualistisch College, zoals bedoeld in de wet van 15 januari 1990 houdende de oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.

Artikel 2.

Deze overeenkomst bepaalt de nadere regels van en verduidelijkt de tegemoetkomingen in de kosten van de individuele zorgverstrekkingen in de oudereninstellingen, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, I, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Deze overeenkomst bepaalt eveneens de voorwaarden volgens dewelke gegevens die door middel van fotografische en optische techniek worden opgeslagen, verwerkt of meegedeeld, evenals hun weergave op papier of elke andere leesbare drager dezelfde bewijswaarde hebben als de originele gegevens.

HOOFDSTUK 2: BIJZONDERE BEPALINGEN

A. RUSTOORDEN VOOR BEJAARDEN EN RUST- EN VERZORGINGSTEHUIZEN

Artikel 3.

§ 1. De tegemoetkoming in de kosten van de individuele zorgverstrekkingen in de oudereninstellingen, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, I, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen is de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, zoals bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet van 14 juli 1994. Ze dekt het verzorgingspakket bedoeld in artikel 147, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996

§ 2. Voormelde tegemoetkoming is verschuldigd voor iedere verblijfsdag met ten minste één nacht, dus met opname vóór middernacht en ontslag na 8 uur 's de volgende dag.

De dag van opname en de dag van ontslag worden samen als één verblijfsdag gerekend, behalve wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn: opname van de rechthebbende vóór 12 uur op de dag van zijn opname en vertrek van de rechthebbende na 14 uur op de dag van zijn ontslag.

In de andere gevallen worden de verblijfsdagen van de rechthebbenden als volgt berekend:

  • bij opname vóór 12 uur de dag van zijn opname en vertrek vóór 14 uur de dag van zijn ontslag: de dag van opname wordt aangerekend;
  • bij opname na 12 uur de dag van zijn opname, ongeacht het uur van vertrek op de dag van zijn ontslag: de dag van ontslag wordt aangerekend.

Als een rechthebbende de dag van zijn opname overlijdt, is voormelde tegemoetkoming toch verschuldigd.

Een rechthebbende binnen eenzelfde rustoord voor bejaarden of rust- en verzorgingstehuis overbrengen van de afdeling rustoord voor bejaarden naar de afdeling rust- en verzorgingstehuis (of omgekeerd) of een patiënt in kortverblijf overbrengen naar een verblijf van lange duur, wordt niet beschouwd als een onderbreking van het verblijf of wijziging van rustoord voor bejaarden of rust- en verzorgingstehuis, maar eventueel als een wijziging van afhankelijkheidscategorie.

§ 3. Voormelde tegemoetkoming is niet verschuldigd wanneer de rechthebbende tijdelijk niet aanwezig is in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis.

§ 4. De rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen mogen op eigen verantwoordelijkheid collectieve vakantieverblijven voor hun opgenomen rechthebbenden organiseren en begeleiden. Zij rekenen de Brusselse verzekeringsinstellingen het bedrag bedoeld in § 1 aan. In het kader van collectieve vakantieverblijven worden veertien dagen per kalenderjaar toegekend.

Twee weken voor aanvang van het vakantieverblijf moeten de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen de Brusselse verzekeringsinstellingen daarvan schriftelijk op de hoogte brengen en hen daarbij een lijst bezorgen met de namen van de deelnemers, de data, de duur en de plaats van die verblijven.

§ 5. Als de rechthebbende een bijzondere tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de kosten van de verstrekkingen, zoals bedoeld in artikel 147 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, heeft ontvangen, dan is de tegemoetkoming, zoals bedoeld in § 1, niet verschuldigd.

§ 6. Rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen die verpleegkundigen tewerkstellen met een bijzondere beroepstitel of een bijzondere beroepsbekwaamheid van geriatrisch verpleegkundige (overeenkomstig het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in geriatrie of het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie) mogen aan de Directie de onderstaande bedragen aanrekenen. Die bedragen dienen om de bovenvermelde verpleegkundigen een premie voor bijzondere beroepstitels en –bekwaamheden te betalen en kunnen niet worden aangerekend voor bovenvermelde verpleegkundigen op wie het IFIC-barema, overeenkomstig artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2022 over de invoering van een nieuw loonmodel voor de gezondheidsinstellingen- en diensten die erkend en/of gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van toepassing is. De premie wordt berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepstitel of -bekwaamheid en in evenredigheid met het voltijds equivalent van de verpleegkundige gedurende één jaar tussen 1 september en 31 augustus:

  • 4. 500 euro x het aantal te financieren voltijdse equivalenten van verpleegkundigen in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis die over een beroepstitel van geriatrisch verpleegkundige beschikken;
  • 1. 500 euro x het aantal te financieren voltijdse equivalenten van verpleegkundigen in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis die over een beroepsbekwaamheid van geriatrisch verpleegkundige beschikken.

Die bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 110,51 in de basis 2004 = 100 en worden aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig artikel 6, 1° van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Om die bedragen te verkrijgen, moeten de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen de volgende gegevens aan de Directie bezorgen:

  • naam en voornaam van de betrokken verpleegkundigen;
  • hun rijksregisternummer;
  • een kopie van hun titels of bekwaamheden;
  • een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als verpleegkundige (of gelijkgestelde) hebben gepresteerd.

Na publicatie van een omzendbrief over die premie worden de bovenstaande gegevens volgens de volgende procedure doorgegeven:

  • Een ingevuld model, opgesteld door Iriscare en beschikbaar op de website van Iriscare, moet naar de Directie gemaild worden. Het bestand bevat de gegevens van alle werknemers die recht hebben op de premie.
  • Een papieren versie van hetzelfde document moet door een verantwoordelijke van het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis worden ondertekend en per post worden verzonden naar de Directie.
  • Als een werknemer voor de eerste keer een premie aanvraagt, moeten een getuigschrift, uitgereikt door de Vlaamse of Franse Gemeenschap (erkende opleiding), en een kopie van het contract naar de Directie gemaild worden.

De bovenstaande premie wordt jaarlijks in september door het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis aan de betrokken verpleegkundigen uitbetaald, in evenredigheid met hun voltijds equivalent tussen 1 september van het vorige jaar en 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepstitel, de beroepsbekwaamheid of de kopie van de erkenning door de bevoegde voogdijoverheid.

Iriscare stort het bedrag van de financiering aan de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen op voorwaarde dat de bovenstaande documenten uiterlijk op 31 oktober van het betrokken jaar naar de Directie worden doorgestuurd. Voor eenzelfde persoon kan de financiering van een van deze premies niet gecumuleerd worden met de financiering van een premie voor een andere titel of bekwaamheid, in dezelfde of een andere specialisatie.

§ 7. Rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen die verpleegkundigen tewerkstellen met een bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg (overeenkomstig het ministerieel besluit van 8 juli 2013 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de verpleegkundigen gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg) mogen aan de Directie het onderstaande bedrag aanrekenen. Dat bedrag dient om de bovenvermelde verpleegkundigen een premie voor de bijzondere beroepsbekwaamheid te betalen en kan niet worden aangerekend voor bovenvermelde verpleegkundigen op wie het IFIC-barema, overeenkomstig artikel 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2022 over de invoering van een nieuw loonmodel voor de gezondheidsinstellingen- en diensten die erkend en/of gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van toepassing is. De premie wordt berekend rekening houdend met de aanvangsdatum van de beroepsbekwaamheid en in evenredigheid met het voltijds equivalent van de verpleegkundige gedurende één jaar tussen 1 september en 31 augustus:

  • 1. 500 euro x het aantal te financieren voltijdse equivalenten van verpleegkundigen in het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis die beschikken over een bijzonder beroepsbekwaamheid met een bijzondere deskundigheid in de palliatieve zorg.

Dat bedrag is gekoppeld aan de spilindex 110,51 in de basis 2004 = 100 en wordt aangepast aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari van het jaar waarin de premie wordt betaald, overeenkomstig artikel 6, 1°, van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Om dat bedrag te verkrijgen, moeten de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen de volgende gegevens aan de Directie bezorgen:

  • naam en voornaam van de betrokken verpleegkundigen;
  • hun rijksregisternummer;
  • een kopie van hun bekwaamheden;
  • een kopie van hun arbeidsovereenkomst, de benoemingsbeslissing of de beslissing tot aanstelling en, voor ieder van hen, het aantal dagen of uren dat ze van 1 september van het vorige jaar tot 31 augustus van het lopende jaar (met eventueel de datum van indiensttreding en uitdiensttreding) als verpleegkundige (of gelijkgestelde) hebben gepresteerd.

Na publicatie van een omzendbrief over die premie worden de bovenstaande gegevens volgens de volgende procedure doorgegeven:

  • Een ingevulde model, opgesteld door Iriscare en beschikbaar op de website van Iriscare, moet naar de Directie gemaild worden. Het bestand bevat de gegevens van alle werknemers die recht hebben op de premie.
  • Een papieren versie van hetzelfde document moet door een verantwoordelijke van het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis worden ondertekend en per post verzonden worden naar de Directie.
  • Als een werknemer voor de eerste keer een premie aanvraagt, moeten een getuigschrift, uitgereikt door de Vlaamse of Franse Gemeenschap (erkende opleiding) en een kopie van het contract naar de Directie gemaild worden.

De bovenstaande premie wordt jaarlijks in september door het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis aan de betrokken verpleegkundigen betaald, in evenredigheid met hun voltijds equivalent tussen 1 september van het vorige jaar en 31 augustus van het lopende jaar, en rekening houdend met de geldigheidsdatum van de beroepsbekwaamheid.

Iriscare stort het bedrag van de financiering aan de rustoorden voor bejaarden en de rust- en verzorgingstehuizen op voorwaarde dat de bovenstaande documenten uiterlijk op 31 oktober van het betrokken jaar naar de Directie worden doorgestuurd. Voor eenzelfde persoon kan de financiering van deze premie niet gecumuleerd worden met de financiering van een premie voor een andere titel of bekwaamheid, in dezelfde of een andere specialisatie.

B. CENTRA VOOR DAGVERZORGING

Artikel 4.

§ 1. De tegemoetkoming in de kosten van de individuele zorgverstrekkingen in de oudereninstellingen, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, I, 3° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen is de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, zoals bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet van 14 juli 1994. Ze dekt het verzorgingspakket bedoeld in artikel 147, § 3 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, met uitzondering van de opname van personen jonger dan zestig jaar.

§ 2. Voormelde tegemoetkoming is verschuldigd voor iedere verblijfsdag van minstens zes uur. De opname moet uiterlijk om 12 uur plaatsvinden.

Als een rechthebbende tijdens een verblijfsdag overlijdt of in het ziekenhuis opgenomen moet worden, dan is de tegemoetkoming toch verschuldigd.

§ 3. Om recht te hebben op voormelde tegemoetkoming, moeten de centra voor dagverzorging een aanwezigheidsregister bijhouden met daarin voor iedere openingsdag de naam van de opgenomen rechthebbenden, het uur van hun aankomst en vertrek. In dat register worden dagelijks het aantal rechthebbenden en het uur van hun aankomst om 13 uur afgesloten en wordt het uur van hun vertrek aan het einde van de dag aangevuld.

In die aanwezigheidsregisters mogen geen losse bladen, blanco passages, doorhalingen of verbeteringen voorkomen. Ze moeten altijd geraadpleegd kunnen worden, hetzij door de adviserend artsen of door de door hen gedelegeerde medewerkers, of door het personeel van Iriscare. Ze moeten in de centra voor dagverzorging bewaard worden gedurende een periode van 5 jaar na de afsluiting ervan.

§ 4. Als de rechthebbende een bijzondere tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de kosten van de verstrekkingen, zoals bedoeld in artikel 147 van het bovenstaande koninklijk besluit van 3 juli 1996, ontvangen heeft, dan is de tegemoetkoming, zoals bedoeld in § 1, niet verschuldigd.

§ 5. Een rechthebbende die in een rust- en verzorgingstehuis of een rustoord voor bejaarden verblijft en al dan niet tegemoetkomingen ontvangt, kan geen aanspraak maken op de tegemoetkoming in een centrum voor dagverzorging, zoals bedoeld in § 1.

§ 6. De centra voor dagverzorging moeten het formulier voor het aanvragen van een tegemoetkoming in de vervoerskosten voor de rechthebbenden opgenomen in een centrum voor dagverzorging, conform het model dat is opgenomen in bijlage 1, ter beschikking stellen van de rechthebbenden en, indien nodig, de rechthebbende of zijn familie helpen om het in te vullen.

HOOFDSTUK 3: GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 5.

§ 1. a) De instelling dient de aanvraag tot een tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, of artikel 4, § 1, naargelang het geval, in bij de Brusselse verzekeringsinstelling, overeenkomstig artikel 152, § 3, of artikel 153bis, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, aan de hand van een formulier overeenkomstig het model in bijlage 2a.1., 2a.2. of 3a. naargelang het geval. In voorkomend geval is een formulier overeenkomstig het model in bijlage 9 bijgevoegd bij bijlage 3a.

De verklaringen op eer bedoeld in artikel 152, § 3, derde lid, 2°, 4° en 5°, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 zijn opgesteld volgens het model in bijlage 10.

Overeenkomstig voornoemd artikel antwoordt de Brusselse verzekeringsinstelling aan de hand van een formulier volgens de modellen in bijlage 2b en 2c of bijlage 3b en 3c, naargelang het geval.

b) In het kader van de opname bedoeld in artikel 12, § 2, van het besluit van 18 januari 2024 moet het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis de voorafgaande toestemming krijgen van de Brusselse verzekeringsinstelling (via de adviserend arts) van de begunstigde voor de opname van een persoon jonger dan zestig jaar. Deze aanvraag moet per aangetekende zending met ontvangstbevestiging worden gestuurd met behulp van het formulier in bijlage 2d1. Ze bevat alle documenten die nodig zijn voor het onderzoek van de aanvraag om tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven zoals bedoeld in artikel 152, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, met uitzondering van het aanvraagformulier bedoeld in bijlage 2a.2.

De betrokken Brusselse verzekeringsinstelling deelt haar beslissing over de voorafgaande toestemming van de opname tot het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis mee uiterlijk de vijftiende dag na ontvangst van de aanvraag (de poststempel geldt als bewijs). In afwijking hiervan wordt een kennisgeving van weigering per aangetekende brief met ontvangstbevestiging verzonden. De kennisgeving kan de vorm aannemen van een goedkeuring, weigering of vraag om bijkomende informatie. In het kader van de aanvraag tot voorafgaande toestemming beoordeelt de Brusselse verzekeringsinstelling (via de adviserend arts) de naleving van de voorwaarde bedoeld in artikel 12, § 2, 1°, van het besluit van 18 januari 2024 aan de hand van alle gegevens die zijn verstrekt in de aanvraag in bijlage 2d.1.

Als het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis een kennisgeving van goedkeuring ontvangt, heeft het vijfenveertig dagen vanaf de eerste dag na de datum van de voorafgaande toestemming van de verzekeringsinstelling om de persoon jonger dan zestig jaar op te nemen.

Als het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis geen uitdrukkelijke kennisgeving van de verzekeringsinstelling ontvangt, wordt de aanvraag om een voorafgaande toestemming stilzwijgend goedgekeurd vanaf de eerste dag na het verstrijken van de behandelingstermijn van vijftien dagen.

Zodra een persoon jonger dan zestig jaar is opgenomen in een rustoord voor bejaarden of rust- en verzorgingstehuis, heeft hij of zij de in § 6 bedoelde termijn om een tegemoetkoming aan te vragen voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven. Zodra deze termijn is verstreken en het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis geen aanvraag heeft ingediend, sluit de verzekeringsinstelling het dossier af.

Een opnameaanvraag voor een persoon jonger dan zestig jaar betreft elke nieuwe aanvraag, ofwel elke eerste aanvraag bij een rustoord voor bejaarden of rust- en verzorgingstehuis waar de persoon nog nooit heeft verbleven.

§ 2. De aanvraag tot herziening van de afhankelijkheidscategorie wordt door het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis bij de Brusselse verzekeringsinstelling, overeenkomstig artikel 153, § 2 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 ingediend met het formulier conform het model dat is opgenomen in bijlage 2a. De Brusselse verzekeringsinstelling antwoordt, conform voormeld artikel, met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 2b of 2c.

§ 3. De aanvraag tot verdere toekenning van de voormelde tegemoetkoming wordt door het centrum voor dagverzorging bij de Brusselse verzekeringsinstelling ingediend met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 3a en, in voorkomend geval, in combinatie met het formulier conform het model dat is opgenomen in bijlage 9. De Brusselse verzekeringsinstelling antwoordt, conform artikel 153bis, § 2 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 3b of 3c.

§ 4. De evaluatieschaal, zoals bedoeld in de artikelen 152, § 3, tweede lid en 153bis, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de instelling bij de Brusselse verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 4.

§ 5. Van het ontslag van de rechthebbende uit het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis, van zijn overlijden of van zijn transfer, wordt door het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis aan de Brusselse verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 5.

§ 6. Overeenkomstig artikel 153, § 2, eerste en tweede lid, en artikel 153bis, § 2, derde en vierde lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 wordt een aanvraag voor een tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven geacht te zijn goedgekeurd wanneer de Brusselse verzekeringsinstellingen de instelling waar de begunstigde is opgenomen in kennis stelt van een betalingsverbintenis of, indien ze deze instelling niet in kennis heeft gesteld, van een gemotiveerde beslissing tot weigering of een verzoek om bijkomende informatie, uiterlijk de vijftiende dag na ontvangst van de aanvraag. De stilzwijgende of uitdrukkelijke goedkeuring van de voornoemde aanvraag wordt ten vroegste van kracht op de dag van de opname indien de aanvraag werd ingediend binnen zeven dagen na de dag van de opname, of als dat niet het geval is, op de dag waarop de aanvraag is ingediend. De poststempel geldt als bewijs voor de datum van de aanvraag."..

Artikel 6.

§ 1. De Brusselse verzekeringsinstelling verbindt zich ertoe de tegemoetkoming, zoals bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 3, § 1 of artikel 4, § 1, rechtstreeks aan de instelling te betalen overeenkomstig de wet- en regelgeving ter zake.

§ 2. Daartoe maakt de instelling per rechthebbende en per kalenderkwartaal, een individuele kostennota op, conform het model opgenomen in de bijlage 6, gedeelte "individuele kostennota".

Bij die individuele kostennota gaat een verzamelkostennota voor de Brusselse verzekeringsinstelling, conform het model opgenomen in bijlage 6, gedeelte "verzamelkostennota".

§ 2/1. Op de verzamelkostennota, zoals bedoeld in § 2, tweede lid, wordt de door het ministerieel besluit van 22 december 2015 tot vastlegging van het model en het gebruik van de ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp en van de overeenstemmingsstrook te gebruiken door de inrichtingen voor geneeskundige verzorging opgelegde voornoemde overeenstemmingsstrook aangebracht.

§ 3. De individuele kostennota's worden opgemaakt in ten minste twee exemplaren, waarvan één naar de Brusselse verzekeringsinstelling en het andere naar de rechthebbende wordt verzonden.

§ 4. Zodra de Brusselse verzekeringsinstelling de individuele- en verzamelkostennota's, opgemaakt conform deze overeenkomst, ontvangt, is het bedrag verschuldigd, onder voorbehoud van latere wijzigingen.

§ 4/1. In geval van wijziging van het bedrag van de tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, en in uitzonderlijke gevallen die door de Raad bepaald kunnen worden, maakt het rustoord voor bejaarden of het rust- en verzorgingstehuis aan de Brusselse verzekeringsinstelling een correctiekostennota over, conform het model opgenomen in bijlage 7.

§ 4/2. De instellingen wordt gevraagd om vrijwillig bij de papieren factuur in verband met de tegemoetkoming, zoals bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 3, § 1 of artikel 4, § 1, een cd-rom met de facturatiegegevens te voegen, of die gegevens te bezorgen via MyCareNet, overeenkomstig de voorschriften van de Raad in de bijlage van de "Instructies aan de inrichtingen alle andere verstrekkers die gebruik maken van het Brusselse systeem voor de aflevering van facturatiebestanden en aan de Brusselse verzekeringsinstellingen" (beschikbaar op de website van Iriscare).

Gedurende een proefperiode zullen de Brusselse verzekeringsinstellingen de cd-roms ontvangen en uittesten.

De onderstaande procedure moet gevolgd worden:

1° De instellingen die dat wensen, schrijven zich in bij een van de softwareleveranciers die zich bij het RIZIV kenbaar hebben gemaakt;

2° Elke softwareleverancier verzendt naar het NIC een lijst van RIZIV-nummers van alle instellingen die klant zijn, met de vermelding “test” bij de RIZIV-nummers van de instellingen die zijn gekozen om een facturatietest uit te voeren (10 % van de klanten met een maximum van 10) en ook het facturatiekwartaal in kwestie. De instellingen die geen klant zijn van een softwareleverancier richten zich rechtstreeks tot de Coördinatiecel van het NIC (Manhattan Center, 7de verdieping, Bolwerklaan 21/7, 1210 Brussel);

3° Op het einde van de tests voor de softwareleveranciers bezorgt iedere Brusselse verzekeringsinstelling het resultaat van de tests aan het NIC met vermelding van: de naam van de leverancier, het aantal geteste facturatiebestanden, de resultaten (… OK / … NOK) en het slotadvies van de Brusselse verzekeringsinstelling (gunstig bij een foutenpercentage onder 5 %). Op basis van de resultaten die de Brusselse verzekeringsinstellingen meedelen, verleent het NIC de accreditering aan de softwareleveranciers die van vier Brusselse verzekeringsinstellingen op zes (waaronder de V.I. 100, 300 en 500) een gunstig advies gekregen hebben;

Voor de instellingen die geen klant zijn van een softwareleverancier is dezelfde procedure van toepassing;

4° Het NIC informeert de softwareleveranciers en de instellingen die geen klant zijn over hun accreditering en deelt mee vanaf welk kwartaal alle elektronische facturaties naar de Brusselse verzekeringsinstellingen verstuurd mogen worden. Bij die accreditering krijgt iedere leverancier of instelling een eigen erkenningsnummer;

5° Het NIC informeert het Departement over die accrediteringen, die op haar beurt de Brusselse verzekeringsinstellingen daarvan op de hoogte brengt via een omzendbrief en de accrediteringen van de softwareleveranciers op haar website publiceert;

6° De geaccrediteerde instellingen en de instellingen die NIC-geaccrediteerde software gebruiken, zullen van de Directie een eenmalige informaticapremie van 800 euro ontvangen nadat ze zich ertoe hebben verbonden hun facturatiegegevens op cd-rom samen met de papieren factuur te bezorgen, ten vroegste vanaf het kwartaal bepaald door het NIC. De lijst van die instellingen wordt per omzendbrief aan de Brusselse verzekeringsinstellingen bezorgd.

De facturen moeten samen met de kostennota’s binnen de termijnen in § 5 aan de Brusselse verzekeringsinstellingen bezorgd worden.

§ 5. Voor zover de instelling de in de §§ 2 tot en met 3 bedoelde driemaandelijkse individuele- en verzamelkostennota's indient uiterlijk op de twintigste van de eerste maand van het kalenderkwartaal na dat waarop ze betrekking hebben, stort de Brusselse verzekeringsinstelling aan het initiatief een som, gelijk aan de helft van het bedrag van de bovenstaande driemaandelijkse individuele- en verzamelkostennota's. De instelling moet daarbij op dezelfde dag een voorlopige nota indienen die als vervalbrief dient. De Brusselse verzekeringsinstelling betaalt uiterlijk de vijftiende dag van de tweede maand van het kalenderkwartaal in kwestie. De reeds betaalde som wordt afgetrokken van het bedrag op de individuele- en verzamelkostennota's die onmiddellijk daarop volgen.

Voor het eerste kwartaal dat in aanmerking komt vanaf de aansluiting van de instelling tot deze overeenkomst, betaalt de Brusselse verzekeringsinstelling aan de instelling een som die gelijk is aan de helft van het bedrag van de voorlopige nota. De voorwaarde hierbij is dat die instelling uiterlijk de vijftiende dag van de tweede maand van dat kwartaal een voorlopige nota indient die als vervalbrief dient.

Voor de financiële regularisatie van de tegemoetkoming, zoals bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 3, § 1 of artikel 4, § 1, die een nieuwe instelling ontvangt in het kwartaal van de erkenning en de twee daaropvolgende kwartalen, verricht de Brusselse verzekeringsinstelling de betaling ervan uiterlijk op het einde van het kwartaal waarin de driemaandelijkse individuele- en verzamelkostennota's werden ingediend door de instelling. De voorwaarde hierbij is dat de instelling de driemaandelijkse individuele- en verzamelkostennota's voor deze financiële regularisatie indient uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin haar het bedrag van die regularisatie wordt meegedeeld.

Als de individuele en verzamelkostennota's niet betaald zijn voor het einde van de tweede maand na de maand waarin ze zijn ingediend, is zonder ingebrekestelling een verwijlinterest verschuldigd vanaf de eerste dag na die termijn. De interest is gelijk aan het rentetarief van de depositofaciliteit van de Europese Centrale Bank, verhoogd met 1,75 %, die is vastgesteld op de vervaldatum van de betalingstermijn. Die verwijlinteresten zijn evenwel niet verschuldigd als de vertraging toe te schrijven is aan het laattijdig overmaken van de maandelijkse voorschotten bedoeld in artikel 202 van de bovenstaande gecoördineerde wet van 14 juli 1994.

De instelling moet haar individuele- en verzamelkostennota's indienen voor het einde van de tweede maand van het kalenderkwartaal na dat waarop ze betrekking hebben om recht te hebben op de verwijlinterest in geval van laattijdige betaling door de Brusselse verzekeringsinstellingen.

§ 5/1. In afwijking van de §§ 2, 3, 4/2 en 5 kunnen de instellingen met ingang van 1 januari 2023 de individuele- en verzamelkostennota's maandelijks aan de Brusselse verzekeringsinstellingen en de rechthebbenden overmaken. Vanaf 1 april 2023 is deze maandelijkse overmaking verplicht.

De individuele- en verzamelkostennota's worden uiterlijk op de twintigste van de maand volgend op de maand waarop deze betrekking hebben bij de Brusselse verzekeringsinstelling ingediend. De Brusselse verzekeringsinstelling betaalt binnen de twee weken te rekenen vanaf de ontvangst van de individuele- en verzamelkostennota's. Er kunnen geen voorschotten worden aangerekend of betaald.

Op het ogenblik dat de individuele- en verzamelkostennota's naar de Brusselse verzekeringsinstellingen worden verstuurd, bezorgt de instelling de rechthebbende de individuele kostennota, conform het model opgenomen in de bijlage 6, gedeelte "individuele kostennota".

§ 5/2. In afwijking van de §§ 4/2 en § 5, kan, met ingang van 1 januari 2023, de facturatie van voormelde tegemoetkoming gebeuren middels aflevering van facturatiegegevens aan de Brusselse verzekeringsinstellingen op elektronische drager. Vanaf 1 april 2023 is deze aflevering op elektronische drager verplicht. Vanaf die laatste datum wordt de toepassing van § 2/1 eveneens uitgesloten.

§ 5/3. De gegevens die door middel van fotografische en optische techniek worden opgeslagen, verwerkt of meegedeeld, evenals hun weergave op papier of op elke andere leesbare drager hebben dezelfde bewijswaarde als de originele gegevens wanneer de volgende toepassingsvoorwaarden worden vervuld:

1° de elektronische gegevensuitwisseling dient te verlopen overeenkomstig artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform. De door de instellingen en de Brusselse verzekeringsinstellingen gebruikte informaticasystemen moeten ervoor instaan dat de uitgewisselde gegevens systematisch en volledig bewaard worden. Bovendien moeten gegevens betreffende de identiteit van de verantwoordelijke voor het versturen evenals van diegene die ze uitgevoerd heeft, een volledige tijdsinformatie en de rapporten van de eventuele storingen die zijn vastgesteld tijdens de verwerking bewaard worden. De procedure van gegevensoverdracht moet voldoen aan de voorwaarden, zoals opgenomen in bijlage 8 bij deze overeenkomst.

2° Teneinde een softwarepakket toe te staan om IrisCareNet te gebruiken, moeten er een aantal administratieve stappen worden genomen, en moet er een aantal tests met het IrisCareNet-platform en met de Brusselse verzekeringsinstellingen worden uitgevoerd. De Coördinatiecel van het NIC (Manhattan Center, 7de verdieping, Bolwerklaan 21/7, 1210 Sint-Joost-ten-Node) komt tussen in de validatie van de softwarepakketten. De volledige procedure voor de aansluiting van een softwareleverancier wordt beschreven de documenten die beschikbaar zijn bij het NIC (https://share.intermut.be/IrisCare/Default.aspx).

§ 5/4. In afwijking van de §§ 5/1 en 5/2 kan, wanneer het om organisatorische of technische redenen niet mogelijk is om op 1 januari 2023 of 1 april 2023 maandelijks te factureren middels aflevering van facturatiegegevens op elektronische drager, besloten worden deze facturatiemogelijkheid en deze facturatieverplichting gelijktijdig uit te stellen naar latere data. Dit uitstel dient te worden goedgekeurd door de Raad.

§ 6. In geval van herhaalde tekortkomingen bij het opmaken en verzenden van de kostennota's en van de kennisgevingen van begin en einde verblijf wordt de instelling daarvan per aangetekende brief door de Brusselse verzekeringsinstelling op de hoogte gebracht. Als de instelling binnen dertig dagen geen maatregelen heeft getroffen om de vastgestelde tekortkomingen te verhelpen, deelt de Brusselse verzekeringsinstelling dat mee aan de Commissie. De Commissie overlegt dan welke maatregelen genomen moeten worden.

Artikel 7.

Verbintenissen van de instelling:

a) De instelling bezorgt aan de Brusselse verzekeringsinstellingen de documenten die laatstgenoemde nodig hebben voor de vergoeding van de gefactureerde kosten en voor de controle op de bepalingen in de wetgeving, regelgeving of overeenkomsten ter zake;

b) De instelling laat toe dat de lokale colleges, de (groepen van) personen aangewezen door Iriscare bezoeken afleggen die zij voor de uitoefening van hun functie nodig achten;

c) De instelling bezorgt jaarlijks aan Iriscare de statistische gegevens, die door de Commissie worden bepaald;

d) De instelling laat het personeel dat door Iriscare aangewezen wordt toe om bezoeken af te leggen en verstrekt hen de nodige inlichtingen zodat zij de gegevens kunnen controleren die de instelling aan Iriscare moet bezorgen in uitvoering van de ministeriële besluiten tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet van 14 juli 1994, voor de in artikel 34, 11° en 12°, van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen.

Om die informatie te verstrekken mogen in geen geval stukken die nodig zijn voor die controleopdracht verplaatst worden.

e) Bij overlijden van een rechthebbende die een rolstoel huurt, wordt de orthopedisch technoloog in de mobiliteitshulpmiddelen die de rolstoel verhuurt binnen drie dagen door de instelling geïnformeerd. Als een rechthebbende van een ROB-bed naar een RVT-bed overgebracht wordt, meldt de instelling dat aan de kinesitherapeut die zijn verstrekkingen vermeldt in het zorgdossier dat de instelling over de rechthebbende bijhoudt. Als een geschil over deze verbintenis aan de Commissie wordt voorgelegd, berust de bewijslast bij de instelling;

f) De instelling vermeldt in de toepassing Raas de naam en het INSZ-nummer van de directeur die instaat voor het dagelijks beheer van de instelling en ze houdt de gegevens up-to-date. Zijn naam zal in de authentieke bronnen worden vermeld als persoon met recht op toegang tot de toepassing "elektronische vragenlijst van Iriscare" en de toepassingen via e-Health. Via e-Health zal deze persoon zijn bevoegdheid in bepaalde functies eventueel kunnen delegeren.

Artikel 8.

De instelling verbindt zich ertoe noch aan de rechthebbenden, noch aan de Brusselse verzekeringsinstelling, voor de verstrekkingen die door de tegemoetkoming, zoals bedoeld in, al naargelang het geval, artikel 3, § 1 of artikel 4, § 1,, een ander bedrag te aan te rekenen dan het bedrag in de artikelen 3 of 4 van deze overeenkomst. Dat bedrag mag de instelling evenmin aanrekenen in de dagprijs.

De dagprijs omvat minstens de onderstaande kosten, die dus niet afzonderlijk gefactureerd mogen worden:

  1. de logements- en/of hotelkosten;
  2. de onderleggers en het onderhoud van het bedlinnen.

Rolstoelen (manuele standaardrolstoelen), krukken of looprekken (loophulpmiddelen voor volwassenen met vier vaste steunen of met twee vaste steunen en twee wielen zonder zit) voor personen die zich moeilijk zelfstandig kunnen verplaatsten, kunnen niet afzonderlijk worden aangerekend aan de rechthebbende.

In de rustoorden voor bejaarden en in de rust- en verzorgingstehuizen worden de kosten voor het incontinentiemateriaal inmiddels mee verrekend in de dagprijs. De instelling verrekent op de individuele kostennota van elke rechthebbende een korting van 0,30 euro voor elke verblijfsdag zoals bedoeld in artikel 3, § 2. Die tegemoetkoming wordt op de verzamelkostennota ten laste gelegd van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende onder het pseudocodenummer 468115. Op de individuele kostennota voor de rechthebbende wordt dat bedrag uitdrukkelijk afgetrokken van het persoonlijk aandeel van de rechthebbende in de dagprijs.

Dat bedrag is gekoppeld aan de spilindex 112,72 in de basis 2004 = 100 en wordt aangepast volgens de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

Bij de opname in de instelling en bij elke prijswijziging moet de rechthebbende of zijn familie duidelijk geïnformeerd worden over de dagprijs en alle eventuele toeslagen. Die worden in detail vermeld in de individuele kostennota overeenkomstig het besluit van het Verenigd College van 3 december 2009 tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor opvang of huisvesting van bejaarde personen moeten voldoen alsmede tot nadere omschrijving van de groepering en de fusie en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.

Iedere aanpassing van de dagprijs in de instelling moet vooraf aan Iriscare (de Directie) aangegeven worden, overeenkomstig het prijzenbeleid bepaald in het ministerieel besluit van 12 augustus 2005 houdende bijzondere bepalingen inzake prijzen voor de sector van de instellingen voor bejaardenopvang.

Artikel 9.

De Commissie treedt op om alle geschillen te voorkomen die kunnen ontstaan door toepassing van deze overeenkomst.

Bij inbreuken op de bepalingen van deze overeenkomst moet de instelling of de Brusselse verzekeringsinstelling aan Iriscare, bij wijze van strafbeding, een forfaitaire vergoeding van 125 euro per inbreuk storten.

De Raad beslist over de toepassing van de strafbedingen.

Artikel 10.

De instelling moet het RIZIV-nummer dat zij van de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV, zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 14 juli 1994, heeft ontvangen op alle documenten voor de rechthebbenden en de Brusselse verzekeringsinstellingen vermelden.

Artikel 11.

§ 1. Deze overeenkomst wordt, na goedkeuring ervan door de Raad, via elektronische weg met ontvangstbevestiging of per aangetekende post verzonden aan de instellingen en de Brusselse verzekeringsinstellingen, alsook de representatieve organisaties van de instellingen. De overeenkomst wordt gesloten voor een periode van ten minste twee jaar en wordt stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar, behoudens opzegging uiterlijk drie maanden voor de vastgestelde datum van verstrijken via elektronische weg met ontvangstbevestiging (professionelen@iriscare.brussels) of per aangetekende brief aan het Departement.

§ 2. De instellingen worden geacht tot deze overeenkomst te zijn toegetreden voor de duur ervan, behalve indien hun weigering tot toetreding tot de bepalingen ervan aan het Departement ter kennis werd gebracht. Deze weigering heeft slechts uitwerking indien ze via elektronische weg met ontvangstbevestiging (professionelen@iriscare.brussels) of per aangetekende post ter kennis werd gebracht tijdens de periode van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending, zoals bedoeld in § 1.

§ 3. Deze overeenkomst treedt in werking voor de toegetreden instellingen en voor de Brusselse verzekeringsinstellingen dertig dagen te rekenen vanaf de datum van verzending ervan overeenkomstig § 1.

§ 4. Deze overeenkomst eindigt automatisch en van rechtswege zodra binnen de Raad een nieuwe overeenkomst wordt goedgekeurd. Wanneer een nieuwe overeenkomst wordt afgesloten en deze de periode dekt die onmiddellijk volgt op een verstreken overeenkomst, behouden de instellingen voor wat hun toetreding of weigering tot toetreding betreft, de situatie waarin zij zich bevonden op de laatste dag van de overeenkomst, ofwel tot de dag waarop zij kennis geven van hun weigering tot toetreding tot de nieuwe overeenkomst, ofwel tot de dag waarop zij worden geacht te zijn toegetreden tot de nieuwe overeenkomst.

Artikel 12.

In afwijking van artikel 11 heeft de aansluiting bij deze overeenkomst door een nieuw erkende instelling of door een overgenomen of gefuseerde instelling, uitwerking vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het Departement de kennisgeving ontvangt over de aansluiting van de instelling tot deze overeenkomst. Daarbij wordt een uitzondering gemaakt als de aansluiting gebeurt binnen 30 dagen volgend op de dag waarop de instelling deze overeenkomst ontvangt. In dat geval heeft de aansluiting uitwerking vanaf de datum van de erkenning, van de overname of van de fusie.

Artikel 13.

In het kader van deze overeenkomst verbinden de partijen zich ertoe de geldende regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens na te leven en, met name de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens (gezamenlijk "de Privacywetgeving").

De Privacywetgeving is van toepassing gedurende de uitvoering van de diensten in verband met deze overeenkomst. De verwerkte persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden van deze overeenkomst, tenzij een wettelijke verplichting of een beroepsreglementering vereist dat de gegevens langer worden bewaard.

Opgemaakt te Brussel op 25 oktober 2022.

 

VOOR DE BRUSSELSE VERZEKERINGS-INSTELLINGEN:

· de Regionale Maatschappij van Onderlinge Bijstand van de Christelijke mutualiteiten voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, Haachtsesteenweg 579, 1030 Schaarbeek, ondernemingsnummer 0713.670.669;

 

 

· de Regionale Maatschappij van Onderlinge Bijstand van de Neutrale ziekenfondsen voor het Brussels Gewest, Charleroise Steenweg 145, 1060 Sint-Gillis, ondernemingsnummer 0713.674.926;

 

 

· de Regionale Maatschappij van Onderlinge Bijstand van de Socialistische Mutualiteiten voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, Zuidstraat 111, 1000 Brussel, ondernemingsnummer 0713.671.659;

 

 

· de Regionale Maatschappij van Onderlinge Bijstand van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Livornostraat 25 1050 Elsene, ondernemingsnummer 0713.873.874;

 

 

· de Regionale Maatschappij van Onderlinge Bijstand van de onafhankelijke ziekenfondsen voor het gebied Brussel-Hoofdstad, Lenniksebaan 788A, 1070 Anderlecht, ondernemingsnummer 0713.671.263;

 

 

· de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, in zijn hoedanigheid van Brusselse Hulpkas, Troonstraat 30A, 1000 Brussel, ondernemingsnummer 0206.732.437.

VOOR DE REPRESENTATIEVE ORGANISATIES VAN DE RUSTOORDEN VOOR BEJAARDEN, DE RUST- EN VERZORGINGSTEHUIZEN EN DE CENTRA VOOR DAGVERZORGING:

 

 

Bijlagen

1.Aanvraagformulier voor een tegemoetkoming in de reiskosten voor rechthebbenden die in een centrum voor dagverzorging zijn opgenomen

2.a.1. Aanvraag om een tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven

2.a.2. Aanvraag om tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in het kader van de opname van een persoon jonger dan zestig jaar

2.b. Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven

2.c. Weigering van tegemoetkoming voor verzorging in de handelingen van het dagelijks leven

2.d.1. Aanvraag om voorafgaande toestemming voor de opname van een persoon jonger dan zestig jaar

2.d.2. .Kennisgeving van voorafgaande toestemming voor de opname van een persoon jonger dan zestig jaar

3. Weigering van voorafgaande toestemming voor de opname van een persoon jonger dan zestig jaar

3.a. Aanvraag om tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging

3.b. Kennisgeving en betalingsverbintenis om de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging

3.c. Weigering van tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een centrum voor dagverzorging

4. Evaluatieschaal tot staving van de aanvraag om tegemoetkoming in een verzorgingsinrichting

5. Kennisgeving van einde huisvesting

6. Individuele- en verzamelkostennota

7. Correctiekostennota

8. Procedure van elektronische gegevensoverdracht

9. Attest van behandelend arts

10. Verklaringen op eer