Omzendbrief (Ref. CO GBP 09) van 28 januari 2020 betreffende de nieuwe revalidatieovereenkomsten voor de sector van de psychosociale revalidatie voor volwassenen (772-sector).

Ref. : CO GBP 09

Aan de Brussele verzekeringsinstellingen

Omzendbrief betreffende de nieuwe revalidatieovereenkomsten voor de sector van de psychosociale revalidatie voor volwassenen (772-sector).

 

Geachte mevrouw, Geachte heer,

Op 26 november en 12 december 2019 heeft de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen en vervolgens het Algemeen Beheerscomité zich gunstig uitgesproken over de nieuwe overeenkomsten met de zes Brusselse bicommunautaire centra voor psychosociale revalidatie voor volwassenen.

Die nieuwe overeenkomsten traden in werking op 1 januari 2020. Daarin worden nieuwe prijzen/forfaitaire bedragen bepaald die factureerbaar zijn aan de Brusselse verzekeringsinstellingen. Ze bevatten ook nieuwe bepalingen met betrekking tot de definitie van de rechthebbenden, de opvangduur enz.

Deze omzendbrief heeft als doel de verzekeringsinstellingen en hun adviserend artsen te informeren over deze onderwerpen en hun de nieuwe overeenkomsten te bezorgen (zie deel 1.3, 1.4, 2 en 3).

INHOUDSOPGAVE: zie link

CO GBP 9_CO SAP 9 – 28.01.2020 – Inhoudsopgave

 

1. Nieuwe bepalingen en andere wijzigingen in de overeenkomsten

1.1. Algemene beginselen met betrekking tot de nieuwe 772-overeenkomsten

Zes psychosociale revalidatiecentra voor volwassenen ondertekenden een overeenkomst met Iriscare als gevolg van de zesde staatshervorming:

  • Le Canevas (7.72.002.21): dagcentrum
  • Le Gué (7.72.005.18): dagcentrum
  • WOPS nachtcentrum (7.72.007.16): nachtcentrum
  • WOPS dagcentrum (7.72.008.15): dagcentrum
  • Club Antonin Artaud (7.72.009.14): dagcentrum
  • Wolvendael (7.72.017.06): residentieel centrum

Deze overeenkomsten werden overgenomen zoals ze waren, via bijakten die in werking traden op 1 januari 2019. Sommige van deze overeenkomsten waren oud (de oudste dateerde van 1978), verschilden van elkaar en waren niet meer up-to-date. Verschillende bepalingen ervan werden ook niet meer strikt toegepast door de centra.

Tijdens zijn vergadering van 5 september 2018 besloot het Verenigd College dan ook deze overeenkomsten te herzien en te actualiseren, rekening houdend met de huidige realiteit. De nieuwe overeenkomsten zijn gebaseerd op een gemeenschappelijke basisovereenkomst voor de zes 772-centra (zie de verstrekte details hierna, in deel 1.2). Daarnaast bevat elk van deze zes overeenkomsten ook specifieke bepalingen om rekening te houden met hun bijzonderheden op het vlak van behandeling, organisatie, omvang en begeleiding (cf. prijzen en capaciteiten in deel 2; gedetailleerde specifieke bepalingen gedeeltelijk bijgevoegd hierna).

Deze nieuwe overeenkomsten traden in werking op 1 januari 2020.

1.2. De voornaamste nieuwe bepalingen die van bijzonder belang zijn voor de r-mob’s

Er zijn verschillende nieuwe bepalingen opgenomen in de huidige 772-overeenkomsten. Hieronder vinden de R-MOB’s verduidelijkingen voor de toepassing ervan:

1.2.1. Rechthebbenden

Vanaf 1 januari 2020 worden de rechthebbenden van psychosociale revalidatiecentra voor volwassenen (772-sector) gefinancierd door Iriscare via de terugbetaling van verstrekkingen door een Brusselse verzekeringsinstelling gedefinieerd als volgt:

“Artikel 4.De patiënten die in aanmerking komen voor een psychosociale revalidatiebehandeling zijn volwassen patiënten van minimum 18 jaar tot maximum 67 jaar, die zich vrijwillig aanmelden voor deze behandeling. Jongere of oudere patiënten kunnen uitzonderlijk een psychosociale revalidatiebehandeling krijgen als blijkt dat de instelling de geschiktste plaats voor hun behandeling is, gelet op hun persoonlijke problematiek en de andere beschikbare zorgstructuren in het gebied van hun respectievelijke woonplaats.

Artikel 5. § 1. Patiënten worden toegelaten tot het revalidatiecentrum als ze lijden aan een psychopathologische aandoening en als door die psychiatrische problematiek hun psychologische en relationele functies aangetast zijn met negatieve gevolgen op sociaal vlak, d.w.z. grote moeilijkheden om hun huidige leefsituatie te handhaven door bijvoorbeeld teruggetrokkenheid, verlies van werk, problematisch sociaal gedrag, een gebrek aan zelfredzaamheid of uitsluiting waardoor de gezondheid van de persoon wordt ondermijnd. De gekozen diagnostische hypotheses zullen bepaald worden door de klinische casusformulering (opsommende beschrijving van de symptomen van het individu, contextualisering) en hun ‘ziektebeeld’ aan een of meer algemene syndromen uit de DSM-V te koppelen. Die laatste zijn:

  • schizofreniespectrumstoornissen en andere psychotische stoornissen;
  • bipolaire en verwante stoornissen;
  • depressieve stoornissen;
  • angststoornissen;
  • obsessief-compulsieve en verwante stoornissen;
  • stoornissen verbonden aan trauma’s en/of stressfactoren;
  • dissociatieve stoornissen ;
  • somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen;
  • persoonlijkheidsstoornissen;

§ 2. Patiënten met voornamelijk een aanhoudende verslaving aan psychoactieve middelen of met een eetstoornis zullen worden doorverwezen naar gespecialiseerde centra. Wanneer de verslaving of de eetstoornis echter niet langer overheerst, kunnen die patiënten in aanmerking komen voor een psychosociale revalidatiebehandeling, op voorwaarde dat ze onder een van de bovenstaande psychopathologische categorieën vallen.

§ 3. Het project en de psychosociale revalidatiebehandeling van de instelling omvat veel groepsactiviteiten en is daarom niet aangewezen voor rechthebbenden met een matige, ernstige, zeer ernstige of zware, of niet-gespecifieerde intellectuele ontwikkelingsstoornis (codes DSM-V 318.0, 318.1, 318.2x en 319).

§ 4. Een patiënt die niet onder een van deze psychiatrische categorieën valt maar baat kan hebben bij de psychosociale revalidatiebehandeling en zich aan de andere patiënten kan aanpassen, kan bij wijze van uitzondering worden opgenomen. In dit geval geeft de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de patiënt de toestemming voor de opname, na een gedetailleerd schriftelijk verzoek van de psychiatrische arts van de instelling.

Artikel 6. § 1. Rechthebbenden die in aanmerking komen voor de psychosociale revalidatiebehandeling van de instelling moeten aantonen dat ze het vermogen hebben om zich te ontwikkelen en dat ze willen herstellen tot een meer bevredigend psychosociaal functioneren via een therapeutisch project dat gepersonaliseerd, intensief en van beperkte duur is.

§ 2. Enkel rechthebbenden voor wie een multidisciplinaire behandeling wordt aanbevolen, komen in aanmerking voor de psychosociale revalidatie van de instelling.

Artikel 7. De instelling vangt patiënten op ongeacht hun politieke, filosofische, religieuze overtuiging, cultuur, vermeend ras, seksuele geaardheid of enig ander onderscheid van seksuele aard.“.

1.2.2. Beperking van de revalidatieduur

In de nieuwe overeenkomsten (artikel 24, § 2, behalve voor WOPS nachtcentrum: artikel 23, § 2) is een beperking van de mogelijke revalidatieduur vastgesteld, die niet bestond voor vijf van de centra, en worden de vroegere grenzen voor het nachtcentrum gewijzigd:

Vóór de nieuwe overeenkomst
tot 31.12.2019
Onder de nieuwe overeenkomst
vanaf 01.01.2020
Le Canevas
(7.72.002.21)
Geen beperking van de opvangduur Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
Le Gué
(7.72.005.18)
Geen beperking van de opvangduur Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
WOPS nachtcentrum
7.72.007.16)
Beperking van de opvangduur op grond van het ziektebeeld Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
WOPS dagcentrum
(7.72.008.15)
Geen beperking van de opvangduur Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
Club Antonin Artaud
7.72.009.14)
Geen beperking van de opvangduur Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
Wolvendael
(7.72.017.06)
Geen beperking van de opvangduur Beperking van de opvang tot 6 maand, verlengbaar tot 5 jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar
a) In geval van onderbreking

De maximale opvangperiode van vijf jaar gaat in op de eerste dag van de door een adviserend arts van de patiënt goedgekeurde periode, zonder onderbreking zoals vermeld in artikel 24, §§ 6, 7 en 8. Als de opvangperiode onderbroken wordt, zijn die laatste bepalingen van toepassing. Zij bepalen de onderbrekingen die moeten worden afgetrokken van de totale opvangperiode van vijf jaar. Daarnaast bepalen ze de voorwaarden om een opvangperiode voort te zetten of opnieuw aan te vragen binnen het maximum van vijf jaar.

Als de patiënt beantwoordt aan de criteria van artikel 24, § 8 blijft de al aangevatte maximumperiode van vijf jaar voortlopen wanneer hij een nieuwe aanvraag indient na een onderbrekingsperiode, behalve wanneer deze onderbrekingsperiode gelijk aan of langer dan een jaar is. In dat laatste geval wordt de latentieperiode van een jaar als voldaan geacht en heeft de patiënt opnieuw recht op opvangperiodes van zes maand tot een maximum van vijf jaar.

Het centrum moet overigens altijd een attest van stopzetting van de periode opsturen in geval van onderbreking. Dat moet gebeuren via een brief aan de adviserend arts van de patiënt.

b) In geval van verandering van gewest

De periodes die men in overweging moet nemen om de totale opvangperiode van de patiënt in een Brussels bicommunautair 772-centrum vast te stellen, zijn de periodes die worden toegekend voor opvang in een 772-centrum, ongeacht de deelentiteit van het land waarin die gelegen zijn.

Iriscare is immers van mening dat er een gelijkenis is tussen de revalidatieprogramma’s bij alle 772-centra van het land. De opvang in een ervan moet dus worden meegerekend voor de toegestane maximumduur. Dit beginsel draagt ook bij tot de beperking van eventuele buitensporige overdrachten van patiënten tussen gelijkwaardige centra in verschillende gewesten.

De Brusselse R-MOB’s moeten dus informatie inwinnen bij de verzekeringsinstellingen van de andere gewesten. Zo moeten ze te weten komen of een patiënt al werd opgevangen in een 772-centrum in de periodes voorafgaand aan de periode waarvoor een aanvraag is ingediend. Alle aanvaarde opvangperiodes in de voorgaande zes maand (maximum vijf jaar + een jaar latentieperiode) worden in acht genomen om de resterende periode te berekenen.

Als een patiënt is opgevangen in een centrum van een ander gewest tijdens wat men zou kunnen beschouwen als een latentieperiode in Brussel, wordt die periode dus niet beschouwd als een latentieperiode. De opvang in een ander gewest wordt dus mee opgenomen in het totaal van de toegekende periodes.

c) In geval van wijziging van R-MOB

Ook wanneer de patiënt minder dan zes jaar lang (vijf jaar + een jaar latentieperiode) zou aangesloten zijn bij de R-MOB (of vóór de zesde staatshervorming bij de verzekeringsinstelling waaruit de R-MOB voortkomt), moeten de R-MOB’s nagaan of de patiënt tijdens die periode van zes jaar veranderd is van R-MOB. Als dat zo is, moet de huidige R-MOB bij zijn vroegere R-MOB nagaan of hij een akkoord had gekregen om te worden opgevangen in een 772-centrum.

Alle opvangperiodes die aanvaard werden in de voorgaande zes jaar (maximum vijf jaar + latentieperiode) – ongeacht de R-MOB of, vóór de zesde staatshervorming, verzekeringsinstelling waaruit de R-MOB voortkomt – worden in acht genomen om de resterende periode te berekenen.

Het overeenkomstige artikel luidt als volgt:

“Artikel 24. § 1. De aanvankelijke psychosociale revalidatieperiode toegekend door de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende bedraagt zes maanden. Rekening houdend met de ingeschatte behoeften van de patiënt en van haar werkwijze mag de instelling altijd om een kortere revalidatieperiode verzoeken. Rekening houdend met de situatie van de patiënt en het centrum, kan de adviserend arts eveneens een kortere revalidatieperiode toekennen.
Rekening houdend met het beperkte aantal plaatsen bij de instellingen en de grote vraag naar dit type zorg in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en daarnaast rekening houdend met het specifieke karakter van psychosociale revalidatie – een intensieve opname van beperkte duur – spannen zowel de instelling als de adviserend arts zich altijd in om respectievelijk een psychosociale revalidatieperiode te vragen en toe te kennen die overeenstemt met de behoeften van de patiënt.

§ 2. De aanvankelijke psychosociale revalidatieperiode kan worden verlengd door de adviserend arts tot een totale duur die nooit de vijf jaar mag overschrijden. Daartoe dient de psychiater van de instelling een verlengingsaanvraag in bij de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende. Deze periode van vijf jaar vangt aan op de eerste dag van de eerste periode die de adviserend arts toekent. Als een revalidatieperiode onderbroken wordt, zijn de bepalingen uit §§ 6 tot en met 8 van artikel 24 van toepassing.

§ 3. Een patiënt mag zich richten tot een andere psychosociale revalidatie-instelling tijdens zijn opnameperiode toegekend bij een eerste instelling. In dat geval moet de andere instelling een nieuwe aanvraag indienen. Als de adviserend arts een nieuwe opname in een andere instelling toekent, mag de som van de duur van alle opnameperiodes in de verschillende psychosociale revalidatie-instellingen die de patiënt zou bezocht hebben – ongeacht of die een overeenkomst hebben met Iriscare of met de bevoegde instantie van een andere Belgisch gewest of gemeenschap – niet langer zijn dan een maximumperiode van vijf jaar voorzien in § 2. De Brusselse verzekeringsinstelling van de patiënt ziet er dus op toe dat de patiënt de maximale revalidatieduur niet kan overschrijden door zich tot verschillende psychosociale revalidatie-instellingen te wenden.

§ 4. Nieuwe psychosociale revalidatieperiodes van zes maanden of minder, en waarvan de som nooit meer mag zijn dan vijf jaar, mogen opnieuw toegekend worden door de adviserend arts na een latentieperiode van een jaar.

§ 5. Bijzondere opnameaanvragen voor patiënten met bijzondere behoeften (bijvoorbeeld een uitzonderlijke opnameaanvraag tijdens de wachttijd van 1 jaar) kunnen middels een omstandig verslag ingediend worden door de instelling, met vermelding dat dit een uitzonderlijke aanvraag is, bij de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende. Voor de behandeling van deze bijzondere en uitzonderlijke opnameaanvragen is de adviserend arts vrij om het advies van het Multidisciplinair College in te winnen.

§ 6. Het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode loopt ten einde voor de rechthebbende wanneer voor deze rechthebbende geen enkele “psychosociale revalidatiedag” werd verricht binnen de dertig opeenvolgende kalenderdagen.

§ 7. Het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode loopt ook ten einde wanneer de rechthebbende in een van de volgende zorginstellingen wordt opgenomen:

  • een psychosociale revalidatie-instelling die een psychosociale revalidatiebehandeling met internaatformule organiseert;
  • een psychiatrisch ziekenhuis of de psychiatrische dienst van een algemeen ziekenhuis als, in het kader van deze opname, de opnamedagprijs ten minste dertig keer kan worden aangerekend. bij een gedeeltelijke psychiatrische opname of waarvoor de opnamedagprijs ten minste dertig keer kan worden aangerekend, vervalt ook het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode;
  • een psychiatrische verzorgingstehuis;
  • een rusthuis voor bejaarden, behalve uitzondering toegekend door het Multidisciplinair College;
  • een rust- en verzorgingstehuis, behalve als het gaat om patiënten van minder 67 jaar.

§ 8. Als een behandelingsovereenkomst echter ten einde loopt naar aanleiding van de bepalingen in dit artikel, en als de rechthebbende nog aan de in artikel 4, 5 en 6 vermelde voorwaarden voldoet, kan hij nog altijd in een later stadium een nieuwe aanvraag voor een psychosociale revalidatiebehandeling indienen.“.

1.2.3. Overgangsperiode voor de inwerkingtreding van de nieuwe 772-overeenkomsten

Aangezien de beperking van de opvang tot een maximumperiode van vijf jaar, gevolgd door een latentieperiode van een jaar, een nieuwigheid is, zijn er overgangsmaatregelen vastgesteld voor patiënten die op 01.01.2020 het einde van deze maximumperiode bereiken. Dit zou immers administratieve problemen kunnen opleveren.

Er is voorzien in een overgangsperiode van zes maand volgend op de inwerkingtreding van de nieuwe overeenkomsten, dus tot 30.06.2020.

Hieronder ziet u de twee voornaamste denkbeeldige situaties:

a) Op 01.01.2020 is de patiënt al minstens viereneenhalf jaar opgevangen en wordt hij nog opgevangen in een 772-centrum overeenkomstig een door de adviserend arts toegekende periode, die zal eindigen voor 30.06.2020:

In dit geval kan er een opvangperiode worden toegekend, zodat de patiënt en het centrum het vertrek van de patiënt kunnen organiseren, alsook de eventuele begeleiding bij de voortzetting van de opvang. Deze bijkomende periode, die uitzonderlijk kan worden toegekend tot voorbij de maximumperiode van vijf jaar zonder het Multidisciplinair College om zijn advies te vragen, mag niet langer zijn dan zes maand en zal dus ten laatste aflopen op 30.06.2020.

b) Op 01.01.2020 is de patiënt al minstens viereneenhalf jaar opgenomen en wordt hij nog opgevangen in een 772-centrum overeenkomstig een door de adviserend arts toegekende periode, die zal eindigen na 30.06.2020:

In dit geval wordt de door de adviserend arts toegekende periode gehandhaafd, voor zover de R-MOB de aanvraag tot opname ten laatste op 31.12.2019 ontving, d.w.z. voor de beperking tot vijf jaar in werking trad.
De oude regels blijven van kracht voor de aanvragen die ontvangen zijn voor 31.12.2019.

De onderstaande tabel bevat voorbeelden van verschillende mogelijkheden om de opvangperiode, de resterende periode en de berekeningswijze tijdens de overgangsperiode te berekenen.

Situatie op 31.12.2019 Vanaf 01.01.2020 Overgangsperiode tot 30.06.2020
Aantal al voldane jaren opvang Aantal al voldane jaren opvang Totaal jaren opvang Rest van de lopende opvangperiode Aantal resterende jaren opvan Toevoeging van een mogelijke en maximale overgangsopvangperiod
In andere 772-centra In het specifieke centrum In alle mogelijke 772-centra In het specifieke centrum In het specifieke centrum In het specifieke centrum
A B C=A+B D E=5-C F ≤ 6 mois
Voorbeeld 1 2 jaar 0 jaar 6 maanden 2 jaar 6 maanden 0 2 jaar 6 maanden 0
Voorbeeld 2 2 jaar 0 jaar 6 maanden 2 jaar 6 maanden 1 jaar 1 jaar 6 maanden 0
Voorbeeld 3 2 jaar 0 jaar 6 maanden 2 jaar 6 maanden 0 jaar 1 maand 2 jaar 6 maanden 5 maanden
Voorbeeld 4 1 jaar 5 jaar 0 0 0 jaar 6 maanden
Voorbeeld 5 4 jaar 1 jaar 5 jaar 0 jaar 1 maand * 0 0 jaar 5 maanden
Voorbeeld 6 4 jaar 1 jaar 5 jaar 1 maand * 0 0

* De patiënt mag de door de adviserend arts toegekende opvangperiode uitdoen, zelfs wanneer het uiteindelijke totaal van de opvangperiodes de maximale vijf jaar overschrijdt, op voorwaarde dat de adviserend arts die laatste periode toekende voor 31.12.2019.

1.2.4. Akkoordaanvraag van een tegemoetkomingsperiode – aanvraag voor tenlasteneming

De akkoordaanvraag wordt bepaald in artikel 34, §§ 1 tot 3 van de overeenkomst en blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. Het te gebruiken aanvraagformulier werd tot nog toe niet veranderd.

1.2.5. Uitzonderlijke opvangaanvragen: principe en procedure

a)  Principe

Bij de uitwerking van de bijgevoegde overeenkomsten werd beslist om te voorzien in een systeem van uitzonderlijke aanvragen voor bepaalde patiënten met bijzondere behoeften. Het betreft met name, maar niet uitsluitend, patiënten die nog therapie mogen volgen bij een 772-centrum terwijl ze aan het einde van de maximale opvangperiode van vijf jaar zijn gekomen, die hun vaardigheden niet zelfstandig kunnen handhaven en die geen plaats kunnen vinden in een andere instelling of voor wie een andere instelling niet geschikt is.

b) Procedure voor de uitzonderlijke opvangaanvraag

Voor deze uitzonderlijke aanvragen kan het advies van het Multidisciplinair College worden gevraagd via de adviserend arts van de R-MOB van de patiënt. Het centrum stelt dan een omstandig verslag op en voegt het bij de tegemoetkomingsaanvraag. In dat verslag moet vermeld staan in welk opzicht de aanvraag uitzonderlijk is, in welk opzicht ze aan de bijzondere behoeften van de patiënt beantwoordt en dat het advies van het Multidisciplinair College wordt gevraagd.

De adviserend arts stuurt de tegemoetkomingsaanvraag en het omstandig verslag vervolgens op naar het Multidisciplinair College. Wanneer het Multidisciplinair College zijn advies heeft uitgebracht over de aanvraag in kwestie, bezorgt Iriscare dit advies aan de adviserend arts van de R-MOB van de patiënt.

De uiteindelijke beslissing ligt bij de adviserend arts.

De overeenkomstige bepaling bevindt zich onder artikel 24, §5 en luidt als volgt:”

“Artikel 24 (…) § 5. Bijzondere opnameaanvragen voor patiënten met bijzondere behoeften (bijvoorbeeld een uitzonderlijke opnameaanvraag tijdens de wachttijd van 1 jaar) kunnen middels een omstandig verslag ingediend worden door de instelling, met vermelding dat dit een uitzonderlijke aanvraag is, bij de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende. Voor de behandeling van deze bijzondere en uitzonderlijke opnameaanvragen is de adviserend arts vrij om het advies van het Multidisciplinair College in te winnen.”.

c) Eindverslag

In gevallen waarin een uitzonderlijke tegemoetkomingsaanvraag wordt ingediend, bepaalt artikel 34, § 5 dat het centrum ambtshalve aan de adviserend arts van de R-MOB van de patiënt een eindverslag bezorgt over de psychosociale revalidatie met de behaalde resultaten aan het einde van de toegekende revalidatieperiode. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen kan voor de opstelling van dit eindverslag altijd het gebruik van een model opleggen, maar heeft dat tot op heden nog niet gedaan.

Het centrum bezorgt dit eindverslag systematisch voor patiënten voor wie een uitzonderlijke opvangaanvraag werd ingediend, die werd goedgekeurd door de adviserend arts. In die gevallen moet het centrum dit verslag bezorgen zonder daar specifiek toe verzocht te worden.

Als een uitzonderlijke opvangaanvraag bezorgd werd door het centrum, maar niet werd goedgekeurd door de adviserend arts, moet het centrum dit verslag echter niet bezorgen.

De overeenkomstige bepaling bevindt zich onder artikel 34, § 5 en luidt als volgt:

“Artikel 34 (…) §5. Indien het Multidisciplinair College een bijzondere opnameaanvraag ontvangt, verbindt de instelling zich er ook toe via de adviserend arts van de bevoegde Brusselse verzekeringsinstelling een eindverslag over de psychosociale revalidatie met de aan het einde van de toegekende revalidatieperiode behaalde resultaten aan het Multidisciplinair College te bezorgen. De Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen kan voor de opstelling van dit eindverslag altijd het gebruik van een model opleggen.”.

1.3. Cumulatie

Voor Club Antonin Artaud, Le Canevas en Le Gué geldt een gemeenschappelijk cumulatieverbod.

Voor WOPS dagcentrum, WOPS nachtcentrum en Wolvendael geldt er een specifiek cumulatieverbod.

1.3.1. Voor Club Antonin Artaud, Le Canevas en Le Gué

Hieronder vindt u een overzicht van de bepalingen in verband met cumulatie zoals opgenomen in artikel 23 van de overeenkomst:

§ 1. Tijdens een psychosociale revalidatieperiode kan de patiënt geen zorgen toegediend krijgen en/of gebruik maken van:

  • het therapeutische programma van een ander geconventioneerd revalidatiecentrum;
  • een gedeeltelijke dag- of nachtopname in een psychiatrisch ziekenhuis of in de psychiatrische dienst van een algemeen ziekenhuis;
  • een door een psychiatrisch ziekenhuis voor haar ontslagen patiënten georganiseerde revalidatienazorgbehandeling.

§ 4. De patiënt kan niet opgenomen worden in een ziekenhuis of een 772 centrum met een internaatformule. De cumulatie met een gedeeltelijke ziekenhuisopname daarentegen kan wel, behalve voor een gedeeltelijke psychiatrische opname (conform § 1).

§ 5. “Rechthebbenden die in de volgende instellingen werden opgenomen kunnen, niet via het psychosociale revalidatieprogramma worden behandeld:

  • een psychiatrisch verzorgingstehuis;
  • een rusthuis voor bejaarden, behalve uitzondering toegekend door de adviserend arts; [conform punt 1.2.5 b]
  • een rust- en verzorgingstehuis, behalve als het gaat om bejaarden jonger dan 67 jaar zijn. Zij komen in aanmerking voor een opname in het kader van een psychosociale revalidatiebehandeling als ze beantwoorden aan de criteria van deze overeenkomst hieromtrent.“.

§ 6. De Brusselse verzekeringsinstellingen vergoeden enkel kinesitherapeutische, logopedische en verpleegkundige verstrekkingen als toeslag op de prijs van de “psychosociale revalidatiedag” wanneer die buiten de instelling worden uitgevoerd door verstrekkers die niet tot de personeelsformatie van de instelling behoren. Voor kinesitherapeutische en logopedische verstrekkingen worden enkel de verstrekkingen terugbetaald die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een ziekte die geen verband houdt met het psychiatrische probleem van de rechthebbende. Voor verpleegkundige verstrekkingen worden ook injecties met neuroleptica vergoed. Als dergelijke verstrekkingen aangewezen zijn voor een rechthebbende, moet dit in het in artikel 36 bedoelde medisch en therapeutisch dossier worden vermeld; als dergelijke verstrekkingen al noodzakelijk zijn op het moment waarop het in artikel 34, § 3, bedoelde medisch verslag wordt opgesteld, moet dit ook in het medisch verslag worden vermeld.

§ 7. Nota Bene: de bepalingen voor de cumulatie van een psychosociale revalidatieperiode met een verstrekking van de behandelende psychiater van de patiënt veranderen. De overeenkomst bepaalt dat de patiënt voortaan mag blijven worden terugbetaald voor de opvolging door zijn behandelende psychiater, op voorwaarde dat die niet de psychiater van het centrum is. De bepaling luidt als volgt:
Tijdens de door de adviserend arts van de patiënt toegestane psychosociale revalidatieperiode mag elke bijkomende verstrekking van de psychiater van de instelling voor de door de instelling opgenomen rechthebbenden niet worden terugbetaald, of de instelling al dan niet haar verstrekkingen factureert en ongeacht de plaats waar die verstrekkingen worden geleverd.

§ 9. Voorziet in een regel voor de terugvordering van onverschuldigde terugbetalingen:
Als een Brusselse verzekeringsinstelling ten onrechte tussenkomt in de kosten van de in § 1 bedoelde verstrekkingen kan deze Brusselse verzekeringsinstelling dit bedrag van de instelling terugvorderen. Indien nodig kan ze dit bedrag, op basis van de overeenkomst tussen de instelling en de patiënt, aan de betrokken patiënt factureren.”

1.3.2. Voor WOPS dagcentrum

De regels zijn bijna identiek. Er is voorzien in een uitzondering die de cumulatie toelaat van een revalidatieprogramma bij WOPS dagcentrum en een revalidatieprogramma bij WOPS nachtcentrum.

Artikel 23 bepaalt het volgende:
(…) kan een door de instelling opgevolgde patiënt tijdens dezelfde psychosociale revalidatieperiode normaal gezien geen zorgen toegediend krijgen die deel uitmaken van de volgende therapeutische of psychosociale revalidatieprogramma’s:

  • het therapeutische programma van een ander geconventioneerd revalidatiecentrum anders dan “le Centre Psychothérapeutique de Nuit de Woluwe Psycho Social”;
  • (…)

1.3.3. Voor WOPS nachtcentrum (cumulatie, onderbreking van de opvangperiode)

a) De specifieke cumulatieregels voor de centra WOPS dagcentrum en WOPS nachtcentrum

Artikel 22. § 1. De instelling moet haar patiënten een volledige medisch-psychosociale revalidatiebehandeling aanbieden die rekening houdt met de door hen geuite behoeften. Om deze reden en omdat de gelijktijdige behandeling van eenzelfde patiënt door twee verschillende zorgstructuren therapeutisch niet wenselijk is, kan een door de instelling opgevolgde patiënt tijdens dezelfde psychosociale revalidatieperiode normaal gezien geen zorgen toegediend krijgen die deel uitmaken van de volgende therapeutische of psychosociale revalidatieprogramma’s:

  • het therapeutische programma van een ander geconventioneerd revalidatiecentrum anders dan “le Centre Psychothérapeutique de Jour de Woluwe Psycho Social”;
  • een gedeeltelijke dag- of nachtopname in een psychiatrisch ziekenhuis of in de psychiatrische dienst van een algemeen ziekenhuis;
  • een door een psychiatrisch ziekenhuis voor haar ontslagen patiënten georganiseerde revalidatienazorgbehandeling.“.
b) Verbod tot opname onder bepaalde voorwaarden

Artikel 22. § 4. Als semi-residentieel centrum mag de instelling niet tussenkomen voor patiënten die in een ziekenhuis worden opgenomen.

§ 5. Rechthebbenden die in de volgende instellingen werden opgenomen kunnen, niet via het psychosociale revalidatieprogramma worden behandeld:

  • een psychiatrisch verzorgingstehuis;
  • een rusthuis voor bejaarden, behalve uitzondering toegekend door de adviserend arts; [conform punt 1.2.5.b]
  • een rust- en verzorgingstehuis, behalve als het gaat om bejaarden jonger dan 67 jaar zijn. Zij komen in aanmerking voor een opname in het kader van een psychosociale revalidatiebehandeling als ze beantwoorden aan de criteria van deze overeenkomst hieromtrent;
  • een initiatief beschut wonen.

§ 6. De Brusselse verzekeringsinstellingen vergoeden enkel kinesitherapeutische, logopedische en verpleegkundige verstrekkingen als toeslag op de prijs van de “psychosociale revalidatiedag” wanneer die buiten de instelling worden uitgevoerd door verstrekkers die niet tot de personeelsformatie van de instelling behoren. Voor kinesitherapeutische en logopedische verstrekkingen worden enkel de verstrekkingen terugbetaald die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een ziekte die geen verband houdt met het psychiatrische probleem van de rechthebbende. Als de patiënt in de instelling geïmmobiliseerd wordt, kunnen externe zorgverstrekkers hem uitzonderlijk verpleegkundige zorg en kinesitherapie verlenen. Voor verpleegkundige verstrekkingen worden ook injecties met neuroleptica vergoed. Als dergelijke verstrekkingen aangewezen zijn voor een rechthebbende, moet dit in het in artikel 35 bedoelde medisch en therapeutisch dossier worden vermeld; als dergelijke verstrekkingen al noodzakelijk zijn op het moment waarop het artikel 33, § 3, bedoelde medisch verslag wordt opgesteld, moet dit ook in het medisch verslag worden vermeld.“.

c) Wijziging van de revalidatieperiode bij vroegtijdig vertrek van de begunstigde

“Artikel 23. § 6. Het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode loopt ten einde voor de rechthebbende wanneer voor deze rechthebbende geen enkele “psychosociale revalidatiedag” werd verricht binnen de dertig opeenvolgende kalenderdagen.
De opnameperiode van de door de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende goedgekeurde psychosociale revalidatie verstrijkt voor het overblijvende deel als een rechthebbende de instelling verlaat zonder voorafgaande toestemming van de directie van de instelling. Dit betekent dus dat een datum van terugkeer naar de instelling vooraf niet werd vastgesteld en hij niet opnieuw wordt opgenomen in de instelling in de week die volgt op zijn ontslag.

§ 7. Het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode loopt ook ten einde wanneer de rechthebbende in een van de volgende zorginstellingen wordt opgenomen:

  • een psychosociale revalidatie-instelling die een psychosociale revalidatiebehandeling met internaatformule organiseert;
  • een psychiatrisch ziekenhuis of de psychiatrische dienst van een algemeen ziekenhuis als, in het kader van deze opname, de opnamedagprijs ten minste dertig keer kan worden aangerekend. Bij een gedeeltelijke psychiatrische opname of waarvoor de opnamedagprijs ten minste dertig keer kan worden aangerekend, vervalt ook het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode;
  • een psychiatrische verzorgingstehuis; 
  • een initiatief beschut wonen;
  • een rusthuis voor bejaarden, behalve uitzondering toegekend door de adviserend arts [conform punt 1.2.5 b];
  • een rust- en verzorgingstehuis, behalve als het gaat om patiënten van minder 67 jaar.“.
d) Onderbrekingstermijn

Om de integratie van de patiënten in hun gezin te bevorderen, kan de directie van het centrum een tijdelijke onderbreking van het revalidatieproces aanvaarden, op voorwaarde dat de resultaten van de psychosociale revalidatie niet in het gedrang komen. De dagen waarop de patiënten niet aanwezig zijn in het centrum om die reden worden niet beschouwd als revalidatiedagen en zijn dus niet terugbetaalbaar. Gelet op het intensieve karakter van de psychosociale revalidatie mag deze onderbreking niet langer zijn dan 14 dagen.

“Artikel 23. § 9. Om de inschakeling van patiënten in hun familiale omgeving te bevorderen, kan de directie van de instelling een patiënt toestemming geven om voorlopig het psychosociale revalidatieproces te onderbreken op voorwaarde dat de resultaten van de psychosociale revalidatie niet worden geschaad. De dagen waarop de patiënten om die reden de psychosociale revalidatie-instelling verlaten, mogen niet worden beschouwd als psychosociale revalidatiedagen en kunnen dus niet worden terugbetaald. Om het intensieve karakter van de psychosociale revalidatie te vrijwaren, mag de onderbreking van de psychosociale revalidatie in geen geval meer dan 14 dagen bedragen.“.

1.3.4. Voor Wolvendael

a) Verbod tot opname onder bepaalde voorwaarden

“Artikel 23. § 5. Rechthebbenden die in de volgende instellingen werden opgenomen kunnen, niet via het psychosociale revalidatieprogramma worden behandeld:

  • een psychiatrisch verzorgingstehuis; • een initiatief beschut wonen;
  • een rusthuis voor bejaarden, behalve uitzondering toegekend door de adviserend arts; [conform 1.2.5 b];
  • een rust- en verzorgingstehuis, behalve als het gaat om bejaarden jonger dan 67 jaar zijn. Zij komen in aanmerking voor een opname in het kader van een psychosociale revalidatiebehandeling als ze beantwoorden aan de criteria van deze overeenkomst hieromtrent.“.
b) Verbod van de revalidatieperiode in geval van voortijdig vertrek van de rechthebbende

“Artikel 24. § 6. Het resterende deel van een door de adviserend arts toegestane revalidatieperiode loopt ten einde voor de rechthebbende wanneer voor deze rechthebbende geen enkele “psychosociale revalidatiedag” werd verricht binnen de dertig opeenvolgende kalenderdagen.

De opnameperiode van de door de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de rechthebbende goedgekeurde psychosociale revalidatie verstrijkt voor het overblijvende deel als een rechthebbende de instelling verlaat zonder voorafgaande toestemming van de directie van de instelling – wat dus betekent dat een datum van terugkeer naar de instelling vooraf niet werd vastgesteld – en hij niet opnieuw wordt opgenomen in de instelling in de week die volgt op zijn vertrek.“.

1.4. Verstrekkingen en samenstelling van de prijzen

De samenstelling van de prijzen is gemeenschappelijk voor de centra Club Antonin Artaud, Le Canevas, Le Gué en WOPS dagcentrum, en specifiek voor WOPS nachtcentrum en Wolvendael.

1.4.1. Voor Club Antonin Artaud, Le Canevas, Le Gué en WOPS dagcentrum

Overzicht van de bepalingen met betrekking tot de samenstelling van de prijzen, zoals bepaald in artikel 15 en 16 van de overeenkomst:
§1. De prijs van de “psychosociale revalidatiedag” zoals gedefinieerd in artikel 13 dekt alle kosten in verband met de revalidatie.
§2. De instelling verbindt zich ertoe de rechthebbende geen toeslag op de in de eerste paragraaf van dit artikel vastgestelde prijs te vragen.
§3.  De kosten voor maaltijden en drank in de instelling kunnen echter wel aan de rechthebbenden worden aangerekend.
§4.  De instelling mag de rechthebbenden vragen om een bijdrage in de kosten van uitzonderlijke uitstappen.

Artikel 16:

Het personeel van de instelling:

  • mag de patiënt geen andere verstrekkingen aanrekenen tijdens zijn revalidatieperiode;
  • mag geen andere in de instelling geleverde verstrekking aanrekenen, ongeacht de patiënt:

Ҥ 1. De kosten voor verstrekkingen van het personeel van de instelling ten gunste van de rechthebbende die niets te maken hebben met de psychosociale revalidatie mogen nooit aan de rechthebbende noch aan de Brusselse verzekeringsinstellingen worden gefactureerd.

Deze bepaling is ook van toepassing op verstrekkingen die overdag door het personeel worden verleend buiten de instelling en op verstrekkingen die eventueel worden verleend door personen die op zelfstandige basis voor de instelling werken.

Deze bepaling is ook van toepassing op de verstrekkingen die uitzonderlijk in de instelling worden verleend aan patiënten buiten de periode van de psychosociale revalidatiebehandeling (met name voormalige patiënten of kandidaat-patiënten), of aan mensen uit de omgeving van de rechthebbende (ouders, partners, kinderen, …).

§ 2. De instelling verbindt zich ertoe alle passende maatregelen te nemen voor de naleving van dit artikel. Als de bepalingen van dit artikel niet worden nageleefd beschouwen de partijen dit als een grond voor beëindiging van de overeenkomst, op voorwaarde dat de instelling de kans heeft gekregen om de redenen voor het niet naleven van die bepalingen toe te lichten.“.

1.4.2. Voor WOPS nachtcentrum

a) Definitie van de factureerbare verstrekking

“Artikel 13. § 1. De in het kader van deze overeenkomst terugbetaalbare psychosociale revalidatieverstrekking is de “psychosociale revalidatiedag”.

§ 2. Per “psychosociale revalidatiedag” moet worden verstaan, elke dag met minstens één nacht waarbij de rechthebbende daadwerkelijk in de instelling wordt opgenomen om aan de psychosociale revalidatiebehandeling van de instelling deel te nemen. De dagen waarop de rechthebbende de nacht niet in de instelling doorbrengt (maar in een ziekenhuis, een andere revalidatie-instelling, in zijn familiale omgeving of om het even waar) kunnen in geen geval worden beschouwd als psychosociale revalidatiedagen.“.

b) Beschrijving van de prijs van de revalidatiedag

“Artikel 14. §1. De prijs van de in artikel 13 vastgelegde “psychosociale revalidatiedag“ wordt vastgesteld op basis van bijlage II en is een forfait dat de psychosociale revalidatiekosten in de instelling volledig dekt. De prijs omvat dus alle werkingskosten van de instelling, alle verstrekkingen van het personeel van de instelling en alle kosten voor interne en externe revalidatieactiviteiten (met inbegrip van het in de ateliers gebruikte materiaal, de toegangsprijs, de vervoerskosten voor activiteiten buitenshuis, enz.).

§ 2. Het centrum kan echter een forfait eisen voor de middagmaaltijden als een patiënt de dag doorbrengt in het centrum in het kader van de opvangdienst. Dat forfait mag in geen geval meer dan 2,05 euro bedragen. Dat maximumbedrag van 2,05 euro is gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen 105,10 (basis 2013) en wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen uit de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

§ 3. De kosten voor maaltijden en drank in de instelling kunnen echter wel aan de rechthebbenden worden aangerekend.

§ 4. Bovendien kan de instelling de rechthebbenden een beperkte bijdrage vragen in de kosten van bepaalde sociaal-culturele activiteiten die in het kader van het psychosociale revalidatieprogramma uitzonderlijk worden georganiseerd en waarin niet voorzien is in de overeenkomt en die buitenshuis plaatsvinden. Deze bijdrage mag echter nooit meer dan de helft bedragen van de specifieke kosten van deze activiteiten (inkomgeld, vervoerskosten voor de activiteiten buitenshuis enz.) en een rechthebbende mag nooit worden uitgesloten van deelname aan een activiteit om een of meerdere financiële redenen.

§ 5. De farmaceutische producten mogen aangerekend worden als toeslag op het in § 1 vastgelegde forfait.“.

1.4.3. Voor Wolvendael

a) Definitie van de factureerbare verstrekking

“Artikel 13. § 1. De in het kader van deze overeenkomst terugbetaalbare psychosociale revalidatieverstrekking is de “psychosociale revalidatiedag”.

§ 2. Onder “psychosociale revalidatiedag” wordt verstaan, elke dag waarop een patiënt een psychosociale revalidatiebehandeling krijgt gedurende ten minste 24 uur in de instelling, wat betekent dat hij tijdens die duur deelneemt aan door de instelling begeleide en georganiseerde psychosociale revalidatiesessies zoals vermeld in artikel 11 § 2.

§ 3. Binnen de grenzen van § 2 van dit artikel, worden de dag van opname en de dag van vertrek slechts als één psychosociale revalidatiedag in rekening gebracht, behalve wanneer de volgende voorwaarden samen vervuld zijn: opname van een rechthebbende vóór 12 uur op de dag van zijn opname en vertrek van de rechthebbende na 14 uur op de dag van zijn vertrek.

§ 4. Als de rechthebbende overlijdt op de dag van zijn opname zelf, is de betaling van een psychosociale revalidatiedag verschuldigd.

§ 5. Als verlof wordt toegekend, kan de dag van vertrek enkel in rekening worden gebracht als de rechthebbende de instelling verlaat na 14 uur en kan de dag van terugkeer enkel in rekening worden gebracht als de rechthebbende vóór 12 naar de instelling terugkeert.

§ 6. De in § 7 van dit artikel bedoelde terugbetaalbare verlofdagen worden ook als effectieve psychosociale revalidatiedagen beschouwd.

§ 7. Er mag een maximum van 24 door de directie van de instelling toegekende verlofdagen per jaar in rekening worden gebracht; het aantal verlofdagen dat in aanmerking komt voor terugbetaling staat in verhouding tot het gemiddelde van twee dagen per maand. Een ononderbroken verlofperiode mag niet langer duren dan twee weken of op het eind van de psychosociale revalidatie vallen.

§ 8. De dagprijs voor een psychosociale revalidatie is niet verschuldigd:

  • voor psychosociale revalidatiedagen die niet aan de voorwaarden van deze overeenkomst voldoen;
  • voor dagen waarop de rechthebbende in een ziekenhuisinstelling of een andere psychosociale revalidatie-instelling wordt opgenomen.“.
b) Bijkomende kosten inbegrepen in de prijs van de revalidatiedag

“Artikel 15. § 1. De prijs van de in artikel 13 vastgelegde “psychosociale revalidatiedag“ wordt vastgesteld op basis van bijlage II en is een forfait dat de psychosociale revalidatiekosten in de instelling volledig dekt. De prijs omvat dus alle werkingskosten van de instelling, alle verstrekkingen van het personeel van de instelling en alle kosten voor interne en externe revalidatieactiviteiten (met inbegrip van het in de ateliers gebruikte materiaal, de toegangsprijs, de vervoerskosten voor activiteiten buitenshuis, enz.). De verblijfskosten en het medisch, verpleegkundig, sociaalpedagogisch, psychologisch en ergotherapeutisch toezicht op de rechthebbenden zijn ook in de prijs van de psychosociale revalidatiedag inbegrepen.

§ 2. De verstrekkingen van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen mogen in rekening worden gebracht als toeslag op het in §1 bedoelde forfait, behalve wanneer het de verzorging verleend door verpleegkundigen betreft (artikel 8, § 1 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen).

De farmaceutische producten mogen aangerekend worden als toeslag op de in §1 van dit artikel bedoelde revalidatieverstrekking.

§ 3. Als de rechthebbende tijdens zijn verblijf in een psychosociale revalidatie-instelling een verstrekking ontvangt die krachtens §2 van dit artikel kan worden terugbetaald en in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen voorkomt, moet de instelling de zorgverstrekker verwittigen dat de rechthebbende in een psychosociale revalidatie-instelling verblijft en hem het identificatienummer van de instelling bezorgen. Bij die gelegenheid herinnert de instelling de zorgverstrekker eraan dat voor verstrekkingen met verschillende nomenclatuurcodes voor ambulante en in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden de codenummers van de nomenclatuur en de honoraria voor in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden van toepassing zijn en dat de getuigschriften voor verstrekte hulp het identificatienummer van de psychosociale revalidatie-instelling moeten vermelden in het hokje waar doorgaans het nummer van de ziekenhuisinstelling wordt ingevuld.

In het bijzonder voor verstrekkingen van klinische biologie moet de instelling aan de dienst Revalidatie voor elk laboratorium voor klinische biologie dat voor de instelling analyses uitvoert een document bezorgen dat bewijst dat het laboratorium voor klinische biologie instemt met de verplichtingen van deze overeenkomst om voor die analyses van klinische biologie de codenummers van de nomenclatuur en de honoraria voor in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden te gebruiken en om het identificatienummer van de psychosociale revalidatie-instelling op de getuigschriften voor verstrekte hulp te vermelden.

Telkens als de instelling een beroep wil doen op de diensten van een ander laboratorium voor klinische biologie moet ze dit document vooraf aan de dienst Revalidatie bezorgen.“.

c) Factureerbare dagprijs in het geval van activiteiten of opleidingen als aanvulling op de revalidatie

“Artikel 18.  § 3. Voor de in artikel 13, § 7 bedoelde verlofdagen die aldus door de Brusselse verzekeringsinstelling ten laste kunnen worden genomen, rekent de instelling aan die laatste de prijs van de psychosociale revalidatiedag aan die evenwel met het in artikel 18, § 5 van deze overeenkomst bedoelde bedrag wordt verminderd.

De instelling mag het bedrag van de vermindering van de verzekering voor geneeskundige verzorging uit het vorige lid niet van de rechthebbende terugvorderen.

§ 4. De in de instelling opgenomen rechthebbenden mogen, met de toestemming van de adviserend arts van de verzekeringsinstelling, naast de in deze overeenkomst bedoelde psychosociale revalidatiebehandeling een onderwijsprogramma of beroepsopleiding volgen buiten de instelling, een onbezoldigde beroepsstage volgen of gedurende de laatste twee maanden van hun verblijf in de instelling een bezoldigde beroepsactiviteit aan- of hervatten.

In dergelijke gevallen wordt de prijs van de psychosociale revalidatiedag teruggebracht tot 70 % op de dagen waarop voornoemde activiteiten effectief worden gevolgd buiten de psychosociale revalidatie-instelling en waarop de rechthebbende daardoor gedurende vier uur of meer de psychosociale revalidatiebehandeling van de instelling niet kan volgen.

De dagen waarop de rechthebbende volledig afwezig is en dus niet de psychosociale revalidatiebehandeling van de instelling volgt, worden niet terugbetaald.“.

2. Capaciteiten en prijzen

2.1. Algemene conventionele financieringsbeginselen van de 772-centra

De overeenkomsten van deze centra regelen hun administratieve en boekhoudkundige verplichtingen en stellen de na te leven criteria vast zodat de centra de terugbetaalbare revalidatieverstrekkingen kunnen factureren aan de R-MOB’s.

De prijzen van de terugbetaalbare verstrekkingen vloeien voort uit de personeelskosten en algemene kosten van het centrum. De personeelskosten omvatten de lonen en lasten van de nodige personeelsformatie om de in de overeenkomst beschreven opdrachten te vervullen. De algemene kosten stemmen overeen met deze opdrachten; ze omvatten een indexeerbaar gedeelte en een niet-indexeerbaar gedeelte. De som van de personeelskosten en de algemene kosten vormt het totale budget van het centrum. Het budget wordt gedeeld door de capaciteit van het centrum om de prijs van de verstrekking te bepalen. De capaciteit van het centrum is het theoretische gemiddelde aantal patiënten dat het centrum per openingsdag moet opvangen en dat wordt vastgesteld als zijnde 90% van de uitvoerbare capaciteit (100%) van het centrum. Het uitvoerig overzicht van deze prijzen kan men vinden in bijlage 2 bij de overeenkomst.

De overeenkomst berust op het therapeutisch project, dat aan de basis ligt van de praktijken van het door Iriscare gefinancierde centrum en ze beschrijft. Het project bepaalt het specifieke karakter van het zorgaanbod, de omvang van het vereiste team om dit project uit te voeren, het type geleverde verstrekkingen en de samenstelling ervan, de klinische context waarin deze verstrekkingen worden geleverd door het team en de theoretische referenties ter staving ervan. De centra zijn momenteel hun therapeutische projecten aan het bijwerken en de nieuwe versies zullen later worden voorgelegd aan de beheersorganen van Iriscare. Het therapeutisch project vormt de eerste bijlage bij de overeenkomst.

2.2. Wijziging van de facturatiecapaciteiten voor de verlaagde forfaitaire bedragen

Er zijn drie verschillende capaciteiten:

  • De uitvoerbare capaciteit = 100%. Deze wordt berekend op grond van het aantal patiënten per dag en het aantal openingsdagen.
  • De maximale capaciteit = 98% van de uitvoerbare capaciteit. Voorbij dit maximum mag het centrum de verstrekkingen niet meer factureren aan de volledige prijs of aan de verminderde prijs aan de R-MOB’s.
  • De normale capaciteit = 90% van de uitvoerbare capaciteit.
    Zodra deze drempelwaarde wordt bereikt, beschikt het centrum over het volledige budget zoals bepaald in de overeenkomst.
    Voorbij de normale capaciteit mag het centrum de verstrekkingen nog factureren aan verminderde prijs (50%), tot de maximale capaciteit is bereikt.

De facturatieregels voor verminderde prijzen voorbij de normale facturatiecapaciteit werden vereenvoudigd.

Voortaan kan het centrum, als het zijn (jaarlijkse) normale facturatiecapaciteit heeft bereikt, met 50% verminderde forfaitaire bedragen aanrekenen tot het de maximale facturatiecapaciteit heeft bereikt.

In de overeenkomsten is deze bepaling als volgt geformuleerd:

Artikel 21. § 1. Voor de verstrekkingen verricht boven de “normale facturatiecapaciteit” mag de instelling de Brusselse verzekeringsinstellingen een verminderde prijs aanrekenen die in de loop van dit kalenderjaar 50 % bedraagt van de in artikel 18 vastgelegde prijs.
§ 2. Dit verminderd forfaitair bedrag mag 424 keer per kalenderjaar worden aangerekend. Als deze contractuele bepaling in werking treedt in de loop van een kalenderjaar, eventueel na aanpassing van de overeenkomst via een bijakte, wordt het aantal verminderde forfaitaire bedragen dat de instelling mag aanrekenen berekend in verhouding tot het aantal maanden dat de overeenkomst in de loop van het desbetreffende kalenderjaar geldig is.”.

2.3. Nieuwe prijzen en nieuwe facturatiecapaciteiten voor de zes 772-centra

Club Antonin Artaud
7.72.009.14
Le Canevas

772.002.21

Le Gué
7.72.005.18
WOPS dagcentrum
7.72.008.15
WOPS nachtcentrum
7.72.007.16
Wolvendael
7.72.017.06
Prijzen: de forfaitaire bedragen kunnen evolueren op basis van het door het centrum effectief aangeworven personeel Als de werkelijke personeelskosten (maandelijks brutobedrag) met meer dan 1% stijgen of met meer dan 5% dalen ten opzichte van de door de geldende overeenkomst gefinancierde kosten, mogen de prijzen via een bijakte gewijzigd worden zonder wijziging van de beginselen in de overeenkomst
Prijs van een psychosociale revalidatiedag 206,29 € 177,39 € 219,73 € 194,15 € 281,67 € 236,90 €
Prijs van een halve psychosociale revalidatiedag nihil 88,70 € nihil nihil nihil nihil
Prijs van 70% van een psychosociale revalidatiedag nihil nihil nihil nihil nihil 165,83 €
Verlaagd forfaitair bedrag (50%) 103,15 € 88,70 € 109,87 € 97,08 € 140,84 € 118,45 €
Capaciteiten: evolueren slechts na een heronderhandeling van de overeenkomst
Normale facturatiecapaciteit 4 500 6 750 4 275 3 375 4 604 4 780
Maximale facturatiecapaciteit 4 900 7 350 4 655 3 675 5 013 5 205
Aantal factureerbare verlaagde forfaitaire bedragen (50%) 400 600 380 300 409 425
Gemiddeld aantal patiënten per dag 20 30 19 15 15 15
Max. aantal psychosociale revalidatiedagen per dag 40 39 25 20 15 15

3. Creatie van een functie “tewerkstellingsbegeleiding” bij het centrum Le Gué

De overeenkomst met het centrum Le Gué omvat twee onderdelen: de psychosociale revalidatiefunctie (bladzijde 5 tot en met 27) en de functie “tewerkstellingsbegeleiding” (bladzijde 27 tot en met 33).
De functie “tewerkstellingsbegeleiding” vormt een combinatie van de oude functies “job coach” en “job hunter”, waarbij hun opdrachten gehandhaafd en/of uitgebreid worden.
Die opdrachten worden gedefinieerd in het specifieke onderdeel van de overeenkomst (artikel 45 tot en met 56) – zie punt 6.2 hierna.

a) Opname van de definitie van de rechthebbenden in de inleiding van de overeenkomst

“6° “rechthebbenden” in onderdeel II – functie “tewerkstellingsbegeleiding”; de instellingen bedoeld in artikel 2, 6°, van de ordonnantie van 21 december 2018 betreffende de Brusselse verzekeringsinstellingen in het domein van de gezondheidszorg en de hulp aan personen. De verwijzing naar artikel 3, § 2, van de ordonnantie heeft tot gevolg dat de Brusselse verzekeringsinstellingen gedurende een overgangsperiode van drie jaar (eenmaal verlengbaar) dezelfde rechten zullen toekennen aan alle personen die verblijven in of een beroep doen op een psychosociaal revalidatiecentrum waarmee Iriscare een overeenkomst heeft gesloten, onafhankelijk van de wettelijke woonplaats. Deze definitie wordt aangevuld met de in artikel 47 van deze overeenkomst gedefinieerde toegangscriteria.”.

b) Opname en voorstelling van de opdrachten van de jobcoach en jobhunting

“Artikel 45. § 1. Deze met de vzw Le Gué gesloten psychosociale revalidatieovereenkomst voorziet in een functie tewerkstellingsbegeleiding binnen de instelling. De functie tewerkstellingsbegeleiding omvat de functies “job coach” en “job hunter” onder de verzamelnaam “tewerkstellingsbegeleid(st)er”. Die laatste oefent alle door hen voordien uitgevoerde activiteiten uit en zet verstrekkingen en activiteiten op touw die nuttig zijn om deze functie uit te bouwen en te versterken.

§ 2. Dit onderdeel van de overeenkomst verduidelijkt de werking van de functie tewerkstellingsbegeleiding en de opname ervan in de psychosociale revalidatieovereenkomst die al bij artikel 2 vastgesteld zijn.“.

“Artikel 46. § 1. De instelling maakt deel uit van het netwerk “Brussel-Oost” dat overeenkomstig artikel 107 van de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 7 november 2008, een overeenkomst met de FOD Volksgezondheid heeft gesloten. Binnen het zorgnetwerk van het Brussels Gewest neemt die geconventioneerde revalidatie-instelling deel aan functie 3 -”rehabilitatieteams die werken rond herstel en sociale inclusie”. De instelling beschikt hiertoe over een functie tewerkstellingsbegeleiding en draagt in die hoedanigheid actief bij tot het tewerkstellingsbeleid voor de doelgroep van het netwerk “Brussel-Oost”. Het netwerk “Brussel-Oost” is zelf opgenomen in een ruimer zorgnetwerk, vastgelegd in artikel 1 van deze overeenkomst, dat het “zorgnetwerk” in deze overeenkomst is.

§ 2. Het aanbod van de functie tewerkstellingsbegeleiding vult het bestaande aanbod aan van de actoren van het zorgnetwerk met wie de instelling actief samenwerkt. De tewerkstellingsbegeleid(st)er begeleidt samen met die actoren de rechthebbenden naar de arbeidsmarkt. Met betrekking tot de inhoud, duur en intensiteit is de begeleiding voldoende aangepast aan de behoeften van deze personen ingevolge hun psychische kwetsbaarheid om een daadwerkelijke en duurzame socioprofessionele herinschakeling te kunnen verwezenlijken.

§ 3. De tewerkstellingsbegeleid(st)er heeft als specifieke opdracht personen te begeleiden met het oog op hun socioprofessionele herinschakeling of het behoud van hun beroepsactiviteit. De herinschakeling en de activiteit worden aangepast aan de mogelijkheden en de capaciteiten van die personen die wegens met name een door een psychiater vastgestelde psychiatrische aandoening, geen beroepsactiviteit uitoefenen of problemen ondervinden bij de beroepsactiviteit die ze uitoefenen.“.

c) Rechthebbenden

Artikel 47. § 1. De tewerkstellingsbegeleiding is een programma dat verschilt van het psychosociale revalidatieprogramma. Ze richt zich tot de personen van het gebied van het zorgnetwerk die voldoen aan de voorwaarden van deze overeenkomst, met name die van artikel 4, 5 en 6, die lijden aan een psychiatrische ziekte of stoornis die geacht wordt voldoende stabiel te zijn opdat een daadwerkelijke en duurzame socioprofessionele herinschakeling kan plaatsvinden.

§ 2. Die personen moeten niet noodzakelijk vooraf het psychosociale revalidatieprogramma van de instelling of dat van een andere psychosociale revalidatie-instelling van het zorgnetwerk hebben gevolgd.

De doelgroep van de tewerkstellingsbegeleiding omvat dus de doelgroep van de instelling maar beperkt er zich niet toe.

De personeelsleden van de instelling die de functie van tewerkstellingsbegeleid(st)er uitoefenen doen dienst als tewerkstellingsbegeleid(st)er voor alle zorgnetwerken. De redenen waarom de tewerkstellingsbegeleid(st)er volledig deel uitmaakt van de personeelsformatie van de instelling waarmee deze overeenkomst werd gesloten, zijn louter organisatorisch. De personen die het psychosociale revalidatieprogramma van de instelling volgden vooraleer met een begeleiding te beginnen, mogen bijgevolg niet bevoordeeld worden bij de toegang tot die begeleidingen. Dit betekent dat de tewerkstellingsbegeleid(st)er op billijke wijze traject- en loopbaanbegeleidingen aanbiedt aan de personen van het gebied van het zorgnetwerk die voldoen aan de voorwaarden van deze overeenkomst, ongeacht of ze al dan niet vooraf het psychosociale revalidatieprogramma van de ins telling of dat van een andere psychosociale revalidatie-instelling van het zorgnetwerk hebben gevolgd.“.

Artikel 48. § 1. De behandelend psychiater van de rechthebbende of de psychiater van een vaak door de patiënt bezocht revalidatiecentrum moet vastgesteld hebben dat de betrokken rechthebbende voldoet aan de in artikel 47 vastgestelde voorwaarden.

§ 2. Voorafgaand aan de begeleiding informeert de instelling de adviserend arts van de patiënt aan de hand van een verslag met de vaststellingen van de psychiater. De psychiatrische ziekte of de stoornis voorspellen niet de mogelijkheid van een professionele inschakeling en mogen niet discriminerend zijn.“.

“Artikel 49. De in § 1 bedoelde rechthebbenden komen niet in aanmerking voor de traject- en loopbaanbegeleiding als ze opgenomen en gehuisvest zijn in een psychiatrisch ziekenhuis of een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis. De traject- en loopbaanbegeleiding mogen worden overwogen voor ambulante patiënten als de psychiater van de rechthebbende vindt dat dit verenigbaar is met hun ziekenhuisopname, wat hij moet aangeven in het verslag bedoeld in § 1.“.

d) Praktische regels voor de tewerkstellingsbegeleiding (activiteiten, prestaties, duur, …)

“Artikel 50. § 1. De tewerkstellingsbegeleid(st)er verricht “traject- en loopbaanbegeleiding”.

De “trajectbegeleiding” vindt plaats voor personen met wie na een eerste contact op het ogenblik van hun vraag werd vastgesteld dat er stappen konden worden ondernomen om werk te vinden.

De “loopbaanbegeleiding” vindt plaats vanaf het ogenblik dat die personen hun werk hervatten.

§ 2. Zelfs na de traject- en loopbaanbegeleiding blijft de tewerkstellingsbegeleid(st)er een gesprekspartner voor de rechthebbende, zijn werkgever en de actoren van het zorgnetwerk die betrokken zijn bij zijn begeleiding naar werk.“.

“Artikel 51. § 1. De doelstelling van de “trajectbegeleiding” is de socioprofessionele herinschakeling van de rechthebbende via de daadwerkelijke tewerkstelling van de rechthebbende. Die begeleiding omvat onder andere activiteiten zoals:

  • stages organiseren,
  • de persoon regelmatig begeleiden op de werkvloer (met het oog op zijn inschakeling, om het functioneren van de persoon in het oog te houden enz.),
  • opvolgingsbesprekingen (met de rechthebbende, de werkgevers enz.),
  • bepaalde administratieve formaliteiten in verband met de tewerkstelling van de rechthebbende in orde brengen,
  • steun bieden bij sollicitaties,
  • groepsworkshops (situatieworkshops, infosessies over de rechten van de werknemer, bedrijfsbezoeken,…) organiseren.

§ 2. Om trajectbegeleiding te kunnen krijgen, moet de rechthebbende:

  • ten minste aan één door een tewerkstellingsbegeleider georganiseerde collectieve infosessie hebben deelgenomen,
  • ten minste aan drie individuele sessies met een tewerkstellingsbegeleider hebben deelgenomen,
  • de instemming krijgen van zijn behandelende psychiater – eventueel met de hulp van de instelling, en
  • de instemming van de instelling krijgen om tewerkstellingsbegeleiding te volgen.

§ 3. “De loopbaanbegeleiding” begint als de rechthebbende, nadat hij eventueel verschillende activiteiten met betrekking tot werk en opleiding heeft gedaan, gepast werk (met betrekking tot de capaciteiten van de persoon, de werkomgeving enz.) heeft gevonden. De loopbaanbegeleiding houdt een tijdelijke opvolging van de rechthebbende in en heeft als doel een terugval (bijvoorbeeld toe te schrijven aan een slecht functioneren in de werkomgeving of (een) onderbreking(en) of stopzetting(en) van de activiteit) te voorkomen.

§ 4. De inhoud van de begeleidingen is een aanvulling op het aanbod van de actoren van het zorgnetwerk.

De tewerkstellingsbegeleid(st)er komt tussen bij initiatieven die door overheden worden ontwikkeld inzake begeleiding naar werk voor personen met een handicap en in het bijzonder voor personen met een psychiatrische aandoening (zoals vergaderingen 107, weken van de werkgelegenheid – en aanverwante – die worden georganiseerd in de gemeenten, jobbeurzen, enz.).“.

Artikel 52. Een cumulatie van traject- en loopbaanbegeleiding mag ten hoogste twee jaar duren. Een verlenging van een jaar kan aan de psychiater van de patiënt worden gevraagd, die in dit geval een omstandig verslag opstelt waarin staat waarom en hoe de patiënt die verlenging zal krijgen. Dit verslag wordt aan de adviserend arts van de Brusselse verzekeringsinstelling van de patiënt bezorgd.“.

4. Pseudocodes

Het  betreft pseudocodes die de centra kunnen gebruiken op hun facturen.

AMBULANT
Le Canevas
Club Antonin Artaud
Le Gué
WOPS dagcentrum
INTERNAAT
WOPS nachtcentrum
Wolvendael
Normale facturatie (prijs aan 100%) 772052 772063
Facturatie aan verlaagde prijs 70% – Wolvendael (dagactiviteiten buiten de instelling) 772063 + vermelding van het percentage en de berekening van de corresponderende prijs
Facturatie halve dag aan verlaagde prijs 50% – Le Canevas (halve revalidatiedag) 772052 + vermelding van het percentage en de berekening van de corresponderende prijs
Overschrijding van de “normale facturatiecapaciteit” (facturatie van een verlaagde prijs) 775633 775644
Inhaalforfait 783893 783904

5. Bijlagen

Psychosociale revalidatieovereenkomst en eigen bijlagen voor de centra:
– Bijlage 1: Le Canevas (7.72.002.21)
– Bijlage 2: Le Gué (7.72.005.18)
– Bijlage 3: WOPS Nachtcentrum (7.72.007.16)
– Bijlage 4: WOPS Dagcentrum (7.72.008.15)
– Bijlage 5: Club Antonin Artaud (7.72.009.14)
– Bijlage 6: Wolvendael (7.72.017.06)

 

Hoogachtend,

De Leidend Ambtenaar