19 FEBRUARI 2026 – Besluit tot vaststelling van de bevoegdheden van de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit moet worden begrepen onder "bijzondere wet" de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988, bij de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur, bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen en bij de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde staatshervorming.

Art. 2.

De heer Boris DILLIES, Voorzitter van het Verenigd College, is bevoegd voor de coördinatie van het beleid van het Verenigd College binnen de perken van artikel 77 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale Staatsstructuur.

Art. 3.

[De heer Ahmed LAAOUEJ en de heer Dirk DE SMEDT, leden van het Verenigd College, bevoegd voor Welzijn, Gezondheid en Openbaar Ambt, zijn samen bevoegd voor:

- het gezondheidsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet;

- het beleid inzake bijstand aan personen bedoeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet; en

- het openbaar ambt]1.

Art. 4.

[Mevrouw Elke VAN DEN BRANDT en de heer Laurent HUBLET, leden van het Verenigd College, bevoegd voor Gezinsbijslagen, Begroting en Externe Betrekkingen, zijn samen bevoegd voor:

- de gezinsbijslagen, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet;

- financiën, begroting en externe betrekkingen; en

- de filmkeuring, met het oog op de toegang van minderjarigen tot bioscoopzalen, zoals bedoeld in artikel 5, § 1, V, van de bijzondere wet.]2.

Art. 5.

De Leden van het Verenigd College zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 6.

Het besluit van het Verenigd College van 22 juli 2019 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot vaststelling van de bevoegdheden van de Leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt opgeheven.

Art. 7.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 15 februari 2026.