21 MEI 2026 – Besluit tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de kabinetten en de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
Artikel 1.
Elk lid van het Verenigd College beschikt over een kabinet waarvan de bevoegdheden zijn vastgesteld als volgt:
- 1° de opvolging van aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op het algemeen beleid van het Verenigd College of op de werkzaamheden van de Verenigde Vergadering;
- 2° de opzoekingen en studies die het persoonlijk werk van het lid van het Verenigd College vergemakkelijken;
- 3° het voorleggen van dossiers van het bestuur;
- 4° het in ontvangst nemen en openen van de voor hem of haar bestemde post;
- 5° zijn of haar persoonlijke briefwisseling;
- 6° het persoverzicht en de sociale media;
- 7° zijn of haar verplaatsingen;
- 8° de verzoeken om een onderhoud;
- 9° eventueel het secretariaat van het Verenigd College.
Art. 2.
§ 1. Elk kabinet bepaalt vrij het kader, de verdeling, de functiebenaming en de taken van heel zijn personeel. De aanwerving van het personeel en de vaststelling van hun loonschalen, premies en voordelen gebeuren onder strikt voorbehoud van de beschikbare begrotingsmiddelen die aan het betrokken kabinet zijn toegewezen.
§ 2. Bij een langdurige gezondheidscrisis kan het Verenigd College op voorstel van één of meerdere van zijn leden beslissen om een specifiek en uitzonderlijk crisisbeheerskader samen te stellen. Daartoe kan het personeelsbestand van één of meerdere kabinetten voor een bepaalde, indien nodig verlengbare duur worden uitgebreid. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten van de noodzakelijke aanvullende financiering voor het kabinet of de kabinetten in kwestie.
Art. 3.
De leden van het Kabinet worden aangesteld door de Voorzitter of het betrokken Lid van het Verenigd College.
Art. 4.
Gedetacheerde personeelsleden mogen hun functie niet blijven uitoefenen en evenmin de daaraan verbonden taken verder vervullen. Zij komen evenwel in aanmerking voor bevordering in hun administratie en nemen hun functie weer op bij het einde van hun opdracht.
Art. 5.
De betaling van maaltijdcheques, de hospitalisatieverzekering en abonnementskosten voor mobiele telefonie en openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer van de gedetacheerde personeelsleden van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie blijft ten laste van deze instelling.
Art. 6.
§ 1. Aan de personeelsleden van het kabinet die geen deel uitmaken van het personeel van de diensten van de Federale Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten wordt een kabinetsvergoeding toegekend die geldt als bezoldiging.
§ 2. Het lid van het Verenigd College stelt vrij de loonschaal vast die geldt voor elk lid van zijn personeel. Deze schaal dient verplicht overeen te stemmen met één van de schalen die gelden voor het personeel van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en moet worden bepaald in overeenstemming met het verantwoordelijkheidsniveau, de toevertrouwde taken en de ervaring van de aangeworven persoon.
Art. 7.
De kabinetsleden en -medewerkers hebben recht op kinderbijslag, een geboortetoelage, een haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld, een eindejaarstoelage en op elke andere toelage tegen het bedrag en onder de voorwaarden die gelden voor het personeel van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke gemeenschapscommissie.
Art. 8.
§ 1. Met het oog op de toekenning van de verplaatsingsvergoedingen wordt de gelijkstelling van de kabinetsleden en -medewerkers met de graden van de administratieve hiërarchie vastgesteld als volgt:
- de adjunct-Kabinetschef: met een ambtenaar van rang A4;
- de Kabinetsadviseurs en opdrachthouders: met ambtenaren van rang A3;
- De Kabinetsattaché's: met ambtenaren van rang A1;
- het personeel belast met uitvoerende taken: met het personeel van de ministeries die overeenstemmende functies uitoefenen.
Deze gelijkstelling mag niet tot gevolg hebben dat de kabinetsleden en -medewerkers die tot het ministeriepersoneel behoren, ondergebracht worden in een lagere categorie dan deze welke met hun graad overeenstemt.
§ 2. De personeelsleden van de federale ministeries, van een Gemeenschap of van een Gewest die deel uitmaken van een Kabinet en die hun woonplaats buiten het Gewest hebben, kunnen op kosten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een openbaar vervoersabonnement krijgen voor het traject van hun woonplaats naar de plaats waar het Kabinet gevestigd is.
§ 3. Kabinetsleden en -medewerkers kan worden toegestaan hun eigen auto te gebruiken onder de voorwaarden bepaald in het voormeld koninklijk besluit van 18 januari 1965 voor ambtenaren met wie zij krachtens dit artikel zijn gelijkgesteld. Zij hoeven geen ritboekje bij te houden. Het totaal aantal kilometer waarvoor het gebruik van de eigen auto is toegestaan, mag niet meer bedragen dan 6 000 km per jaar per begunstigde.
Art. 9.
Een soortgelijke regeling als deze bepaald in artikel 12, § 2 kan worden toegepast op de kabinetsleden en -medewerkers die geen deel uitmaken van het personeel van federale ministeries, van een Gemeenschap of van een Gewest maar wel behoren tot een rijksdienst, een andere overheidsdienst, een instelling van openbaar nut of een gesubsidieerde onderwijsinstelling.
Art. 10.
§ 1. Aan kabinetsleden en -medewerkers kan een kabinetstoelage worden toegekend die de onderstaande jaarbedragen niet mag overschrijden:
- adjunct-Kabinetschef: 6.465 euro;
- Kabinetsadviseur: 5.785 euro;
- Kabinetsattaché: 3.403 euro;
- personeel belast met de uitvoerende taken en vak- en dienstpersoneel: 2.382 euro.
§ 2. Onverminderd de kabinetstoelage bedoeld in het vorige lid, kan aan de kabinetsleden en -medewerkers een deskundigheidspremie worden toegekend die niet hoger mag zijn dan schaal A500, zoals die geldt voor het personeel van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. De toewijzing van deze deskundigheidspremie wordt vastgesteld binnen de perken van de begrotingsmiddelen die daarvoor zijn toegekend.
Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt de deskundigheidspremie gelijkgesteld met de regeling die van toepassing is op de kabinetstoelage bedoeld in de vorige paragraaf.
Art. 11.
§ 1. De geldelijke toestand van de Kabinetsleden en -medewerkers die geen deel uitmaken van het personeel van federale ministeries, van de gemeenschappen en van de gewesten en van de diensten van de Brusselse instellingen, maar wel behoren tot een rijksdienst, een andere overheidsdienst, een instelling van openbaar nut of een gesubsidieerde onderwijsinstelling, wordt geregeld als volgt:
1° wanneer de werkgever ermee instemt de uitbetaling van de wedde voort te zetten, ontvangt de betrokkene de kabinetstoelage bedoeld in artikel 10. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betaalt de wedde van het kabinetslid of de kabinetsmedewerker, desgevallend vermeerderd met de werkgeversbijdragen, eventueel terug aan de dienst van herkomst; de ten laste te nemen wedde mag evenwel niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de weddeschaal die door artikel 6 voor de overeenstemmende graad is bepaald;
2° wanneer de werkgever de uitbetaling van de wedde opschort, ontvangt de betrokkene de als wedde geldende kabinetstoelage zoals bedoeld in artikel 6. Deze toelage mag evenwel niet hoger zijn dan het bedrag van de wedde verhoogd met de toelage die de betrokkene zou ontvangen indien de bepalingen van punt 1° op hem van toepassing zouden zijn.
§ 2. De terugbetaling van de bezoldiging van de personeelsleden van de federale ministeries, van de gemeenschappen en van de gewesten die gedetacheerd zijn bij het Kabinet van de Voorzitter of van een Lid van het Verenigd College geschiedt overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd door de betrokken federale, gewest- of gemeenschapsregering.
Art. 12.
§ 1. Het lid van het Verenigd College kan volgens de hierna bepaalde voorwaarden een forfaitaire vertrektoelage toekennen aan de personen die een functie in een Kabinet hebben vervuld en die geen beroeps- of vervangingsinkomen of rustpensioen hebben. Een overlevingspensioen of bestaansminimum toegekend door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt niet beschouwd als een vervangingsinkomen.
§ 2. Deze forfaitaire toelage omvat:
- een maand kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van drie tot zes maanden;
- twee maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van zes maanden tot één jaar;
- drie maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van één jaar tot achttien maanden;
- vier maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van achttien maanden tot twee jaar;
- vijf maanden kabinetstoelage geldend als wedde voor een ononderbroken activiteitsperiode van meer dan twee jaar.
§ 3. De vertrektoelage wordt in schijven van een maand uitbetaald. De betrokkene moet iedere maand een verklaring onder ede indienen, waaruit blijkt dat hij of zij gedurende de betrokken periode geen beroepsactiviteit uitgeoefend heeft of voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 4.
De betrokkene dient iedere wijziging in zijn toestand te melden, op straffe geen aanspraak meer te kunnen maken op de bedoelde toelage.
§ 4. In afwijking van § 1 kan het lid van het Verenigd College een forfaitaire vertrektoelage toekennen aan de personen die in zijn of haar Kabinet een functie hebben vervuld en die hetzij uitsluitend een of meerdere deeltijdse functies bekleden bij een overheidsdienst of een gesubsidieerde onderwijsinstelling, hetzij van de Schatkist een of meerdere pensioenen voor een of meerdere onvolledige loopbanen ontvangen, hetzij een werkloosheidsuitkering ontvangen. In dat geval wordt de vertrektoelage overeenkomstig § 2 vastgesteld en, naargelang van het geval, verminderd met het totaalbedrag dat aan de betrokkene voor de overeenstemmende periode verschuldigd is, hetzij ter vergoeding van onvolledige functies, hetzij als pensioen of werkloosheidsuitkering.
§ 5. De toelagen en vergoedingen bepaald in artikel 10 worden niet in aanmerking genomen voor de vaststelling van de vertrektoelage. Er is geen vertrektoelage verschuldigd aan personen die vrijwillig hun functie stopzetten.
Art. 13.
Het besluit van de Regent van 30 maart 1950 de toekenning regelend van toelagen wegens buitengewone prestaties, het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries, alsook de toelage en kabinetstoelage bedoeld in artikel 6 van dit besluit zijn niet op hen van toepassing.
Art. 14.
§ 1. De vergoedingen en toelagen die bepaald zijn in de artikelen 6, 7 en 10 worden maandelijks na verloop van de termijn uitbetaald. De vergoeding of de toelage van de maand is gelijk aan 1/12de van het jaarbedrag. Wanneer de vergoeding of de toelage van de maand niet volledig verschuldigd is, wordt zij in dertigsten uitbetaald overeenkomstig de regel bepaald in het geldelijk statuut van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
§ 2. De vergoedingen en toelagen bepaald in de artikelen 6, 7 en 10 zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel van koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. Daartoe zijn zij gekoppeld aan het indexcijfer 138,01.
Art. 15.
Er mag niet worden afgeweken van de bepalingen van dit besluit tenzij met het akkoord van de regering. Indien evenwel een afwijking een verhoging van de voor het Kabinet van een Lid van het Verenigd College bestemde kredieten vergt, is tevens de voorafgaande akkoordbevinding van de Leden van het Verenigd College vereist die bevoegd zijn voor de Begroting.
Art. 16.
Het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 11 september 2014 tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de kabinetten van de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wordt opgeheven.
Art. 17.
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.