18 JANUARI 2024 – Besluit tot vaststelling van de erkenningsnormen waaraan de voorzieningen voor ouderen moeten voldoen, en van de bijzondere normen die gelden voor de groeperingen en fusies van voorzieningen

TITEL III. - Bijzondere normen die van toepassing zijn op de woningen voor ouderen

Art. 51.

§ 1. Onverminderd de algemene normen in Titel II, Hoofdstuk I, moeten woningen voor ouderen voldoen aan de bepalingen van deze titel.

§ 2. Voor de toepassing van deze titel moet onder "voorziening" worden verstaan een woning voor ouderen in de zin van artikel 2, 4°, a), van de ordonnantie.

HOOFDSTUK I. - Normen betreffende de overeenkomst

Art. 52.

§ 1. De overeenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur.

§ 2. De overeenkomst mag op elk moment ontbonden worden, op voorwaarde dat een opzegtermijn wordt nageleefd die niet korter is dan drie maanden in geval van ontbinding door de beheerder en twee maanden in geval van ontbinding door de bewoner.

De ontbinding gebeurt schriftelijk, hetzij bij aangetekende brief, hetzij bij aangetekende brief tegen ontvangstbewijs, uiterlijk twee werkdagen vóór het ingaan van de opzegtermijn.

De door de beheerder gegeven opzegtermijn is behoorlijk gemotiveerd; bij gebrek hieraan wordt de opzegging als niet gegeven beschouwd.

De bewoner die de overeenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn ontbindt, kan verplicht zijn een vergoeding te betalen, gelijk aan de maandelijkse huurprijs die de duur van de opzegtermijn dekt.

§ 3. In geval van ontbinding wegens medische redenen, bevestigd door een arts, mag de opzegtermijn voor de bewoner niet langer zijn dan dertig dagen.

In geval van overlijden van de bewoner, begint een opzegtermijn van dertig dagen ambtshalve te lopen op de dag van het overlijden.

In de gevallen in het eerste en tweede lid kunnen de partijen evenwel overeenkomen om deze opzegtermijn in te korten en de verplichting om de huurprijs te betalen te beperken tot de periode van werkelijke bewoning van de lokalen.

§ 4. Voor het overige zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de huurcontracten van toepassing.

HOOFDSTUK II. - Normen betreffende de plaatsbeschrijving en de waarborg

Art. 53.

De plaatsbeschrijving van de woning die de bewoner betrekt, wordt door hem en de directeur ondertekend en bij de overeenkomst gevoegd.

Als er geen omstandige plaatsbeschrijving werd opgesteld, wordt de bewoner geacht het gehuurde goed in dezelfde staat te hebben ontvangen als die waarin het zich op het einde van de overeenkomst bevindt, behoudens bewijs van het tegendeel door de beheerder.

Art. 54.

§ 1. Wanneer een waarborg wordt geëist, wordt hij door de partijen op een individuele rekening geplaatst, geopend op naam van de bewoner bij een financiële instelling, met de vermelding van de bestemming: "waarborg voor elke schuldvordering voortvloeiend uit de volledige of gedeeltelijke niet-uitvoering van de verplichtingen van de bewoner".

De interesten van de aldus geplaatste som worden gekapitaliseerd. Bij het einde van de overeenkomst wordt de gekapitaliseerde waarborg aan de bewoner of aan zijn rechthebbenden uitgekeerd, na aftrek van alle eventueel krachtens de overeenkomst verschuldigde kosten en vergoedingen;

In ieder geval mag de waarborgrekening, zowel wat het kapitaal als de interesten betreft, slechts gebruikt worden ten voordele van de ene of de andere partij en mits hetzij een schriftelijk akkoord gesloten tussen de partijen, opgemaakt op een latere datum dan die van het sluiten van de overeenkomst, hetzij een eensluidend verklaard afschrift van een gerechtelijke beslissing, wordt overgelegd.

§ 2. Het bedrag van de waarborg mag niet hoger zijn dan twee keer de maandelijkse huurprijs die in de overeenkomst bepaald is.

§ 3. Voor het overige zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de huurcontracten van toepassing.

HOOFDSTUK III. - Normen betreffende het vertrouwelijke dossier

Art. 55.

Een vertrouwelijk dossier wordt voor elke bewoner opgemaakt bij zijn opname. De verzameling van de in dit dossier vermelde gegevens, hun behandeling en de bijwerking ervan wordt verricht overeenkomstig de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en, indien nodig artikel 458 van het Strafwetboek.

Dit vertrouwelijke dossier omvat:

1° een afschrift van de individuele fiche of een document dat de daarin vervatte informatie bevat;

2° een exemplaar van de overeenkomst en de plaatsbeschrijving, ondertekend door de beheerder of de directeur en de bewoner;

3° een exemplaar van het huishoudelijk reglement, ondertekend door de beheerder of de directeur en de bewoner.

Onverminderd het door de dienst Controle en Begeleiding uitgeoefende toezicht mag het vertrouwelijke dossier, dat door de bewoner werd geviseerd, niet aan derden worden meegedeeld. Het kan op elk moment door de bewoner worden geraadpleegd.

Het vertrouwelijke dossier van elke bewoner wordt door de voorziening gedurende minstens drie jaar na zijn overlijden of vertrek bewaard.

HOOFDSTUK IV. - Veiligheids- en architectonische normen

Afdeling 1. - Veiligheidsnormen

Art. 56.

De voorziening zet elke bewoner aan zich tegen brand te verzekeren.

Afdeling 2. - Architectonische normen

Art. 57.

De voorziening is aangepast aan de bewoners.

Art. 58.

Iedere woning moet ten minste bestaan uit een leefruimte, een kookruimte, een slaapkamer en een van de andere lokalen gescheiden toilet, wastafel en een bad of douche, aangepast aan de bewoners.

De totale netto-oppervlakte van de leefruimte, de kookruimte en de slaapkamer bedraagt minstens 32 m2 voor 1 persoon en 40 m2 voor 2 personen.

Wanneer de slaapkamer zich in een aparte ruimte bevindt, bedraagt de netto-oppervlakte van de slaapkamer ten minste 12 m2.

Art. 59.

De voorzieningen die één of meer verdiepingen hebben boven of onder het normale evacuatieniveau, moeten, wat het aantal liften betreft, beantwoorden aan de norm NBN E52-019, wat moet worden aangetoond door een berekeningsnota conform voormelde norm of door simulatie.

Bij gebrek aan voormelde nota is per aangesneden schijf van 40 bewoners minstens één lift vereist.

Ten minste één lift moet minstens 2,1 m bij 1,1 m zijn om een draagberrie te kunnen vervoeren. Die lift moet alle verdiepingen van de voorziening bedienen.

Art. 60.

Glazen deuren, die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de bewoners worden door een op ooghoogte waarneembare contrasterende kleurstrook aangegeven.

Art. 61.

§ 1. De gemeenschappelijke en individuele toiletten moeten over een goede rechtstreekse verluchting of een degelijke ventilatie beschikken en gemakkelijk toegankelijk zijn. Elk toilet moet uitgerust zijn met ten minste één toegankelijke steunstang, een klerenhaak en een gemakkelijk bereikbare toiletpapierhouder, met papier, en met een sanitair aangepaste vuilnisbak.

§ 2. De deuren van de gemeenschappelijke en individuele toiletten gaan naar buiten open of zijn schuifdeuren. Elk toilet beschikt over een slot dat van buiten kan worden geopend.

Art. 62.

Het bad of de douche is aangepast aan de bewoners. Deze installaties moeten met een antislipbodem en steunstangen worden uitgerust.

De straal van de douche is richtbaar.

HOOFDSTUK V. - Normen betreffende de directeur

Art. 63.

De directeur moet tijdens de kantooruren kunnen worden gecontacteerd en op afspraak beschikbaar zijn, minstens vier uur per week, verdeeld over minimaal twee dagen, waarvan minstens een uur na achttien uur.

Art. 64.

Onverminderd artikel 205, § 1, mag de directeur directeur zijn van een andere voorziening voor ouderen, zoals bedoeld in artikel 2, 4°, van de ordonnantie, voor zover de voorzieningen zich op dezelfde vestigingsplaats bevinden en door dezelfde beheerder worden beheerd.

Art. 65.

De directeur moet minstens houder zijn van een diploma hoger niet-universitair onderwijs en een opleiding van minstens 100 uur hebben gevolgd.

Er wordt aan de in het vorige lid bedoelde voorwaarden voldaan als uit een vergelijking van de diploma's, getuigschriften, attesten, andere titels en relevante ervaring waarover de kandidaat beschikt met het vereiste diploma en de vereiste opleiding, blijkt dat hij aan de vereiste voorwaarden voldoet

In afwijking van het eerste lid en voor een maximumduur van twee jaar mag de beheerder een persoon die de opleiding tot directeur volgt, als directeur in dienst nemen.

Art. 66.

De succesvolle afronding van de in artikel 65 bedoelde opleidingen, waarvan de inhoud door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde wordt erkend, wordt door een attest bekrachtigd, na de evaluatie van de kandidaat, zowel op het vlak van zijn regelmatige aanwezigheid als van zijn kennis en geschiktheid.

Art. 67.

§ 1. De directeur moet deelnemen aan een voortgezette opleiding van minstens 24 uur per jaar. Die opleidingen moeten op zijn laatst één maand voor de organisatie ervan door de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde worden erkend.

§ 2. De ministers kunnen verplichte thema's vastleggen voor de in § 1 bedoelde voortgezette opleiding.