LC Proc 03/1 – 08 AUGUSTUS 2025 – vaststelling van het verblijfsrecht en gegevensverwerking met betrekking tot de verblijfssituatie van het buitenlands kind

LC Proc 03/1

Betreft: vaststelling van het verblijfsrecht en gegevensverwerking met betrekking tot de verblijfssituatie van het buitenlands kind


Mevrouw, Mijnheer,

I. INLEIDING: CONTEXT

In de omzendbrief met de aanvullende richtlijnen bij de CO GB 5/1 betreffende het rechtgevend kind toegelaten of gemachtigd om in België te verblijven, staat dat de kinderbijslaginstellingen beschikken over elektronische gegevensstromen om zich over de verblijfssituatie van het buitenlands kind in België, op basis van zijn INSZ-nummer, te kunnen uitspreken:

  • de consultatieflux P026 "Wettelijke gegevens" (flux P026) van het kadaster die alle wettelijke gegevens bevat uit het Rijksregister, het register van de KSZ of het RAD-register;
  • de distributieflux D026 (flux D026) waarmee automatisch informatie over de wijzigingen van de wettelijke gegevens in het register van de KSZ, het RAD-register of het RAN-register wordt ontvangen;
  • de consultatieflux P029 "Historiek van de wettelijke gegevens" (flux P029) van het kadaster die de historische gegevens van de wettelijke gegevens uit het Rijksregister, het register van de KSZ of het RAD-register bevat1In het vervolg zullen we voor een nieuwe aanvraag uitsluitend naar de consultatieflux P029 verwijzen. Die is immers vollediger dan de P026.;
  • de consultatieflux P031 "Buitenlandse ingezetenen" (flux P031) voor de gegevens met betrekking tot de verblijfssituatie bij de KSZ2In de bijlage 1 vindt u een nota met de werkingsprincipes van de flux P031..

De twee voorwaarden waaraan het kind moet voldoen, met name gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en toegelaten of gemachtigd zijn om in België te verblijven, moeten worden gecontroleerd om het recht op gezinsbijslag voor dit kind te openen3Ter herinnering, de voorwaarde om toegelaten of gemachtigd te zijn om in België te verblijven wordt voldaan geacht voor het kind dat volgens een Belgische regeling op 31.12.2019 kinderbijslag ontvangt. Zie art. 37 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van de gezinsbijslag en de CO GB 5/1 met betrekking tot de voorwaarden om het recht op gezinsbijslag te openen - CO Bijlage 2 - Verblijfsvergunning (punt I.B.).

De procedure om deze dubbele voorwaarde voor opening van het recht op gezinsbijslag in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te controleren berust op de raadplegingen van flux P029 en P031. Dankzij de D026 kan dit worden opgevolgd.

De elektronische gegevens, afkomstig van de authentieke bron en opgenomen in deze fluxen, zijn rechtsgeldig tot bewijs van het tegendeel en kunnen geldig gebruikt worden om het recht op uitbetaling van de gezinsbijslag te verantwoorden.

Dankzij de raadpleging van flux P029 kan de domiciliëring4Voor het vervolg van onderhavige dienstbrief wordt verondersteld dat aan de voorwaarde van domiciliëring van het kind in Brussel voldaan is. en de nationaliteit van het kind worden gecontroleerd. Wanneer deze nationaliteit niet Belgisch is, kunnen dankzij de flux P031 de verblijfsredenen en, indien nodig, de verblijfsdocumenten worden gecontroleerd. Voor het kind met "onbepaalde" nationaliteit is het onderzoek van zijn verblijfssituatie hetzelfde als voor het kind met de nationaliteit van een derde land (noch Belgisch noch van een land van de Europese Unie). Het kind dat onderdaan is van een land van de EER of van Zwitserland moet ook over een verblijfsvergunning beschikken om gezinsbijslag te kunnen ontvangen.

Dit document beschrijft de redenering die moet worden gevolgd voor de uitvoering van die controles.

Voor elk kind afzonderlijk wordt de verblijfssituatie onderzocht, ook al behoort het tot een gezin dat uit meerdere kinderen bestaat. Het kan dus dat binnen eenzelfde gezin de data voor de toekenning van de gezinsbijslag voor elk kind van dit gezin verschillend zijn.

II. VOORAFGAANDE OVERWEGINGEN

1. Het kind dat in België is geboren

Kinderen met een buitenlandse nationaliteit die in België geboren zijn en wier ouders legaal in België verbleven op het moment van hun geboorte, moeten geen verblijfsaanvraag indienen. Die kinderen hebben dezelfde status als hun ouders, of een van hen - indien de ouders een verschillende status hebben (de meest gunstige situatie), of indien de afstamming enkel langs de zijde van één ouder is vastgesteld - op voorwaarde dat die ouder op het moment van de geboorte van het kind in kwestie gemachtigd was om legaal in België te verblijven. Dat komt voort uit een interne ministeriële omzendbrief van IBZ (GemCom van 31 augustus 2017 over de verblijfsstatus van een in België geboren kind van ouders die geen Belg zijn) die doorgaans wordt toegepast.

Die bijzonderheid van een in België geboren kind laat toe om op basis daarvan zijn verblijfsrecht te onderzoeken voor elke periode waarvoor geen informatie beschikbaar is, en voor zover geen enkel element erop wijst dat het kind zich in een onwettige situatie bevindt.

Als bij een gezinshereniging de persoon die vervoegd wordt, geschrapt werd of niet langer over een verblijfsvergunning beschikt, kan het verblijfsrecht van het kind met buitenlandse nationaliteit dat in België is geboren dus eventueel nog steeds worden vastgesteld via de verblijfssituatie van een van de ouders in België en zo kan een weigering of schrapping van de uitbetaling van de gezinsbijslag worden vermeden.

Hetzelfde geldt wanneer het kind geen enkele vermelding heeft in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" van flux P031 en jonger is dan 12 jaar. Zijn verblijfssituatie kan worden vastgesteld via die van zijn ouders, of een van beiden. Dit principe is ook van toepassing wanneer er een wijziging optreedt in de verblijfssituatie van een van de ouders waarvan het kind zich in dezelfde verblijfssituatie bevindt. De situatie van de andere ouder kan gunstiger worden of de plaats innemen van de situatie van de andere ouder wanneer die zijn verblijfsrecht verliest of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor een geldig verblijfsrecht. De ouder waarvan het kind zich in dezelfde verblijfssituatie bevindt, moet als bijslagtrekkende of extra actor worden opgenomen om de opvolging via D026 mogelijk te maken.

Voorbeeld: het kind is in gezinshereniging met zijn vader. Die laatste verlaat België en door zijn vertrek verliest het kind de verblijfsreden die het aan zijn vader bindt. Het kind zal een nieuwe verblijfsreden via gezinshereniging moeten verkrijgen met bijvoorbeeld zijn moeder die in het gezin blijft. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Voordat de nieuwe verblijfsreden wordt aangegeven in de P031 of als deze wijziging van reden uiteindelijk niet wordt doorgevoerd, kan het kind aanspraak maken op hetzelfde verblijfsrecht als zijn moeder in het gezin (= gevolg van het feit dat het kind in België is geboren), als zij beschikte over een geldige verblijfsvergunning op het moment van de geboorte van het kind.

2. Verblijfsdocumenten andere dan verblijfsvergunningen

Ter herinnering, het attest van immatriculatie wordt niet beschouwd als een geldige verblijfsvergunning in de zin van art. 3, eerste lid, 1°, en art. 4 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. Het attest van immatriculatie dekt immers alleen het verblijf van de persoon die een verblijfsvergunning heeft aangevraagd tijdens de procedure ("recht om in België te blijven" voor de tijd die nodig is om de verblijfsaanvraag te onderzoeken - verblijfsvergunning sui generis).

Hetzelfde geldt voor bijlage 35 en bijlage 125Bijlage 12 is één maand geldig, wat de betrokkene de tijd geeft om zijn "nieuwe" document te verkrijgen (verlies, enz.). Die bijlage dekt dus gedurende één maand het verblijf, samen met het verblijfsrecht dat nog steeds geldig moet zijn. Is dat niet het geval, dan vormt de door bijlage 12 gedekte periode geen legaal verblijf. (zie bijlage 4). Daarom kunnen de periodes waarvoor de geraadpleegde gegevens een dergelijk document vermelden, zonder verblijfsreden in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen", geen aanleiding geven tot de uitbetaling van gezinsbijslag.

Dat type document wordt afgegeven bij de indiening van de verblijfsvergunningsaanvraag. Dat document staat de persoon toe om in België te blijven tijdens de hele procedure, tot de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing heeft genomen. Als de beslissing aan het einde van de procedure (die meerdere maanden kan duren) positief is, verschijnt de verblijfsreden, die de toekenning van de verblijfsvergunning bevestigt, in het veld van flux P031.

Over het algemeen begint de verblijfsreden op de indieningsdatum van de aanvraag (hoewel dat kan variëren naargelang van het type verblijfsreden). De verblijfsreden kan dus a posteriori, en nadat de nodige tijd voor het onderzoek van de aanvraag is verstreken, een periode met een attest van immatriculatie of bijlage 35 dekken.

De verblijfsreden moet dus vanaf de vermelde datum in aanmerking worden genomen, waarbij het attest van immatriculatie geen belemmering vormt voor de verblijfsvergunning. De uitbetaling kan beginnen op de toekenningsdatum van de verblijfsreden6Met uitzondering van de verblijfsreden wegens de status van vluchteling of de subsidiaire beschermingsstatus, overeenkomstig artikel 6 van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag. Zie punt III.2 hieronder..

Als de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken negatief is, is er geen verblijfsreden en ontstaat er, uitsluitend op basis van het attest van immatriculatie, bijlage 12 of bijlage 35, geen recht op gezinsbijslag.

3. Het kind bereikt de leeftijd van 12 jaar

Het identiteitsbewijs is meestal het enige document dat, op vrijwillige basis en alleen op verzoek van de ouders, kan worden afgegeven aan een kind jonger dan 12 jaar. Daardoor is het gebruikelijk dat kinderen jonger dan 12 jaar geen verblijfskaart hebben. Dat bewijs wordt sinds januari 2024 echter steeds vaker vervangen door elektronische kaarten die het verblijfsrecht aantonen. Een aan een kind afgegeven identiteitsbewijs blijft geldig tot de vervaldatum, die na de 12e verjaardag van het kind kan vallen.

De geldigheid van het verblijf moet echter niet noodzakelijk systematisch worden herzien omdat het kind in kwestie 12 jaar wordt. Het feit dat het kind in kwestie 12 jaar wordt, verplicht de gemeente waarin het verblijft om een verblijfsdocument af te geven wanneer het eerder afgegeven identiteitsbewijs verloopt. Dat verandert niets aan de verblijfssituatie van het kind op dat moment en is een wettelijk formaliteit, maar kan wel nuttige informatie over het verblijfsrecht verschaffen. De flux moet dus worden geraadpleegd wanneer een kind 12 jaar wordt, ervan uitgaand dat het begunstigde is van gezinsbijslag hoewel het geen verblijfsreden heeft (veld "Bijzondere informatie vreemdelingen"). Die raadpleging is aanbevolen maar niet verplicht, maar uit te voeren naargelang van de elementen in het dossier van de uitbetalingsinstelling.

4. Bijzonderheid van de A-kaart

De A-kaart7De A-kaart is de kaart die het vaakst voorkomt in de gegevens van de flux. Hetzelfde geldt echter voor tijdelijke H-, I- en J-kaarten (het recht eindigt de dag na de vervaldatum). verschilt van de andere verblijfskaarten omdat ze rechtstreeks toegang geeft tot het verblijfsrecht, dat over het algemeen beperkt is tot één jaar. In dit geval komt de vervaldatum van de A-kaart precies overeen met de vervaldatum van de verblijfsvergunning. Dat wil zeggen dat de persoon in kwestie, zonder verlenging, vanaf de dag na die datum niet langer legaal in België verblijft. Voor dit type kaart is de verblijfsreden niet voldoende omdat ze geen einddatum vermeldt. Naargelang van de reden voor het recht, moet dus het type kaart worden gecontroleerd en een (eventueel voorlopige) einddatum van het recht op gezinsbijslag worden ingevoerd die overeenstemt met de vervaldatum van de A-kaart.

Om onverschuldigde betalingen te vermijden, moet de einddatum van de geldigheidsperiode van de A-kaart, in de betaalapplicatie van de kinderbijslagorganismen worden ingevoerd als de einddatum van het recht. Vooraleer de onderbreking van het recht op kinderbijslag mee te delen, moet de situatie worden onderzocht en moet de P031-flux worden geraadpleegd om te verifiëren of er in de tussentijd eventueel een nieuwe verblijfsvergunning is afgeleverd. Als er geen geldige verblijfsvergunning beschikbaar is, wordt de beëindiging van het recht aan de bijslagtrekkende meegedeeld, waarbij deze wordt uitgenodigd om een nieuw document voor te leggen in geval van wijziging van de situatie van het kind.

De A-kaart wordt vooral toegekend aan niet-Europese studenten, aan personen van wie de vluchtelingenstatus is erkend en aan houders van een D-visum (gezinsherenigingsaanvragen vanuit het buitenland).

5. Bepaalde verblijfsredenen sluiten het recht op gezinsbijslag uit (vanaf 1 september 2025)

Artikel 4 van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag is gewijzigd, waarbij een uitsluitingsmaatregel werd toegevoegd waardoor jongeren die in België verblijven om er te studeren of een beroepsopleiding te volgen, om er vrijwilligerswerk uit te oefenen of om er als au-pairjongere te werken geen recht hebben op gezinsbijslag.8Ordonnantie van 3 juli 2025 tot wijziging van artikel 4 van de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag.

Daardoor openen jongeren die onderdaan zijn van een derde land, de EER of Zwitserland en wier verblijfsreden op een van die situaties (studie, opleiding, vrijwilligerswerk of au-pairwerk) is gebaseerd vanaf 1 september 2025 geen recht op gezinsbijslag.

Naast de in punt III.1 beschreven procedure (specifieke procedure voor EU-burgers via de P029), is de huidige procedure aangepast om te bepalen of een jonge EU-onderdaan binnen het toepassingsgebied van die nieuwe maatregel valt. Het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" (Reasoncode) moet eveneens worden geraadpleegd om het recht in die specifieke situaties uit te sluiten (zie punt III.1 hieronder).

In dit soort situaties verschaft de reden voor het recht informatie. Als een van de volgende redenen wordt vermeld in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" (Reasoncode), wordt het recht op gezinsbijslag geweigerd:

  • Niet-Europese student - Student
  • Niet-Europese student - Andere vorm van opleiding
  • Niet-Europese student - Stagiair
  • Niet-Europese student - Au pair
  • Europese of Zwitserse student of student die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk en begunstigde van het terugtrekkingsakkoord
  • Langdurig ingezetene (in een andere lidstaat) - Studie of opleiding
  • Mobiliteit - Student
  • Vrijwilliger

De situatie van de kinderen van personen die beschikken over een verblijfsreden die hierboven wordt vermeld, moet worden onderzocht aan de hand van de verblijfsreden van het kind zelf.

Er valt op te merken dat onderdanen van de EER en Zwitserland worden gelijkgesteld met EU-burgers. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden en procedures en ze krijgen dezelfde verblijfsdocumenten.

Er is voorzien in een overgangsbepaling voor de inwerkingtreding van die maatregel. Jongeren voor wie op 31 augustus 2025 een recht op kinderbijslag is geopend9Recht op kinderbijslag, ongeacht wat de geldige verblijfsreden van de betrokkene is voor die maand., blijven daardoor kinderbijslag ontvangen - zelfs als ze over een verblijfsreden beschikken die hierboven wordt opgesomd - zolang dat recht niet wordt onderbroken. Als een andere verblijfsreden volgt op een van de hierboven genoemde, valt de jongere vanaf de datum van de nieuwe verblijfsreden niet langer onder de hier beschreven uitsluitingsmaatregel (overeenkomstig de toepassing van artikel 28 van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag).

Merk op dat de opschorting van de toekenning van gezinsbijslag de overgangsmaatregel niet beëindigt (opschorting van de toekenning bij overschrijding van de 240-urennorm).

Om die maatregel uit te voeren en de eventuele voortzetting van een recht op kinderbijslag toe te laten, worden de gevallen van jonge begunstigden van niet-Belgische nationaliteit voor wie op 31 augustus 2025 een recht op kinderbijslag werd geopend, en die vanaf 1 september 2025 beschikken over een hierboven vernoemde verblijfsreden, in kaart gebracht om er zeker van te zijn dat de voortzetting van het recht gerechtvaardigd is en om op te volgen of het overeenstemt met die maatregel.

Houd er rekening mee dat het veld "Identiteitsbewijs" moet worden geraadpleegd, aangezien niet-Europese studenten voor elk studiejaar een beperkte verblijfsvergunning in de vorm van een A-kaart krijgen (zie hierboven, punt II,4). Er moet dus worden nagegaan of de eventuele A-kaart daadwerkelijk de maand augustus 2025 dekt, om de toekenning van kinderbijslag te verlengen. Het is mogelijk dat de A-kaart niet meteen wordt hernieuwd wanneer ze verloopt. De integraties moeten open worden gehouden om alle nuttige informatie te kunnen verkrijgen. De kinderbijslaginstelling moet de bijslagtrekkende op de hoogte stellen van het einde van het recht en hem uitnodigen contact op te nemen met zijn instelling wanneer zijn nieuwe A-kaart wordt afgegeven.

De situatie voor jonge onderdanen van de EER en Zwitserland is anders omdat zij een ander type kaart krijgen (die 5 jaar geldig is).

III. RAADPLEGING FLUX P029

1. Het kind dat burger is van de Europese Unie10De verblijfsprocedure voor Europese onderdanen betreft de onderdanen die de nationaliteit hebben van een lidstaat van de Europese Unie (Duitsland, Oostenrijk, België, Bulgarije, Cyprus, Kroatië, Denemarken, Spanje, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Portugal, de Tsjechische Republiek, Roemenië, het Verenigd Koninkrijk (met aandacht voor de brexit), Slovakije, Slovenië en Zweden).

Flux P029 bevat een veld "Historiek van de nationaliteiten" (Nationality in de fluxbeschrijving) dat nuttige informatie bevat voor de identificatie van een onderdaan van de Europese Unie (EU).

Het kind dat onderdaan is van een land van de EU moet bij zijn inschrijving in het Rijksregister als begunstigde van een verblijfsvergunning worden beschouwd (historiek van de adressen - P029). Het recht op gezinsbijslag zou vanaf zijn inschrijving in de registers van een gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen worden toegekend.

Dat principe moet echter op twee vlakken genuanceerd worden. Flux P031 moet ook worden geraadpleegd, enerzijds door de wijziging van artikel 4 van de ordonnantie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, en anderzijds na een schrapping van het betrokken kind.

A) Uitsluiting van de verblijfsredenen Studies - Opleiding - Vrijwilligerswerk - Au pair

Die maatregel geldt ook voor Europese onderdanen (zie punt II.5). Naast de Flux P029, moet dus de Flux P031 worden geraadpleegd om de verblijfsreden te controleren. Als de verblijfsreden een van de bovenstaande is, moet het recht op gezinsbijslag worden geweigerd.

De bovengenoemde uitsluitingsgronden zijn afhankelijk van de leeftijd en zijn niet van toepassing op kinderen van minder dan 16 jaar.11Uitgezonderd 'Student - Andere vorm van opleiding', die toepasselijk is op kinderen vanaf 6 jaar, maar die verblijfsreden geldt voor niet-EU-onderdanen. De P031-flux hoeft niet te worden geconsulteerd voor jongeren onder de 16 jaar. Bij twijfel moet de situatie worden voorgelegd aan Iriscare via admin.ctrl@iriscare.brussels

De flux P031 is echter een consultatieflux. Het is mogelijk dat de verblijfsreden nog niet zichtbaar is op het moment van de raadpleging. Als het recht op kinderbijslag niet kan worden geopend op basis van de raadpleging, moet een brief naar de bijslagtrekkende worden gestuurd met als motivering dat de beschikbare officiële bronnen niet toelaten het recht te openen. Daarnaast moet de bijslagtrekkende worden gevraagd om zijn verblijfsvergunning mee te delen zodra hij deze heeft verkregen. Tegelijkertijd houdt het organisme dit dossier in beraad en herbekijkt de situatie de maand nadien. Na 3 maanden wordt een weigeringsbeslissing meegedeeld aan de bijslagtrekkende, met de uitnodiging om opnieuw contact op te nemen met zijn kinderbijslaginstelling zodra men een verblijfsvergunning heeft verkregen.

Er is een wijziging in de verblijfsprocedure voor EU-burgers (inclusief onderdanen van de EER en Zwitserland) van kracht geworden bij IBZ. EU-burgers moeten alle vereiste documenten voorleggen wanneer ze hun verblijfsaanvraag indienen ("bijlage 19"). Gegevens over het verblijf van Europese onderdanen zijn dus sneller beschikbaar dan vroeger, wat de wachttijd bij het beheer van die dossiers verkort.

B) Schrapping van het kind uit het Rijksregister

Flux P031 moet worden geraadpleegd om de procedure na een schrapping van het betrokken kind toe te passen (zie punt V).

2. Het kind met de status van vluchteling of staatloze

Hetzelfde veld van flux P029 maakt het mogelijk om een als vreemdeling of staatloze erkend kind te identificeren.

In dit veld kan dankzij de vermelding "van oorsprong + nationaliteit" worden afgeleid dat het kind de status van vluchteling toegewezen kreeg. De datum die ook in dit veld wordt vermeld, verwijst naar de datum van erkenning van deze status. Op die datum beschikt het kind over een verblijfsreden. Het recht op gezinsbijslag kan worden geopend vanaf de maand die volgt op de datum van de beslissing tot erkenning van zijn status (art. 6, tweede lid, van de ordonnantie).

Dit veld "Historiek van de nationaliteiten" kan ook "staatloze" vermelden. De voor die status aangegeven datum kan in sommige gevallen echter de datum van de erkenning door de rechtbank zijn en niet de datum van de toekenning van de verblijfsvergunning die eruit kan voortvloeien. Bovendien leidt de erkenning door de rechtbank niet automatisch tot de verblijfsreden "staatloze", maar is ook een andere verblijfsreden (gezinshereniging, werk, student, enz.) mogelijk. Sommige mensen zijn staatloos door een beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken, en niet als zodanig door een rechtbank erkend. De verblijfsreden "Staatloos" is voorbehouden aan vreemdelingen aan wie de Dienst Vreemdelingenzaken een verblijf als staatloze heeft toegekend, ongeacht of ze door een rechtbank werden erkend of niet. Om de datum van de verblijfsvergunning te kennen, moet flux P031 dus worden geraadpleegd.

Met de datum van de verblijfsreden in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" (Reasoncode) mag dus geen rekening worden gehouden om de toekenning van de kinderbijslag te laten starten, aangezien dat de datum van de aanvraag is en niet de datum van de beslissing tot erkenning van de status van vluchteling of staatloze. Bij twijfel: de datum van de beslissing wordt ook vermeld in het veld "Asielprocedure", waarin de fasen van de erkenningsprocedures voor die statussen worden opgesomd.

Het recht op gezinsbijslag kan worden geopend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van de in de P029 vermelde datum voor het kind dat vluchteling is of de datum die is ingevoerd in flux P031 voor het staatloze kind, door toepassing van art. 6, tweede lid van de ordonnantie.

IV. CONSULTATIE FLUX P031

1. Nuttige velden

A) Veld "Bijzondere informatie vreemdelingen (Reasoncode)

Als het buitenlands kind geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, of geen staatloze of vluchteling is, moet de consultatieflux P031 onmiddellijk worden geraadpleegd om het verblijfsrecht vast te stellen.

Het belangrijkste veld dat moet worden geraadpleegd is het veld met de verblijfsreden. Dit veld draagt de titel "Bijzondere informatie vreemdelingen" (of "Reasoncode" in de lijst van mogelijke codes - zie bijlage 2). De verblijfsreden bevindt zich in dit veld, samen met de datum waarop de Dienst Vreemdelingenzaken (IBZ) de beslissing heeft genomen om de betrokkene een verblijfsvergunning te verlenen. Die datum moet in aanmerking worden genomen om de datum te bepalen waarop de persoon (het kind) over een verblijfsvergunning beschikt en dus ook de datum die eventueel het recht krachtens art. 6, eerste lid, van de ordonnantie zal openen.

Als bijlage vindt u de lijst met de mogelijke codes van de beschrijving van bericht P031 (bijlage 2+ bijlage 3 die de dezelfde verblijfsredenen bevat, maar dan op een meer gedetailleerde en gestructureerde manier). De codes in deze lijst hebben steeds betrekking op alle buitenlandse personen, kinderen of volwassenen en zijn niet eigen aan de kinderbijslagsector.

Als de persoon een verblijfsvergunning heeft, moet dit veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" automatisch zijn ingevuld. Dit blijkt echter niet altijd het geval te zijn, ook niet wanneer het verblijfsrecht is toegekend. Om meer informatie te bekomen, moet u het veld "Identiteitsbewijs" raadplegen. Dit veld bevat de verblijfskaarten die door de gemeenten aan de persoon zijn afgeleverd.

B) Veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype)

Het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) waarvan de lijst van mogelijke codes zich bevindt in bijlage 4, bevat, ondanks zijn naam, niet alleen de identiteitsbewijzen van de persoon, maar ook alle kaarten, bijlagen of documenten (inclusief de Belgische identiteitskaart) die zijn afgeleverd door de gemeenten, met de overeenkomstige datum. Men vindt er ook de datum terug waarop een verblijfsvergunning is verstreken.

Helaas, en zoals vermeld in de CO bijlage 2 bij de CO 5/1, kan op basis van de gegevens in het veld "Identiteitsbewijs" de geldigheid van het effectief verblijf niet altijd worden vastgesteld. De persoon krijgt een verblijfsvergunning zodra de Dienst Vreemdelingenzaken beslist die te verlenen, wat niet in het veld "Identiteitsbewijs" wordt weergegeven, BEHALVE als het verblijfsdocument een A-kaart is. Die A-kaart toont het verblijfsrecht aan en de geldigheidsdatum ervan, ondanks een verblijfsreden zonder einddatum in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" (Reasoncode).

De data in dat veld registreren "mechanisch" alle tussentijdse stappen van de afgifte van een document door de gemeenten, maar ook die in verband met het verlies, de hernieuwing, de verlenging of de kennisgevingstermijnen van de beslissingen van de Dienst Vreemdelingenzaken, met inbegrip van nalatigheid of vertraging in de verwerking van de afgifte van verblijfskaarten en -documenten. Dat veld mag dus niet apart worden gebruikt, maar ondersteunt het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen", of vervangt dat indien nodig (zie punt 5 hieronder).

Wanneer het verblijfsrecht uiteindelijk wordt vastgesteld op basis van dit veld "Identiteitsbewijs", dat noodgedwongen beperkt is, moet rekening worden gehouden met de data van afgifte (en de geldigheid) van de kaarten. Voor eventuele niet-gedekte periodes moet aanvullende informatie worden opgevraagd bij de bijslagtrekkende (behalve eventueel voor kinderen die in België zijn geboren).

2. Verblijfsreden: subsidiaire bescherming

Het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" geeft de reden "Subsidiaire bescherming" aan. In dit geval opent de aan het kind toegekende subsidiaire beschermingsstatus het recht op gezinsbijslag voor dat kind vanaf de erkenningsdatum van die status, overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van de ordonnantie. Het veld "Asielprocedure" in flux P031 moet dus worden geraadpleegd om de erkenningsdatum van de status te bepalen. De datum die weergegeven is in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" is de aanvraagdatum van de status.

3. Verblijfsreden: gezinshereniging

A) INSZ-nummer van de referentiepersoon

Verblijf voor gezinshereniging is een geldige reden, die vele vormen kan aannemen en afhangt van het feit of het een gezinshereniging met een niet-Europeaan, een Europeaan of een Zwitser of met een Belg betreft en of de persoon die vervoegd wordt een echtgeno(o)t(e) of partner of een bloedverwant in opgaande of neerdalende lijn is. In bijlage 2 en 3 vindt u een uitvoerige beschrijving van de mogelijkheden voor gezinshereniging.

Als de reden in het veld "Bijzondere informatie vreemdelingen" gezinshereniging is, geeft de consultatieflux P031 in dit veld ook het INSZ-nummer aan van de persoon die het kind vervoegt en die daarmee zijn verblijfsrecht bedingt. Die persoon is niet altijd de vader of de moeder.

Mocht de persoon die de gezinshereniging mogelijk maakte geen actor in het dossier zijn, moet hij als 4de actor worden geïntegreerd, zodat zijn situatie door de uitbetalingsinstelling kan worden opgevolgd. Een verandering in de situatie van die persoon kan leiden tot een verandering in het dossier van het rechtgevend kind (bijvoorbeeld als die persoon het gezin van het kind verlaat). De integratie van de persoon maakt de opvolging via flux D026 mogelijk.

Om het kind in aanmerking te laten komen voor een verblijfsvergunning op basis van gezinshereniging moet de persoon die het vervoegd heeft zelf een geldige verblijfsreden hebben. Dit kan worden onderbroken door een schrapping wegens verlies van de verblijfsvergunning, met als gevolg dat het kind niet langer een geldige verblijfsreden heeft.

B) Stappen in het onderzoek van de verblijfsvergunning

Het onderzoek van het verblijfsrecht van de referentiepersoon, verloopt in verschillende stappen.

De eerste stap bestaat erin via flux P029 te controleren of de referentiepersoon nog steeds een adres heeft in België en niet is geschrapt (zie aandachtspunten hieronder).

Als aan deze voorwaarde is voldaan en de referentiepersoon de Belgische nationaliteit of een van de EU-nationaliteiten heeft of een erkend vluchteling of staatloze is, is de verblijfsreden van het kind verantwoord. De voor het kind aangegeven datum in verband met de verblijfsreden via "gezinshereniging" in flux P031, moet dan in aanmerking worden genomen om het recht op gezinsbijslag te bepalen.

Als de persoon die vervoegd wordt geen onderdaan van de EU of geen vluchteling of staatloze is, moet naar stap twee worden gegaan.

De tweede stap bestaat erin het veld "Bijzondere informatie voor vreemdelingen" (Reasoncode) van flux P031 van de persoon die vervoegd wordt te controleren om de verblijfsreden te achterhalen.

Als de persoon die vervoegd wordt de subsidiaire beschermingsstatus geniet, is de verblijfsreden van het kind ook geldig.

Indien de persoon die vervoegd wordt zelf een gezinshereniging geniet, moet de geldigheid van het verblijfsrecht van de persoon die hij zelf vervoegd heeft, worden nagegaan om het verblijf van het kind in kwestie te valideren (cascadeonderzoek).

Indien de persoon die vervoegd wordt een andere dan de bovengenoemde redenen heeft, moet de geldigheid van de reden worden gecontroleerd (zie de lijst in de bijlagen 2 en 3). Als de reden als geldig wordt beschouwd, wordt ook het verblijfsrecht van het kind bevestigd.

In zeldzame gevallen verschijnt de geldige verblijfsreden echter in het overeenkomstige veld, ook al wordt in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) na de verblijfsreden een attest van immatriculatie12Of een bijlage 12 of ook een bijlage 35. vermeld. Het attest van immatriculatie is echter geen verblijfsdocument. De periode die eventueel door dit document wordt gedekt, moet dus niet als geldig worden beschouwd wat betreft het verblijfsrecht en het recht op gezinsbijslag voor die periode kan niet worden geopend ten gunste van het kind waarvan de verblijfssituatie afhangt van de persoon die vervoegd wordt (cf. punt II.2. supra).

Als er in het overeenkomstige veld geen verblijfsreden wordt vermeld, moet naar stap drie worden gegaan.

De derde stap bestaat erin het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) van flux P031 te raadplegen en er zich uitsluitend op te baseren om een geldige verblijfsvergunning te vinden, zodat de persoon kan worden beschouwd als een persoon die in het bezit is van een verblijfsvergunning.

Als het verblijfsrecht gebaseerd is op de vermeldingen in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype), moet het recht bij het verstrijken van de geldigheidsduur van het verblijfsdocument worden herzien. De geldigheidsduur van de verblijfskaarten wordt in dit veld aangegeven.

Als de verblijfsreden geldig is uit hoofde van de persoon die de gezinshereniging mogelijk maakte, voldoet de verblijfsreden van het kind ook aan de voorwaarde van artikel 4, 2°, van de ordonnantie en moet de kinderbijslag worden toegekend vanaf de datum aangegeven in de P031 van het kind die gezinshereniging vermeldt als verblijfsreden.

4. Andere verblijfsredenen

De hierboven uiteengezette redenen komen het meest voor. Elke andere verblijfsreden is geldig zolang die overeenstemt met een reden uit de overeenkomstige lijst (bijlage 2).

Als de verblijfsvergunning niet expliciet wordt vermeld in de voornoemde bijlage 4, moet het advies van Iriscare worden ingewonnen via admin.ctrl@iriscare.brussels

Het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) moet echter worden geraadpleegd om periodes uit te sluiten die eventueel worden gedekt door een attest van immatriculatie of een bijlage 12 of een bijlage 35 zonder verblijfsreden (zie bijlage 4).

5. Geen verblijfsreden

Als geen verblijfsreden is opgegeven, moet men in het veld "Identiteitsbewijs" op zoek gaan naar de nodige informatie om het verblijfsrecht van het kind vast te stellen.

Het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) bevat geen relevante informatie over het verblijfsrecht13Die situatie is aan het veranderen nu het identiteitsbewijs voor kinderen jonger dan 12 jaar geleidelijk wordt vervangen door elektronische kaarten. van kinderen jonger dan 12 jaar (zie punt II.3 hierboven). Tenzij het kind in kwestie in België geboren is (zie de eerder vermelde omzendbrief GemCom), moet de bijslagtrekkende daarom informatie over de verblijfsstatus van het kind verschaffen en die informatie met officiële documenten staven. Als de situatie onduidelijk blijft, moet er contact worden opgenomen met de dienst Beleid en Beheer Gezinsbijslag van Iriscare.

Voor kinderen ouder dan 12 jaar moet in het veld "Identiteitsbewijs" (Cardtype) van flux P031 een geldige verblijfsvergunning worden vermeld. Als dit het geval is, kan het recht op kinderbijslag worden vastgesteld. Als echter wordt vermeld dat het kind alleen een attest van immatriculatie of een attest bijlage 12 of een attest bijlage 35 heeft (zie hierboven), of als er niets wordt vermeld, dan kan er geen recht op kinderbijslag worden vastgesteld (behalve eventueel voor het kind dat in België is geboren).

V. OPVOLGING VIA FLUX D026

Voor alle kinderen met een buitenlandse nationaliteit moet het recht worden herzien op basis van de informatie ontvangen via de berichten van flux D026 die van invloed kunnen zijn op het recht op kinderbijslag.

Flux D026 stelt de kinderbijslaginstellingen onder andere op de hoogte van een schrapping uit het Rijksregister, zonder de aard ervan te preciseren. Om de reden van schrapping te achterhalen, moet flux P029 worden geraadpleegd. De te nemen maatregelen verschillen naargelang de aard van de schrapping14De lijst met de schrappingscodes vindt men terug in de beschrijving van de berichten P029_V3.

1. Afvoering wegens verlies van verblijfsrecht

Deze afvoering volgt op een beslissing om het verblijf te weigeren of om het verblijfsrecht te beëindigen. In dat geval moeten de uitbetalingen worden onderbroken en moeten, in voorkomend geval, afhankelijk van de in de flux vermelde datum de onverschuldigde bedragen in debet geplaatst worden. Een nieuwe inschrijving in het Rijksregister is alleen mogelijk als de persoon met een buitenlandse nationaliteit een andere verblijfsaanvraag heeft ingediend. De hervatting van de uitbetalingen zal dus pas mogelijk zijn vanaf de datum van de nieuwe beslissing om een verblijfsvergunning te verlenen, hetzij in de vorm van een nieuwe verblijfsreden of in de vorm van een nieuw verblijfsdocument die deze machtiging bevestigt (en bij gebrek daaraan moet het geval aan de dienst Beleid en Beheer Gezinsbijslag van Iriscare worden voorgelegd). De volledige procedure voor de vaststelling van het verblijfsrecht moet dan worden herhaald, met name door het raadplegen van flux P031.

In de praktijk kunnen EU-onderdanen hun verblijfsrecht verliezen en worden ze om die reden afgevoerd. Het EU-burgerschap leidt echter tot een gemakkelijkere toegang tot het verblijfsrecht in België (vastgesteld op basis van van de P029, onverminderd punt II.5 supra) op basis waarvan het recht op gezinsbijslag kan worden toegekend.

Bij wijze van voorzorgsmaatregel zal bij afvoering wegens verlies van verblijfsrecht, ook voor EU-burgers, een onderzoek via de flux P031 worden uitgevoerd zodat de situatie die voortvloeit uit de P029-gegevens daadwerkelijk overeenstemt met de meer nauwkeurigere gegevens in flux P031.

2. Afvoering van ambtswege

In dit geval wordt de vreemdeling verondersteld het land15Artikel 39, §7, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. te hebben verlaten, maar heeft hij nog steeds het recht om binnen het jaar terug te keren, of onder bepaalde voorwaarden zelfs later16Artikel 39, § 3, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.. Gezien dit recht op terugkeer mag er niet van worden uitgegaan dat de verblijfsreden vóór de ambtshalve afvoering niet langer geldig is.
Als de persoon inderdaad kan bewijzen dat hij het land nooit heeft verlaten, of als hij terugkeert binnen de termijnen voorgeschreven in het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1981, wordt hij opnieuw ingeschreven zonder een nieuwe verblijfsaanvraag te moeten indienen en is de vorige verblijfsreden nog steeds geldig.
In deze gevallen kunnen de uitbetalingen worden hervat zonder te wachten op een nieuwe verblijfsreden op basis van de raadpleging van flux P03117Wanneer de basisprincipes voor de identificatie van de verblijfsreden een dergelijke consultatie vereisen, wat niet het geval is voor Europese burgers, in de veronderstelling van de afvoering van ambtswege..

In geval van twijfel moet de bijslagtrekkende worden gevraagd om de nodige verduidelijkingen te verstrekken.

VI. SLOTOPMERKINGEN

Deze instructies gaan ervan uit dat het gaat om een onderzoek van de verblijfsvergunning voor een nieuw recht, waarvan de mogelijke periode wordt gedekt door een verblijfsreden.

Voor de onderzochte periode kunnen echter verschillende verblijfsredenen elkaar opvolgen in het overeenkomstige veld van flux P031 en voor elke verblijfsreden moet dezelfde redenering worden toegepast. Als het kind als vluchteling is erkend, belet dit niet dat hem eerder een verblijfsvergunning wordt verleend om een andere reden (bijvoorbeeld een 9ter of 9bis).

Anderzijds moet bij een intrekking van het verblijfsrecht na een afvoering of na het verstrijken van de geldigheidsduur van de kaart waarop het verblijfsrecht is gebaseerd, bijvoorbeeld, het recht op gezinsbijslag tegelijk met het begin van de afvoeringstermijn of de vervaldatum van de kaart worden onderbroken. De bijslagtrekkende moet worden ingelicht en gevraagd om meer informatie te verstrekken over het verblijfsrecht van het kind of om opnieuw contact op te nemen met het fonds zodra het kind opnieuw in België wordt toegelaten of mag verblijven.

Wanneer gezinsbijslag wordt uitbetaald voor periodes die niet door een verblijfsvergunning worden gedekt, moet die als een onterechte uitbetaling worden beschouwd en worden teruggevorderd. De bijslagtrekkende kan echter te allen tijde een officieel18Document afgeleverd door een overheidsinstantie die bevoegd is op het gebied van verblijf (Dienst Vreemdelingenzaken, gemeente, bevoegde minister, beroepsinstantie inzake verblijfsrecht, enz.) document voorleggen waaruit blijkt dat het kind een verblijfsrecht heeft.

De kinderbijslagfondsen vinden in bijlage 5 een beslissingsschema met de te volgen redenering om te bepalen of het kind in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in de zin van artikel 3, 1°, van de ordonnantie.

Bij vragen of als de instructies in deze omzendbrief het niet mogelijk maken het verblijfsrecht van het kind vast te stellen, worden de uitbetalingsinstellingen verzocht contact op te nemen met de dienst Beleid en Beheer Gezinsbijslag van Iriscare.

Bedankt voor uw medewerking.

Hoogachtend.

 

 

 

 

Tania Dekens

Leidend ambtenaar

Bijlagen:

  1. Werkingsprincipes van Flux P031
  2. Verblijfsreden - Reasoncode (volgens de terminologie van bericht P031)
  3. Uitvoerige beschrijving van de verblijfsredenen door de Dienst Vreemdelingenzaken
  4. Lijst met de identiteitsbewijscodes - Cardtype (volgens de terminologie van bericht P031)
  5. Schema
  6. Module 1 - Weigering kinderbijslag - uitsluiting op basis van verblijfsrecht
  7. Module 2 - Informatiebrief dossiers EU burgers
  8. Module 3 - Weigering kinderbijslag - geen info verblijfsrecht EU burger